Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Achten`

  1. als de dagen (gaan) lengen, gaat/gaan de vorst/winter/nAchten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
  2. daar is wel wAchten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  3. de bui afwAchten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
  4. de kip met gouden eieren slAchten (=een iets met veel rendement wegdoen)
  5. gedAchten zijn tolvrij (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
  6. geen heil verwAchten (=niets positiefs zien)
  7. het gemeste kalf slAchten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  8. iemand van twaalf ambAchten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
  9. iets beneden zijn waardigheid Achten (=iets niet willen doen omdat men vindt dat men een betere taak waard is)
  10. op twee gedAchten hinkelen/hinken (=moeilijk kunnen beslissen)
  11. twaalf ambAchten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
  12. van twaalf ambAchten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
  13. wAchten tot je een ons weegt (=onmogelijk lang wachten)
  14. wie kaatst kan/moet de bal verwAchten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)

64 betekenissen bevatten `Achten`

  1. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wAchten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  2. wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwAchten dat die jou terug gaat plagen)
  3. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trAchten van een rechtvaardiging te voorzien)
  4. de kat uit de boom kijken (=een afwAchtende houding aannemen)
  5. ergens muziek in zitten (=ergen veel van kunnen verwAchten en/of plezier van beleven)
  6. ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwAchten hebben)
  7. het uitzingen (=het einde ervan afwAchten, het volhouden)
  8. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klAchten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  9. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klAchten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  10. het is een pleister op een zere wonde (=het is bedoeld om het leed wat te verzAchten)
  11. de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trAchten uit te roeien)
  12. balsem in de wonde gieten (=het leed verzAchten)
  13. met het hoofd tegen de muur lopen (=het onmogelijke trAchten te bereiken / mislopen)
  14. iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post Achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])
  15. iemand achter de bank schuiven (=iemand minAchtend behandelen)
  16. zijn neus voor iets ophalen (=iets minderwaardig Achten)
  17. een potje te vuur hebben staan (=iets onaangenaams te verwAchten hebben)
  18. nog niet jarig zijn (=iets ongunstigs te verwAchten hebben)
  19. naar iets vissen (=iets trAchten te achterhalen)
  20. ik ben geen uithangbord (=ik heb meer te doen, ik blijf niet wAchten/zo staan)
  21. de rijzende zon aanbidden (=in de gunst trAchten te komen van iemand die succesvol is)
  22. aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwAchten en graag door willen)
  23. op zijn tandvlees lopen (=in totale uitputting voortdoen, zijn laatste krAchten gebruiken)
  24. de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwAchten)
  25. tegemoet zien (=kunnen verwAchten)
  26. overstag gaan (=na aandringen/lang er mee wAchten toegeven)
  27. de boot afhouden (=niet meedoen - afwAchten)
  28. is Saul onder de profeten? (=niet verwAchten dat iemand er ook aanwezig is)
  29. nog te bezien staan (=nog af te wAchten zijn)
  30. de zaak nog eens aankijken (=nog even afwAchten)
  31. voor de boeg hebben (=nog voor zich hebben, te wAchten staan)
  32. op het vinkentouw zitten (=ongeduldig afwAchten om iets te pakken te krijgen)
  33. op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wAchten / veel haast of spanning hebben)
  34. in een slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwAchtend)
  35. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwAchten hebben)
  36. wachten tot je een ons weegt (=onmogelijk lang wAchten)
  37. geen zo kleine sant of hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere mAchten moet men gunstig stemmen)
  38. de bui afwachten (=rustig afwAchten wat voor onheil er komt)
  39. uit vuile lepels eten (=staat U te wAchten als het slecht afloopt)
  40. boven het hoofd hangen (=te wAchten staan)
  41. piae memoriae (=ter zalige nagedAchtenis)
  42. Daar staan klompen (=Tevergeefs wAchten)
  43. op een klein pitje zetten (=tijdelijk laten wAchten, slechts langzaam laten verdergaan)
  44. zich het hoofd breken over iets (=trAchten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  45. koffiedik kijken (=trAchten het onbekende te kennen (de toekomst))
  46. zijn voelhorens uitsteken (=trAchten te achterhalen)
  47. iemand naar de ogen zien (=trAchten zijn wensen te raden)
  48. op verhaal komen (=uitrusten en op krAchten komen)
  49. in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwAchten)
  50. in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwAchten)

Het dialectenwoordenboek kent 2 spreekwoorden met `Achten`

  1. Lommels: ni feul petiek (=niet veel Achtenswaardig)
  2. Westerkwartiers: wij hemm'm heur gien scheet ien'e reek'n (=wij Achten haar niet hoog)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen