Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` won`

  1. balsem in de wonde gieten (=het leed verzachten)
  2. de tijd heelt alle wonden (=na lange tijd zal de pijn vanzelf over gaan)
  3. de vinger op de wond leggen (=precies aangeven waar het probleem zit)
  4. een pleister op de wonde leggen (=iets troostends aanbieden)
  5. een zalfje op de wond (=iets dat het leed verzacht)
  6. het is een pleister op een zere wonde (=het is bedoeld om het leed wat te verzachten)
  7. in een glazen huis wonen (=iets op zijn kerfstok hebben / geen privéleven hebben)
  8. ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
  9. niets dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
  10. tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  11. zachte heelmeesters maken stinkende wonden (=sommige problemen kunnen niet met zachtheid opgelost worden)
  12. zout in de wond strooien (=iemands leed verergeren)

4 betekenissen bevatten ` won`

  1. voor anker gaan (=ergens gaan wonen en langer verblijven)
  2. hoe komt het kalf bij zijn maat (=hoe wonderlijk men elkaar kan ontmoeten)
  3. gapen als een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
  4. de tijd baart rozen (=ook de diepste (geestelijke) wonden helen na verloop van tijd)

Het dialectenwoordenboek kent 41 spreekwoorden met ` won`

  1. Liemers: Wone achter in 't veurhuus en/of wone veur in 't achterhuus. (=Altijd op stand wonen.)
  2. Westerkwartiers: 't is hier net 'n paradies (=het is hier wonderschoon)
  3. Zelzaats: Menne, menneken (=Smalle doorgang tussen twee woningen)
  4. Sint-Niklaas: gabbe (=gapende wonde)
  5. Westerkwartiers: 't is meroakels goed oafloop'n (=het is wonderbaarlijk goed afgelopen)
  6. Antwerps: krot en company (=heel arme woning)
  7. Westerkwartiers: 'n drupke eulie dut wonder'n (=een druppel olie doet heel veel)
  8. Liwwadders: onferklaarbaar bewoande woaning (=onbewoonbaar verklaarde woning)
  9. Munsterbilzen - Minsters: mèt viël gelèk kaaf den os (=hier moeten wel wonderen gaan gebeuren)
  10. Vlijtingens: op den ère (=achter de woning)
  11. Liemers: De beste minse wone altied aan de aoverkant van 't water daor zo'j 't haen en weer van kriege. (=De goede mensen wonen altijd aan de overkant van het water .)
  12. Munsterbilzen - Minsters: de wondere zin de werd nog nie aut (=alles kan nog gebeuren)
  13. Munsterbilzen - Minsters: vanaandring van spaajs deed aete (=een nieuw omgeving doet soms wonderen)
  14. Westerkwartiers: hij is deur 't oog van 'e naald kroop'n (=dat ging wonder boven wonder goed met hem)
  15. Munsterbilzen - Minsters: men snoj iëk, ver gon raenger krijge (=als de wonde jeukt, komt er regen)
  16. Westerkwartiers: dat is 'n meroakel (=dat is echt een wonder)
  17. Riekevorts: Wôr wonde gij? (=Waar woont u?)
  18. Bollenstreeks: hai woont op Lis (=in Lisse wonen)
  19. Staphorsts: op t'roeme laand woon (=in het veld wonen)
  20. Helmonds: des gin Helmond (=In Stiphout wonen slanke, succesvolle mensen)
  21. IJmuidens: Bijna bij de heere Jezus aan tafel zitten (=Hoog in een flat wonen)
  22. Westerkwartiers: de kiener woon'n op loopoafstand (=de kinderen wonen lekker dichtbij)
  23. Holsbeeks: dè snee klopt lak 't gat van nen doeë vuigel (=ik voel een kloppende pijn in die wonde (die snede klopt gelijk het gat van een dode vogel))
  24. Tilburgs: asset lukt kalleft den os ! (=ja als ! Er moet een wonder gebeuren wil het lukken.)
  25. Epers: Äj zo nauwe kiek, kuj in Gòttel nog niet wonen (=Als je zo precies kijkt, kun je nergens wonen)
  26. Munsterbilzen - Minsters: ich zo doë nog nie gesjillerd wille zin (=ik daar niet willen wonen)
  27. Sint-Niklaas: dor kom God è klein Peerke nie ; dor kunde mè ô gat bloot lopen (=heel afgelegen wonen)
  28. Haarlems: Ik zou er niet dood gevonden willen worden (=Ik zou er niet willen wonen)
  29. Oudenbosch: zullie zitte daor schoo-n te woo-ne (=zij wonen daar heel mooi)
  30. Westerkwartiers: die woon'n doar ien 'n paradies (=die wonen daar op een prachtig stee)
  31. Amsterdams: Ik zou daar niet dood gevonden willen worden (=Ik zou daar niet willen wonen)
  32. Westlands: waar zit je te wonen? (=waar woon je?)
  33. Tilburgs: asse mar wiese wesse won. (=als ze maar wisten wat ze wilde)
  34. Westfries: as heer op 'n hond (puur zo veul de witjes in Hougkarspel, as heer op 'n hond!) (=een grote hoeveelheid (bv. er wonen veel de Witten in Hoogkarspel))
  35. Munsterbilzen - Minsters: stoët ès stil bijt wonder dattet laeve ès (=het leven is geen snelweg maar kleine wandelpaadjes)
  36. Walshoutems: screume (=Houtems volksspel : gespannen koordje waar men vanop een afstand van +/- 5m ver, kwartcenten naartoe gooiden. Degene die het dichts bij de lijn gooide won de pot.)
  37. Soasels: op 'n heanig spil he'j ok wa wil (=in een klein huisje kan het ook goed wonen zijn)
  38. Tilburgs: ik wosse wiese wèsse won. (=ik wou dat ze wisten wat ze wilden.)
  39. Rotterdams: Als ik zo rijk was ging ik Den Haag wonen (=ALS JE GEEN GELD KAN BIJPASSEN)
  40. Zuuns: gaile zet zeikest van de vosseplaain (alias de Basteleusstraat waar vroeger veel bewoners van de Brussels oude markt kwamen wonen) (=dat zijn bedriegers, leugenaars)
  41. Tilburgs: Ik docht ok al hil den tèd bè m'n ège, wè trekket hier mar gin wonder, 't hat mènne vurbroek nog openstoan. (=ik dacht de heletijd al wat tocht het hier, maar mijn gulp stond open.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen