Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` zorgen`

  1. geen zorgen voor de dag van morgen (=maak je nu nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen)
  2. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)

24 betekenissen bevatten ` zorgen`

  1. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  2. je hart vasthouden (=ernstig zorgen maken, bang zijn dat het mis gaat)
  3. iemand iets door de neus boren (=ervoor zorgen dat iemand iets niet krijgt)
  4. iets in goede banen leiden (=ervoor zorgen dat iets goed verloopt)
  5. ergens de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  6. iets aan banden leggen (=ervoor zorgen dat iets zich niet verder kan uitbreiden)
  7. acte de présence geven (=ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent)
  8. een wig drijven tussen twee personen (=ervoor zorgen dat ze ruzie krijgen)
  9. wie dan leeft, wie dan zorgt (=geen zorgen maken over de toekomst)
  10. eten uit de korf zonder zorg (=geen zorgen meer hebben over zijn levensonderhoud)
  11. in de knoei zitten (=grote moeilijkheden of zorgen hebben)
  12. elk huisje heeft z'n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  13. iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  14. iemand beest maken (=kaartspel : zorgen dat iemand geen enkele slag haalt)
  15. kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
  16. elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
  17. uit de pot van Egypte eten (=nog thuis eten bij de ouders die voor je zorgen)
  18. op eigen benen staan (=voor jezelf zorgen; geen hulp nodig hebben)
  19. de speelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen zorgen)
  20. een vrolijke frans zijn (=zeer opgewekt en blij zijn zonder zorgen)
  21. ergens mee inzitten / ergens over inzitten (=zich ergens zorgen over maken)
  22. zijn koren/korentje groen eten (=zich geen zorgen maken om de toekomst, niet sparen. )
  23. Zijn gat aan de poort vegen (=Zich nergens zorgen om maken)
  24. van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder zorgen over later)

Het dialectenwoordenboek kent 29 spreekwoorden met ` zorgen`

  1. Kortrijks: tes ne fliereflutter (=hij maakt zich in niets zorgen)
  2. Westerkwartiers: hij moakt zich d'r dik om (=hij heeft daar zorgen om)
  3. Tilburgs: wie zenêige bewaort, bewaort ginne rotte appel (=goed voor jezelf zorgen)
  4. Zeeuws: ai j trouwt kom jin de zurrehen en je rik ter noeait mi uut (=zorgen)
  5. Munsterbilzen - Minsters: tlaeve ès te kot vër zene kop te braeke iëver baggetelle (=zorgen nemen de problemen niet weg, wel je energie)
  6. Steins: get aan ziene bölles höbbe (=ergens zorgen over hebben)
  7. Munsterbilzen - Minsters: zene kop braeke (=zich zorgen maken)
  8. Ninoofs: a kas opfrett'n (=zich zorgen maken)
  9. Veurns: z'n ersens klutsen mi... (=Zich zorgen maken over...)
  10. Kinrooi: Veur de zörge van mörge zal mörge waal zörge! (=Voor de zorgen van morgen zal morgen wel zorgen!)
  11. Genneps: geen kie.nd of kuuke hebbe (=Niemand om voor te zorgen)
  12. Lokers: As de kinderen kleinen zijn terten z' op ou tienen, as ze gruêt zijn op ou erte (=Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen)
  13. Weerts: as de wichter groeët zeen, doon zeuj de aojers nao béd (=kinderen zorgen later voor hun ouders)
  14. Westfries: die? die vund z'n kaai (=over hem hoef je je geen zorgen te maken)
  15. Munsterbilzen - Minsters: da zien ver dan wol, zaachte blinne (=zorgen voor morgen komen altijd één dagte vroeg)
  16. Westerkwartiers: wel den leeft, den zörgt (=maak je geen zorgen om de dingen die komen)
  17. Dilbeeks: zan kas opfrètt'n (=zich ergeren, ernstig zorgen maken)
  18. Bilzers: mürge kump nochne daog (=zorgen zijn voor morgen)
  19. Sittards: Klein kènjer traeë dich oppe sjòlk, groote op 't hart (=Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen)
  20. Oudenbosch: ijee kiend noch kraai (=hij hoeft voor niemand te zorgen)
  21. Volendams: iederien zaalt ze aige mast oeverboord (=ieder moet voor zichzelf zorgen)
  22. Tilburgs: zit ur mar niks oover in (=maak je maar geen zorgen)
  23. Boksmeers: liever schik as un n�je b�ks (=liever plezier dan zorgen)
  24. Genneps: zich druk maake um óngelegde ejjer (=Zich onnodig zorgen maken)
  25. Vechtdals: Maakt oe over morn gien zörngn. (=Maak je geen zorgen voor de dag van morgen)
  26. Oudenbosch: diejee ok ge-f wa vor de deur le-ge (=zwaar in de zorgen zitten)
  27. Steins: get aan ziene fits höbbe (=ergens zorgen over hebben)
  28. Munsterbilzen - Minsters: de moes nie altijd zik zin vür baeter te wiëne (=alle zorgen verdwijnen als de zon weer gaat schijnen)
  29. Munsterbilzen - Minsters: doet nie vendaog woste mörge ook kons doen (=zorgen voor morgen komen altijd één dag te vroeg)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen