Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


218 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ás`

  1. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  2. aan zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)
  3. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen) (Latijn)
  4. alles wat los en vast is/zit (=alles)
  5. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  6. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  7. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
  8. als een feniks uit de as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
  9. als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
  10. als een tang op een varken passen/sluiten (=niet bij elkaar passen)
  11. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  12. as is verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  13. bij de buren is het gras altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  14. bij elkaar passen als twee trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
  15. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  16. Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=Bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  17. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  18. bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
  19. buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  20. chapeau bas spelen (=onderdanig zijn)
  21. daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai)
  22. daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  23. daar valt wel een mouw aan te passen (=daar is wel een oplossing voor te vinden)
  24. dan is Leiden in last (=dan zijn er problemen!)
  25. dat gebeurt pas als de Paus een geus wordt (=dat gebeurt nooit)
  26. dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)
  27. dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
  28. dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
  29. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  30. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  31. dat sluit als een haspel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
  32. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  33. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  34. dat was Grieks voor hem (=dat begreep hij niet)
  35. dat was op het nippertje (=dat is maar net gelukt)
  36. dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
  37. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  38. de bezem in de mast voeren (=de baas zijn en leiding hebben)
  39. de boter en de kaas te dik gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
  40. de das omdoen (=iets dat problemen geeft)
  41. De haan en de vos hebben elkaar te gast (=Twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit)
  42. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  43. de kastanjes voor iemand uit het vuur halen (=voor iemand anders het gevaarlijke werk of een lastig klusje doen)
  44. de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven)
  45. de mast opkrijgen (=zich weten te redden)
  46. de muizen sterven er voor de kast (=het is er armoe troef)
  47. de oren wassen (=duchtig ervan langs geven, de waarheid zeggen)
  48. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  49. de rokende vlaswiek niet uitblussen (=de ijverigheid niet doven)
  50. de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders)

182 betekenissen bevatten `ás`

  1. benen maken (=(haastig) weggaan)
  2. de baron spelen (=(onterecht) baas spelen)
  3. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  4. as is verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  5. het rijk alleen hebben (=alleen baas zijn, alleen thuis zijn)
  6. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  7. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  8. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  9. berouw komt na de zonde (=als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw)
  10. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
  11. dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)
  12. de scepter zwaaien (=baas zijn)
  13. het hoogste woord hebben (=baas zijn (of willen zijn))
  14. onder zich hebben (=baas zijn over)
  15. op een kratje zitten als dat nodig is (=bereid zijn om je aan te passen aan minder luxe )
  16. om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
  17. vis moet (wil) zwemmen (=bij een goede maaltijd hoort een goed glas wijn (bier))
  18. je kop erbij houden (=blijven opletten, aandacht vasthouden)
  19. Men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=Boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  20. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  21. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
  22. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  23. de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
  24. het laatste woord willen hebben (=de baas willen zijn)
  25. het hoogste lied zingen (=de baas zijn)
  26. de bezem in de mast voeren (=de baas zijn en leiding hebben)
  27. aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
  28. de kurk waarop de zaak drijft (=de basis (steun) van het geheel)
  29. iemands rechterhand zijn (=de belangrijkste assistent zijn)
  30. de vogel is gevlogen (=de dader is was al weg (of gevlucht))
  31. De admiraal heeft geschoten. (=De gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
  32. in diskrediet brengen (=de goede naam aantasten)
  33. van zijn voetstuk stoten (=de macht ontnemen - ontmaskeren)
  34. de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  35. de lens is uit de wagen (=de zaak is vastgelopen)
  36. het katje van de baan (=degene die baas speelt)
  37. De bezem uitsteken (=Doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  38. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=door het baseren van een beslissing (bv aankoop) op basis van hoeveel iets kost, levert dit later juist extra problemen en kosten met zich mee zodat iemand duurder uit is)
  39. korte metten maken (=doortastend optreden)
  40. spijkers met koppen slaan (=doortastend optreden)
  41. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  42. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  43. een veeg uit de pan krijgen (=een klap incasseren / op zijn donder krijgen / een standje krijgen)
  44. een blok aan het been (=een last bij het voortgaan)
  45. Een aal bij de staart hebben (=Een lastige taak ondernemen)
  46. een bodem in de markt leggen (=een minimumprijs vastleggen)
  47. Nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  48. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  49. De aardappelen afgieten (=Een plasje doen door heren)
  50. iets op een procrustesbed leggen (=een regeling zo toepassen dat hij er voordeel van heeft)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen