Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ééntje`

  1. de peentjes opscheppen (=de boel opruimen)
  2. een beentje lichten (=doen struikelen (letterlijk of figuurlijk))
  3. een steentje bijdragen (=een kleinigheid aan het grote geheel bijdragen)
  4. gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
  5. het beste beentje voor zetten (=je uiterste best doen)
  6. iemand een beentje lichten (=iemand onderkruipen)
  7. leentjebuur spelen (=iets lenen)
  8. zijn beste beentje voorzetten (=iets zo goed mogelijk doen.)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `ééntje`

  1. Bilzers: de zossem e knépke gaeve (='t is me er ééntje !)
  2. Munsterbilzen - Minsters: haaj reik get aongebrand ! (=wie heeft er ééntje laten vliegen)
  3. Bilzers: bae mér ne goeje vür mich (=bid er maar ééntje voor mij)
  4. Munsterbilzen - Minsters: zaote vrolaaj zin waaj ingele ènt bed (=bier is betrouwbaarder als vrouwen : open en ééntje en je bent gegarandeerd de eerste)
  5. Munsterbilzen - Minsters: de kantenier, iës Vanheusde van Miëseme, en ternoë Gus Stas van on de staose èn Minster, onderhoele de waeg en de slaute van Minster, zaumèr èn hun ééntsje opte viloo mètten sjoep enne bessem...en twor ammel goed onderhaage (=de respektievelijke kantoniers, Vanheusden van Meershoven en Guust Stas van Munster, onderhielden de straten en grachten van Munster zomaar in hun ééntje, met schop en bezem op de fiets...en het was netter dan nu.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen