Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Bars`

  1. aan zijn eerste leugen niet geBarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  2. de bom is geBarsten (=de (verwachte) problemen zijn begonnen)
  3. de kruik gaat zo lang te water tot ze Barst/breekt (=als men steeds risico's blijft nemen, gaat het een keer mis)
  4. De kruik gaat zolang te water tot zij Barst (=1: Alles heeft zijn beperkingen. 2: De onvoorzichtige die niet naar goede raad wil luisteren ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen)
  5. het wordt buigen of Barsten (=het ergens op wagen)
  6. iemand laten Barsten (=iemand helemaal niet helpen, aan zijn lot overlaten)

2 betekenissen bevatten `Bars`

  1. het is olie op het vuur (=een reeds zeer gespannen situatie wordt door 1 extra gebeurtenis of opmerking tot een uitBarsting gebracht)
  2. de lont in het kruit steken/werpen (=een uitBarsting veroorzaken)

Het dialectenwoordenboek kent 25 spreekwoorden met `Bars`

  1. Munsterbilzen - Minsters: aofgeloje vol (=Barstensvol)
  2. Munsterbilzen - Minsters: m (=ik heb Barstende hoofdpijn)
  3. Bilzers: gee waer vürnen hond dür te jaoge (=Barslecht weer)
  4. Bilzers: tzit kotsvol mét bloo (=het zit Barstensvol met politie)
  5. Waregems: andwiern (=putjes/Barsten (in plakwerk) vullen)
  6. Steenbergs: laat ze de bout àkkelen (=laat ze Barsten)
  7. Westerkwartiers: 't is buug'n of Barst'n (=ten koste van alles doorzetten)
  8. Westerkwartiers: 'k lach me de buus uut (=ik lach me te Barsten)
  9. Tilburgs: liege dè de lèùze op oewe kòp dervan Barste (=vreselijk hard liegen)
  10. Flakkees: Lae su borste! (=Doe je eigen zin, laat ze Barsten.)
  11. Westerkwartiers: 't is buug'n of Barst'n (=ondanks alles doorzetten)
  12. Oudenbosch: ut stikt daor de moord van de vliege (=het zit daar Barstensvol vliegen)
  13. Westerkwartiers: krieg toch 'n steert !! (=Barst toch !!)
  14. Westerkwartiers: krieg toch 'n steert !! (=man, Barst toch !!)
  15. Fries: beter de bûk Barst as it iten bedoarn (=beter dat je buik Barst dan dat het eten bederft)
  16. Munsterbilzen - Minsters: as et nie geet, bok et mèr (=als het niet wil Barsten, breekt het maar)
  17. Olens: das veu een oeëg uit te bleiten (=Dat is om in tranen uit te Barsten)
  18. Lichtervelds: kvoage doa wel me gat an (=het kan me geen Barst schelen)
  19. Lebbeeks: knijt: Ik geloeëf er giën knijt van (=Ik geloof er geen Barst van)
  20. Westerkwartiers: hij lugt dat 'er Barst (=hij liegt dat het gedrukt staat)
  21. Urkers: jie kreegen op je Barst (=jij krijgt straf)
  22. Munsterbilzen - Minsters: ziet mèr daste nie bos ! (=eet niet zoveel, seffens Barst je nog !)
  23. Opglabbeeks: desser ein oem sjenderme uut te kweke (=grote Bars uitziende vrouw)
  24. Liemers: A'j wel klok kön kie:ke maor nie kön aflaeze hoe laat `t is dan mark ie d'r gin Bars van. (=Zomer of wintertijd.)
  25. Liemers: Now Bars mien toch ech de klump. (=Totaal niet verwacht.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen