Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Beet`

  1. alle Beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
  2. de aap Beet/binnen/weg hebben (=het geld ontvangen hebben)
  3. een bitter Beetje (=een klein beetje)
  4. een klap van de molen (Beet) hebben (=niet goed bij het verstand zijn)
  5. Eten is een goed begin: het ene Beetje brengt het ander in. (=Letterlijke betekenis.)

21 betekenissen bevatten `Beet`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een Beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  3. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een Beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  4. als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een Beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
  5. in de luren leggen (=Beetnemen)
  6. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein Beetje)
  7. op de lappen (=een Beetje opgeknapt - op stap om te drinken)
  8. iets aan het handje hebben (=een Beetje verkering hebben)
  9. zand schuurt de maag (=een Beetje zand eten is niet erg (meer algemeen: stel je niet aan!))
  10. een bitter beetje (=een klein Beetje)
  11. beter laat dan nooit (=het is beter dat iets een Beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  12. er is tuk aan de hengel (=hij heeft Beet (krijgt zijn zin))
  13. er loopt bij hem een streep door (=hij is een Beetje gek)
  14. iemand om de tuin leiden (=iemand Beetnemen of bedriegen)
  15. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een Beetje buiten de familie staat qua gedrag)
  16. ergens je eigen plasje overheen doen (=iets een Beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  17. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een Beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  18. niet goed bij zijn positieven zijn (=niet op zijn gemak zijn, een Beetje ziek zijn)
  19. in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein Beetje verstand om baas te zijn)
  20. strenge heren regeren niet lang (=wanneer een baas niet een Beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk)
  21. een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een Beetje aanstellen)

Het dialectenwoordenboek kent 121 spreekwoorden met `Beet`

  1. Kortenbergs: bai aave schabbernak pakke (=Beetnemen)
  2. Lochristis: bai den bok geleed (=Beetgenomen)
  3. Waregems: iej akkelt 'n Beetse, ie stuikt 'n Beetse (=hij stottert een Beetje)
  4. Merenaars: a es gereejen (=hij is Beetgenomen)
  5. Merenaars: zemmen em een lisj oeëngezetj (=hij is Beetgenomen)
  6. West-Vlaams: bie ze pietje pakken (=Beetnemen)
  7. Lichtervelds: etwieë bie dn buk doen (=iemand Beetnemen)
  8. Waregems: w'an Beetr' in oes brouk esketen, wa'n 't Beetr azoêloatn (=we hadden het beter met rust gelaten)
  9. Weerts: hae veultj zich gepaerskeuteldj (=hij voelt zich Beetgenomen)
  10. Antwerps: gai zène schoëne (=je hebt me Beetgenomen)
  11. Opglabbeeks: terrin loate luipe (=Beetnemen)
  12. Aspers: ne snak en een Beete (=iemand afsnauwen)
  13. Diesters: zemme em ligge; zemmenem me zen kloeëte; zemme em ieëne afgetrokke; zemme in zen roape gescheete (=ze hebben hem Beetgenomen)
  14. Veurns: etwien bie ze pietje pakken (=Iemand foppen, Beetnemen)
  15. Bilzers: Lot dich niks opdauwe! (=Laat je niet Beetnemen!)
  16. Aspers: Een Beetse scheute geven (=Iets doen aflopen)
  17. Nijlens: ke'm m bei zen pitje (=Ik heb hem Beet/liggen)
  18. Oudenbosch: jouw aar ik mooi le-ge (=ik heb jou mooi Beetgenomen)
  19. leuvens: zemme me wei goe lei (=ze hebben me weer goed Beetgenomen)
  20. Lichtervelds: Beetrn oalf ei dan e leege schoale (=het is beter iets dan niets)
  21. Bilzers: alle bitsjes hélpe, zaag de még, en ze pisde én de zei (=alle Beetjes helpen)
  22. Diesters: ne vuielen truk gebruike; liggenemme;me zen kloeëte ( voete ) spele; ne kloeët aftrekke; ieëne aftrekke, vals speele (=Beetnemen)
  23. Huizers: Gien ouwe mórs vangen mót loës koren (=Een kenner laat zich niet Beetnemen)
  24. Sint-Niklaas: ne kloot afdrjaan (=Beet nemen)
  25. Lokers: aalpt ier een Beetsjen, ge geefd aunders gieen maalk (=Help hier een Beetje, je hebt toch niets te doen)
  26. Ninoofs: iemand nen tand trekken / iemand een tatj'n dasjteren (=iemand Beetnemen)
  27. Brugs: entwien bie zun pietj' en (=iemand Beetnemen)
  28. Westerkwartiers: alle Beetjes help'n zee 't wicht, en plaste ien zee (=alle kleine Beetjes helpen)
  29. Lichtervelds: ge zy Beetre mè ne gezoendn eezle dan mèt e ziek pêird (=als hij maar gezond is)
  30. kapels: alle bekkes heulpe zaat begeinke en ze piste in de zie (=alle Beetjes helpen)
  31. Arendonks: 'k hemmem beh z'n pees (=ik heb hem gevat, Beet)
  32. Waregems: 't vlieg' 'n Beetse natte/nadde (=er valt een spatje regen)
  33. Munsterbilzen - Minsters: lottich ziëker nie loempe (=laat je vooral niet Beetnemen)
  34. Tilburgs: ze zun mèn nie klèppe !! (=ze zullen mij niet Beetnemen !!)
  35. Tilburgs: Beeter grèès as kèès (=beter grijs haar dan kaal)
  36. Westerkwartiers: pak 'em Beet (=pak hem vast)
  37. Klemskerks: a't een (h)oend gewist, je beeët: gezegd als iemand iets niet opmerkt of niet vinden kan wat vlak in zijn nabijheid staat of ligt (=had het een hond geweest, hij Beet)
  38. Westerkwartiers: hij Beet zich op 'e lipp'n (=hij hield zich goed)
  39. Horster: Wej zien dur schrammelijk aangepópt (=We zijn Beet genomen)
  40. Harelbeeks: J'oa Beetr'in zyn brook geskeet'n (=Dat had hij beter niet gedaan)
  41. Tilburgs: Beeter gèk gepròt as gèk gedaon (=beter gek gesproken dan gek gedaan)
  42. Zottegems: iemand een snab' en een Beete geven (=een nukkig antwoord geven)
  43. Aalsters: een snabbe en een Beet (=kortaf)
  44. Lichtervelds: ka Beetr in mne broek gescheetn (=ik had het beter niet gedaan)
  45. Veurns: 't is Beeter droenke zien of zot, 't deurt zolange nieë (=liever dronken dan gek)
  46. Liwwadders: skeetsje beef (=Beetje scheef)
  47. Sint-Niklaas: wa... (=een Beetje...)
  48. Waregems: 't steekt zo nauwe nie (=een Beetje zus, een Beetje zo (lengte, gewicht))
  49. Waregems: 't 'n e geeën Beetren an (=hij/zij blijft op het slechte pad)
  50. Waregems: genèrde gij oi 'n Beetse ? (=bevalt het u, voelt u zich hier prettig, kunt u zich behelpen?)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen