Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Antwoord`

  1. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beAntwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  2. eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beAntwoorden (=er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet)
  3. het Antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven)
  4. iets voor zijn verAntwoording nemen (=iets op zich nemen)

25 betekenissen bevatten `Antwoord`

  1. de toets kunnen doorstaan (=alle Antwoorden op vragen/problemen weten)
  2. schelen zijn de mooiste niet, maar ze worden wel het meest aangekeken (=als relativerend Antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan schelen)
  3. of je worst lust! (=Antwoord als iemand `Wat?!` zegt)
  4. Een deksel op de kop hebben (=De verAntwoordelijkheid voor iets nemen)
  5. is de paus katholiek? (=een Antwoord op een vraag waarvan het Antwoord overduidelijk `Ja` is)
  6. ergens niet van terug hebben (=er geen Antwoord op weten)
  7. eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden (=er zijn altijd wel vragen waar niemand het Antwoord op weet)
  8. geen been hebben om op te staan (=geen enkele verAntwoording kunnen geven)
  9. het antwoord schuldig blijven (=het Antwoord niet kunnen geven)
  10. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in Antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  11. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in Antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  12. men moet zijn bed maken zoals men slapen wil (=iedereen is verAntwoordelijk voor zijn eigen daden)
  13. iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verAntwoordelijke voor een mislukking)
  14. iemand van repliek dienen (=iemand gevat Antwoorden)
  15. ergens de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verAntwoordelijkheid durven opnemen)
  16. hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verAntwoordelijkheid)
  17. De haring hangt aan zijn eigen kieuwen (=Men dient verAntwoording te nemen voor de eigen daden)
  18. geen ja en geen neen zeggen (=nog twijfelen aan het Antwoord)
  19. de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen Antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
  20. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het Antwoord niet)
  21. de gebraden haan uithangen (=op onverAntwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
  22. zich het hoofd breken over iets (=trachten een Antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  23. iemand het volle pond geven (=uitvoerig en duidelijk Antwoorden)
  24. tekst en uitleg geven (=verAntwoording afleggen)
  25. aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig Antwoord hoeft te verwachten)

Het dialectenwoordenboek kent 46 spreekwoorden met `Antwoord`

  1. Veussels: wie wet da jom (=niet kunnen Antwoorden)
  2. Werviks: kuerieuzeneuzen en lange steerten (=men Antwoordt op een ongelegen vraag :)
  3. Waregems: ie wiste nie wa (e)zeid (=hij bleef het Antwoord schuldig)
  4. Lokers: ij kreegt doar ne schieven (=hij kreeg een nors Antwoord)
  5. Munsterbilzen - Minsters: bèste zen toeng kwijt ? (=kun je niet Antwoorden ?)
  6. Antwerps: attemnietstaatdanleetem (=Antwoord op: wazeetem?)
  7. Zaans: 'Hutspot met braipenne' (=Antwoord op de vraag 'Wat gaan we eten?')
  8. Roermonds: Auch enne! (=Hoe gaat het (Antwoord: goed en met jou))
  9. Lebbeeks: broek: 'k Moein der nog in zijn (=Antwoord van iemand tegen wie men zegt::)
  10. Achterhoeks: Naor opsterop pispotte bakk'n dan mot i-j de aorne dran plakk'n (=Antwoord voor kinderen die telkens vragen wat ga je doen)
  11. Munsterbilzen - Minsters: loj geen klok aste de klüppel nie wiës hange (=geef geen Antwoord als je de vraag niet begrijpt)
  12. Steins: `In zien vel, es er nog neet geströp is !! ` (=Antwoord op de vraag `waar is die en die persoon ?? `)
  13. Bilzers: ne sjeeve krijge (=een krom Antwoord krijgen)
  14. Arendonks: sjakkamakkabovenmisseboemerangekestuwenomdrooienvaaifstippestroat nummero dooit (=Antwoord op waar woon je:)
  15. Hulsters (NL): gèijn asum geven (=geen Antwoord (willen) geven)
  16. Leefdaals: 'k versteun a ni Antwoord: verzit et den (verzit het dan) (='k versta u niet)
  17. Zottegems: iemand een snab' en een beete geven (=een nukkig Antwoord geven)
  18. Steins: Auch ènne !! (=Hoe gaat het ?? ( Antwoord ))
  19. Baasrode: van alles is kiekere stront (=Antwoord op `van alles` in een zin)
  20. Sint-Niklaas: een scheef antwort krijgen; de neus afbijten (=een bits Antwoord krijgen)
  21. Waregems: ie es z'n touwe kwij(t) (=hij kan geen Antwoord geven)
  22. kortemarks: tis je neuzebièèntje da vort is (=Antwoord op het stienkt hier)
  23. Zaans: 'Husse met prikke en langnat' (=Antwoord op de vraag 'Wat gaan we eten?')
  24. Waregems: 'krege doar ne snak en 'n bete (=bits Antwoord krijgen( 1ste p. enkv.))
  25. Antwerps: neie zoë stappekik altaaid af (=Antwoord op :Ben je gevallen met je fiets?)
  26. Zaans: Wel 'oor, de pook hangt staif achter de kachel (=Antwoord op de vraag: Vriest het?)
  27. Zaans: Stront met stientjes (=Antwoord op de vraag: wat gaan we eten?)
  28. Venloos: Mukke bummele (=fictieve plaatsnaam, gebruikt als Antwoord op de vraag waar men geweest is)
  29. Antwerps: aa neusbientje is ônt rotte (=Antwoord op : edde gaai ne scheet gelôate?)
  30. Zaans: Nou! - ut grondais loopt langs de goot (=Antwoord op de vraag: Vriest het?)
  31. Dongens: husse frusse mee oew neus dur tussen (=Antwoord op: wat eten we vandaag)
  32. Westerkwartiers: doar haar ze niet van t'rug (=daar had ze geen Antwoord op)
  33. Tilburgs: Indien ja het Antwoord is, dan hèdde veul witkalk nôodeg!! (=Ken jij de weg naar Rome ( Witte gè de wèg naor Rôome ) (Witten is ook met witkalk bestrijken))
  34. Arendonks: leupt na den Heust, doar is ehn hunne-eh dè pist in ew munne-eh en doar is eh kejeh deh krabt oan ew gehje. (=Antwoord op `ik heb dorst`)
  35. Mills: As Mie kumt mi de slappe was. (=als iemand vraagt wanneer komt dit of dat als het om geld gaat is het Antwoord vaak:)
  36. Tilburgs: ze gaaf zon nèèg respons, dèk ervan verschôot. (=ze gaf zo'n vinnig Antwoord dat ik ervan schrok.)
  37. kortemarks: die tièèste riekt tkomt uut zne friek (=het Antwoord als iemand zegt dat je een scheet liet)
  38. Lebbeeks: Antwoord: `Ons Maroll'n vé rond a nees te kroll'n` (= Geen zaken mee) (=Kindje vraagt: `Wat zijn dat?`)
  39. Brussels: Antwoord: As kaa zeen stoet maaine slinger (=als ge zegt: Ge zaat nen ingel)
  40. Liwwadders: (Antwoord) as se niet binnen binne binne se buten (an ut speule) (=waar zijn de kinderen?)
  41. Sint-Niklaas: pap mè pikalonen è koekebakken mè pek (= Antwoord... al schersend) (=wat gaan wij eten?)
  42. Liwwadders: (afwijzend Antwoord) nee, ik sing gien 2 liedsjes foor 1 sent (=wilt u dat nog eens zeggen?)
  43. Lokers: `En aunders ` `Gieen spaunders` (=op de vraag: `hoe gaat het voor de rest met u ` komt het Antwoord:`alles gaat goed`)
  44. Tilburgs: hoe zèè de gekoome meej de rêep is ut naa goet !! (=hoe ben je gekomen met de hoepel is het nu goed ( Antwoord op een vraag naar de bekende weg) !!)
  45. Bilzers: én zaajn ooge zienech den heile wérd (mopje : Antwoord van aanbedene : zieste dan men otooke ston da gepik és) (=ach, die kijkertjes van jou)
  46. Heusdens: de iene boer vroagt an den nare boer , hoe giet het be oer pjerd me pjerd da giet nie da lupt , en hoe lupt oer pjerd oh het giet (=de ene boer vraagt aan de andere boer hoe gaat met Uw paard de boer Antwoord mijn paard gaat niet , dat loopt , en hoe loopt Uw paard oh het gaat)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen