Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


18 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` zoek`

  1. achter iemand zoeken (=iemand kwaad proberen te doen)
  2. een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
  3. een snoek op zolder zoeken (=iets onmogelijks zoeken, vergeefse moeite doen)
  4. een speld in de hooiberg zoeken (=iets onmogelijks proberen)
  5. een speld in een voer hooi zoeken (=een bijna onmogelijke opdracht uitvoeren)
  6. Het bijltje zoeken (=Een excuus of uitweg verzinnen)
  7. hij zoekt zijn paard en hij zit er op (=hij zoekt iets wat voor zijn neus is, wat iedereen ziet)
  8. Ik zoek het paard, maar ik zit erop. (=Iets zoeken waar je heel dichtbij bent)
  9. met een lantaarn te zoeken (=heel zeldzaam , moeilijk te vinden)
  10. Met een lantaarn te zoeken (=Moeilijk te vinden)
  11. naar zijn woorden zoeken (=niet goed meer weten wat te zeggen)
  12. Niemand zoekt de ander in de oven als hij er zich niet zelf in verstopt heeft (=Alleen wie zelf slecht is denkt slecht over anderen)
  13. niets dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
  14. soort zoekt soort (=mensen met dezelfde interesses zoeken elkaar op)
  15. spijkers op laag water zoeken (=uitermate achterdochtig zijn, onprettige opmerkingen maken over onbelangrijke zaken)
  16. vijf poten aan een kalf/schaap zoeken (=iets proberen te vinden dat er niet is)
  17. zich het apezuur zoeken (=eindeloos zoeken)
  18. zich met vijgenbladen dekken / Vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)

19 betekenissen bevatten ` zoek`

  1. Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=Als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  2. wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
  3. zich het apezuur zoeken (=eindeloos zoeken)
  4. bij de pakken neerzitten (=geen oplossing meer zoeken, niet meer verder doen)
  5. hij zoekt zijn paard en hij zit er op (=hij zoekt iets wat voor zijn neus is, wat iedereen ziet)
  6. elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
  7. Men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=Ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  8. een snoek op zolder zoeken (=iets onmogelijks zoeken, vergeefse moeite doen)
  9. een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
  10. Ik zoek het paard, maar ik zit erop. (=Iets zoeken waar je heel dichtbij bent)
  11. tussen de wal en het schip geraken (=in de knel komen, iets raakt per ongeluk verloren of zoek)
  12. soort zoekt soort (=mensen met dezelfde interesses zoeken elkaar op)
  13. de violen stemmen (=met elkaar onderhandelen, naar compromissen zoeken)
  14. zich met vijgenbladen dekken / Vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)
  15. de markt afschuimen (=overal zoeken wat er `te koop` is)
  16. tegen de schenen schoppen (=ruzie zoeken)
  17. Wilde beren vertoeven graag bij soortgenoten (=Soort zoekt soort)
  18. de hakken in het zand zetten (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen)
  19. als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)

Het dialectenwoordenboek kent 51 spreekwoorden met ` zoek`

  1. Ostêns: boel zoek'n (=heibel zoeken)
  2. Chattaal: zoekn nr (=is op zoek naar)
  3. Oudenbosch: ij wit nie mir waordiejut moet zoeke (=hij heeft het niet meer)
  4. Westerkwartiers: zoek'n noar 'n speld ien 'n hooibaarg (=moeilijk vindbaar iets)
  5. Sint-Niklaas: stoken (=ruzie zoeken)
  6. Lovendegems: streutjes leggen (=toenadering zoeken*)
  7. Westerkwartiers: hij huuft niet noar zien pet zoek'n (=hij heeft het erg druk)
  8. Gents: dad' es en zoekzantje (=dat is een ingewikkelde zaak)
  9. Geffes: zuukt (=op zoek naar)
  10. brabants: Witte wè gai kan... (=Je zoekt het zelf maar uit!)
  11. Amsterdams: Struinen (=Rondkijken, Rondneuzen, Rondsnuffelen, Snuffelen, zoeken)
  12. Waalwijks: op sjaanternel gon (=uitgaan op zoek naar partner)
  13. Gils: ga toch speule (=zoek het maar uit)
  14. wijlres: hae is mit d'r mispelsjek op waeg (=hij zoekt de hele tijd ruzie)
  15. Weerts: soort zeuktj soort, zag de boor en hae reej op zie vêrke (=soort zoekt soort)
  16. Marine jargon (veelal Maleis): naaiwerk zoeken (=passagieren)
  17. Amsterdams: Krupsies moake (=Ruzies zoeken)
  18. Brussels: dos altait moyin om te moyènèiren (=een oplossing zoeken)
  19. Zeeuws: De lange élle zoeke (=Dralen, teuten ( Tholen ))
  20. Achterhoeks: bekiek 't ow maor (=zoek het uit)
  21. Helmonds: krek wa`k suuk (=net wat ik zoek)
  22. Mestreechs: zeuk 't diech oet (=zoek het je uit)
  23. Bilzers: Taesse twelf en één és gee goed volk opte been (='s nachts is niets te zoeken op straat)
  24. West-Vlaams: zoektj'spel?,wildj boeL?,moeje een vuste vangn?? (=wilt u een conversatie aangaan?)
  25. Lichtervelds: tis famiej ool Adams kant (=het familieverband is ver te zoeken)
  26. Lutters: spiekers op leeg water zuuk'ng (=spijkers op laag water zoeken)
  27. Antwerps: 'kem hiel antwâarpe oep z'en bakkes geloepe en niks gevonde (=vruchteloos zoeken)
  28. Munsterbilzen - Minsters: tgrutste gelèk zit ènne kleen...brikske (=zoek het geluk niet in (te) grote dingen)
  29. Westfries: Trouwe is voer zoeke voor een aar z'n goit. (=Trouwen is je schoonouders spekken)
  30. Munsterbilzen - Minsters: moeste mesjin e pêkske rammel hëbbe (=je zoekt je ongeluk)
  31. Westerkwartiers: hij is an ´t struun´n (=hij is op speurend op zoek)
  32. Oudenbosch: ijis de boer op (=hij is gaan zoeken)
  33. Gronings: op hosevurrels over de beune mit schienvat in d`aand sjilotn zuikn (=op sokken over de zolder met het zaklicht in de hand sjalotten zoeken)
  34. Rotterdams: Paar meter straat erbij nemen (verwijzing naar prostitutie) (=Extra werk moeten zoeken (geld nodig))
  35. Munsterbilzen - Minsters: van lang ston konste wottel sjiete (=alleenstaande zoekt zittend beroep)
  36. Hulsters (NL): ghe kunt de pot op (=je zoekt het maar uit!)
  37. Kortemarks: tis ol gièèn suukre en zièèm (=de verstandhouding is zoek)
  38. Munsterbilzen - Minsters: dae èste boer op (=hij is op zoek)
  39. Geels: trekt evve plan (=zoek het zelf maar uit !)
  40. Westerkwartiers: geld zocht geld (=rijke vrijers zoeken elkaar)
  41. Oudenbosch: Ijis oppun Sander motte gaon werke (=Hij is werk moeten gaan zoeken)
  42. Deventers: wa moj hier (=Wat heb je hier te zoeken)
  43. Bilzers: op zik noë (=op zoek naar)
  44. Westlands: ze kenne ut lazerus krijgen! (=zoek het maar uit!)
  45. Twents: Wo'j houw'n joh, drietbuul? (=Zoek je ruzie? (2))
  46. Munsterbilzen - Minsters: de kieks mèr waajset dees (=zoek maar een oplossing)
  47. Waregems: ik ben ip zouwk achter de stok die bachten de deure stond (=ik ben op zoek naar de stok die achter de deur stond)
  48. Zeeuws: ie zoekt ni dubbeltjes (=krom lopen)
  49. Gronings: sit op peerd en zuikt er naor (=zoeken naar iets terwijl het voor je neus ligt)
  50. Oudenbosch: da motte we nog zien uit te funtere (=dat moeten we nog proberen uit te zoeken)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen