Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


931 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Al`

  1. 't Mag vloeien, 't mag ebben. Die niet waagt zAl 't niet hebben. (=Je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen.)
  2. 't Moet Al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan. (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden.)
  3. (goed) begonnen is hAlf gewonnen. (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / Wanneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt.)
  4. (vaak toegeschreven aan Erasmus, maar komt iets anders Al voor in de Griekse klassieken.) (=)
  5. aAl is geen pAling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
  6. aAl is geen pAling (=van een slechte grondstof kun je geen goed product maken (bedoeld wordt zeepaling want gewone paling is wel degelijk hetzelfde als aal))
  7. aAlmoezen geven verarmt niet (=van een aalmoes te geven wordt men zelf niet armer)
  8. aan Alle heilige huisjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  9. aan Alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  10. aan Alles een kleurtje weten te geven (=voor alles wel een uitleg weten)
  11. aan de bAlk schrijven (=nota nemen van iets ongewoons)
  12. aan de gAlg komen (=ter dood veroordeeld worden)
  13. aan de haAl gaan (=ergens mee vandoor gaan)
  14. aan de voeten van GamAliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  15. aan een bAlk, die uit het bos gehaAld wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past. (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen.)
  16. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden.)
  17. aan elkaar hangen Als droog zand (=geen enkele samenhang vertonen)
  18. aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aAl (=iedereen maakt wel eens een foutje)
  19. aan iets paAl en perk stellen (=er een definitief einde aan maken)
  20. aan je pAlen trekken (=zonder mededeling inpakken en wegwezen)
  21. aan lager wAl geraken (=fortuin verliezen; arm en berooid worden.)
  22. achter de puttings overboord vAllen (=reddeloos verloren zijn)
  23. achter de trAlies (=opgesloten)
  24. achterin de fuik zit de pAling (=je moet geduld hebben)
  25. achteruit gaan Als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  26. ad cAlendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen)
  27. Al doende leert men. (=door iets vaak te doen, leert men hoe het moet. )
  28. Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi.)
  29. Al gepokt en gemazeld hebben (=al veel ondervinding hebben)
  30. Al het goede komt van boven (=)
  31. Al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaAlt ze wel (=leugens komen altijd uit)
  32. Al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslist niet!)
  33. Al lang en breed (=al lange tijd)
  34. Al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  35. Al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
  36. Al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  37. Al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  38. Al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
  39. Al zijn patronen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
  40. Al zo oud Als de weg naar krAlingen (=erg oud)
  41. Al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  42. Alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
  43. Alle dagen een draadje is een hemdsmouw in het jaar (=met geduld kan men veel bereiken - vele kleintjes maken een groot)
  44. Alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
  45. Alle gekheid op een stokje (=maar nu liever ernstig)
  46. Alle goede dingen bestaan in drieen (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen…)
  47. Alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés bezoeken)
  48. Alle hens aan dek (=met alle beschikbare mensen of alle middelen)
  49. Alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  50. Alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)

985 betekenissen bevatten `Al`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest. (=(doch dat nooit op zAl dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) Alles doen wat iemand vraagt)
  3. een groentje zijn (=(ook: Groen Als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  4. het smelt als boter in de mond (=(van eten) het is erg mAls)
  5. er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. (=aan Alles komt een einde.)
  6. in hetzelfde gasthuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaAl lijden)
  7. as is verbrande turf. (=aan een belofte (as = Als) heb je niets)
  8. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk Alleen heb je niets.)
  9. naar de keel vliegen (=aanvAllen)
  10. zijn ziel en zaligheid verkopen (=absoluut Alles opofferen)
  11. op jaren komen (=Al een zekere leeftijd bereiken)
  12. voor heter vuren gestaan hebben (=Al groter problemen gekend hebben)
  13. vragen kost geen geld (=Al heb je weinig kans, je kan het in elk gevAl maar vragen)
  14. met de paplepel ingeven (=Al heel jong iets leren)
  15. jaar en dag (=Al heel lange tijd)
  16. nog van voor de zondvloed (=Al heel oud)
  17. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=Al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  18. al lang en breed (=Al lange tijd)
  19. sinds jaar en dag (=Al lange tijd)
  20. sinds mensenheugenis (=Al lange tijd)
  21. kunnen lezen en schrijven (=Al lange tijd goede diensten bewezen hebben)
  22. uit de oude doos (=Al oud, nostAlgisch)
  23. zich vergalopperen (=Al te snel iets willen doen)
  24. in de kiem smoren (=Al van bij het begin doen stoppen)
  25. al gepokt en gemazeld hebben (=Al veel ondervinding hebben)
  26. een glaasje op hebben. (=Alcohol te hebben genuttigd)
  27. aan de grote klok hangen (=Algemeen bekend maken)
  28. aan de klok(reep) hangen (=Algemeen bekend maken)
  29. in de lucht zitten (=Algemeen voorkomen)
  30. tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=Alle aardse bezittingen ontnemen)
  31. de toets doorstaan (kunnen) (=Alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  32. geen klaviertje over slaan (=Alle bijzonderheden in acht nemen)
  33. het tafellaken doorsnijden (=Alle bindingen met iemand verbreken)
  34. alle heilige huisjes aandoen (=Alle cafés bezoeken)
  35. bij elk heilig huisje aanleggen (=Alle cafés bezoeken)
  36. aan alle heilige huisjes aanleggen (=Alle cafés onderweg bezoeken)
  37. aan alle kapelletjes aanleggen (=Alle cafés onderweg bezoeken)
  38. het naadje van de kous willen weten. (=Alle details willen weten.)
  39. het gelag betalen (=Alle kosten moeten betAlen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  40. geld stinkt niet. (=Alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan.)
  41. alle springveren laten werken (=Alle middelen aanwenden)
  42. alles op haren en snaren zetten (=Alle middelen aanwenden / Alles in het werk stellen)
  43. het doel heiligt de middelen (=Alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  44. het hart in de schoenen zinken (=Alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
  45. kromme sprongen maken (=Alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
  46. al zijn patronen verschieten (=Alle mogelijkheden uitproberen)
  47. achter de wolken schijnt de zon. (=Alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  48. voor Sinterklaas spelen. (=Alle wensen vervullen, Alles voor iedereen betAlen)
  49. het rijk alleen hebben (=Alleen baas zijn, Alleen thuis zijn)
  50. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan. (=Alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden.)

Het dialectenwoordenboek kent 340 spreekwoorden met `Al`

  1. Gronings: Doar komt t Al aan, zee schiet op berre (=daar heb je het gedonder AlAl)
  2. Hams: zoetsjaa oe Alankaa (=kookt hij Al? ja Al lang)
  3. Zeels: De müer, zoeëtsjaa? Jåen Alangka. (=Kookt de waterketel Al? Ja Allang.)
  4. Twents: Al'ns good t'rech jao? (=hoe gaat het met jou?)
  5. Zeeuws: dat weet k nie me ,me enn Alank o (=hoe oud is je vader)
  6. Liemers: D'r ech schoon gewasse glad geschaore en kortbi-jgeknip uutzie:n Alaeneg steeh dah bi-j ow d'r 'n bitje Al te sjappieachtegs uut ! (=Op z`n paasbest eruit zien)
  7. Sint-Niklaas: da was een scheet in een fles (=dat was loos Alarm)
  8. Munsterbilzen - Minsters: twor loos Alarm (=het was maar storm in een glas water)
  9. Sint-Niklaas: Al zè gaAlt opdoen (=Al zijn geld verkwisten)
  10. Heusdens: is da vlies Al meurf (=is het vlees Al gaar)
  11. Brabants: Hedde Al n'vrijer (=heb je Al een vriendje)
  12. Antwerps: Al da yard (=Al dat zand)
  13. Overpelts: hij is Al de riêp aaf (=hij is Al weg)
  14. Bergs: hedde 't Al geheurd? (=weet je het Al?)
  15. Koersels: Al teng gehad? (=Al bericht gekregen ?)
  16. Katwijks: 'k ben Al op dreef (=ik ben Al begonnen)
  17. Bilzers: streep zen mauwe Al mér op (=begin er Al maar aan)
  18. Volendams: ej t Al oort? (=heb je het Al gehoord?!)
  19. Oudenbosch: isut werk Al aon de kaant ? (=is het werk Al gedaan ?)
  20. Oudenbosch: eetiejur zunne draai Al kunne vinne (=is hij er Al gewend)
  21. Laag-Keppels: Heje 't Al euheurd (=Heb je het Al gehoord)
  22. Tilburgs: die plòts is Al verzeed. (=die plaats is Al bezet.)
  23. Westlands: hij is em Al gepeerd (=Hij is Al weg)
  24. Merenaars: a es Al skippes (=hij is Al weg)
  25. Hoekschewaards: doggik Al (=dacht ik Al)
  26. Westerkwartiers: zij is Al ien dreumlaand (=zij slaapt Al)
  27. Axels: Laoma, kêt Al, zudder ein ut oek Al (=Laat maar, ik heb het Al, zij hebben het ook Al)
  28. Zeeuws: lao mao 'k het Al, zudder hent oek Al (=laat maar, ik heb het Al en zij hebben het ook Al)
  29. Helenaveens: Bende gij Al bij de akkeliete? (=Ben jij Al lang misdienaar?)
  30. Giethoorns: Die ef de meeste eerpels wel Al op (=Die is Al oud)
  31. Sint-Niklaas: min koak is Al ont 't ontzinken (=mijn kaak zwelt Al minder)
  32. Munsterbilzen - Minsters: dae ès Al e tijdsje iëver zen toere (=hij is Al lang overspannen)
  33. Oudenbosch: edduttem Al gevroge (=heb je hem het Al gevraagd)
  34. Liwwadders: hest ut Al hoort? (=heb je het Al gehoord?)
  35. Hulsters (NL): è j'ut Al hôrruh? (=Is dat Al bekend bij je?)
  36. Tilburgs: ze waar Al un tèdje in peziesie (=ze was Al een tijdje in verwachting)
  37. Brabants: Is ut perd Al gewasse en de waai Al gemaaid ? (=Heb je ''HET'' Al gedaan ?)
  38. Sint-Niklaas: 't muziek van Temst (=amateursharmonie( =Al spottend))
  39. Lichtervelds: eej van je leevn (=heb je Al ooit)
  40. Brakels: tès Allenga goe (=het is Al goed)
  41. Tilburgs: t-is ööt licht (=het is Al volop dag)
  42. Sint-Niklaas: das aa fuil (=dat weet ik Al)
  43. Hams: Hoe lank aa (=Hoe lang Al)
  44. Londerzeels: D'as van zjuèzekes taait (=Dat is Al heel oud)
  45. Steins: Ich zaog miene geis Al kroepe (=Ik zag het Al helemaAl voor me)
  46. Fries: oerAl thûs (=over Al thuis)
  47. Bergs: Al legde te lellepóóte (=Al lig je te trekkebenen)
  48. Gents: aa namet nie Al te naawe (=hij was niet Al te precies)
  49. Bollenstreeks: Hejet Al ehoord dan (=Heb je het Al gehoord dan?)
  50. Siebengewalds: Hedde t Al geheurd? (=Heb je het Al gehoord?)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen