Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` wen`

  1. de steven wenden (=op een andere manier de dingen gaan aanpakken)
  2. de wens is de vader van de gedachte. (=je gelooft iets, omdat je wil dat het zo is)
  3. iemand naar de barbiesjes wensen (=iemand verwensen)
  4. iemand naar de maan wensen (=iemand verwensen)
  5. iemand naar de mokerhei wensen (=iemand verwensen)
  6. iemand op zijn wenken bedienen (=iemand altijd en onmiddellijk geven waar hij om vraagt)
  7. ik help je dat wensen (=ik hoop het wel voor je!)
  8. naar de mokerhei wensen (=verwensen)
  9. te wensen overlaten (=niet geheel voldoen)
  10. zich in het slijk wentelen (=genieten van iets dat slecht is)

11 betekenissen bevatten ` wen`

  1. voor Sinterklaas spelen. (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  2. van die boer, geen eieren. (=dit is een oplossing die men niet wenst.)
  3. een keer nemen (=een wending nemen, veranderen)
  4. wat de boer niet kent, dat vreet hij niet. (=hij wenst uitsluitend gerechten te nuttigen die hij reeds kent.)
  5. je kan het dak op. (=jouw wens wordt niet gehonoreerd.)
  6. omstaan leren (=leren schikken naat de wensen en bevelen van een ander)
  7. men moet straten voor stegen kennen (=men moet weten tot wie men zich wendt)
  8. een liedje van verlangen zingen (=op allerlei manieren een wens uitspreken)
  9. naar de ogen zien (=trachten zijn wensen te raden)
  10. veel noten op zijn zang hebben (=veel eisen en wensen dat aan alle verlangens wordt voldaan)
  11. pia vota (=vrome wensen)

Het dialectenwoordenboek kent 50 spreekwoorden met ` wen`

  1. Munsterbilzen - Minsters: ne vroenk tron gaeve (=een andere wending er aangeven)
  2. Antwerps: amaai da voart (=Dat moet ik nog wennen)
  3. Aalters: dzjakkeleurn teegn da der blijt'dè van komt (=ravotten tot wenens toe)
  4. Mestreechs: eurgens unne dreij aon geve (=wending geven aangesprek/situatie)
  5. Westerkwartiers: nije woag'ns kroak'n altied (=nieuwe contacten moeten wennen)
  6. Sint-Niklaas: da foart (=dat is een heel verandering (dat is even wennen))
  7. Horster: Op de wenkbrauwe noar hoes (=beschonken zijn)
  8. Overpelts: lup luête hange (=wenen)
  9. Heezers: Hij kan zunnen drei nie kriege (=Hij kan er niet aan wennen)
  10. Tilburgs: wennu tadderak (=wat een ondeugend kind)
  11. Sint-Niklaas: da foart (=daar moet ik nog aan wennen)
  12. Veurns: ze droai nie vieng'n (=zich moeilijk aanpassen, moeilijk wennen)
  13. Westerkwartiers: hij is 't lied'n wel wend (=hij heeft altijd moeilijkheden)
  14. Walshoutems: tjoele (=Droevig klagend wenen)
  15. Waregems: godseentui ! (=wens na niesbui)
  16. Tilburgs: wenne koekesjoeres (=wat een halve gare)
  17. Katwijks: al ut nòdùgùh (=de beste wensen)
  18. Westerkwartiers: één noar d'oog'n zien (=handelen naar iemand's wensen)
  19. Veurns: Snot en kwiel kriesch'n (=Veel en hard wenen)
  20. Veurns: 'n duuvels zak is nooëit vul (=hij wenst altijd maar meer geld te bezitten)
  21. Veurns: snot en kwiel kriesjch'n (=bittere tranen wenen)
  22. Bilzers: green laache (=lachen en wenen tegelijkertijd)
  23. Munsterbilzen - Minsters: Wendieke kende hij ook niet goed (=de advocaat wist niet meer van wanten)
  24. Bilzers: Miëtse buie en aprilse grille, daaj koëme en gon weneij ze wille (=Maartse buien en aprilse grillen...)
  25. Drents: 'k Heb vannacht gien wenk in de ogen had. (=Ik heb de hele nacht niet geslapen)
  26. Lokers: Duikt au weierme mee au gat bluuët (=Goede nacht wens)
  27. Munsterbilzen - Minsters: vansglijks vansgelijke (=ik wens je hetzelfde)
  28. Venloos: dae haet vuuël noten op zien gesang (=iemand die veel wensen heeft)
  29. Munsterbilzen - Minsters: heir ich tich nog (=stop met wenen !)
  30. Geels: Ni blèite, mo frète! (=Niet wenen, maar eten!)
  31. Kortrijks: Skréjm van ontroasie (=Wenen van ontroering)
  32. Bilzers: de groete ende wénd vanaater (=de beste wensen en veel geluk)
  33. Veurns: mi geld kop je goeëd (=met geld verwerf wat je wenst)
  34. Staphorsts: ik heb gien wenk ien d'oog'n had (=ik heb geen oog dicht gedaan)
  35. Bilzers: dae hüb ich lotte zinge (=die heb ik doen wenen)
  36. Steins: Emes gaon verrasje!! (=Iemand zalig nieuwjaar gaan wensen)
  37. tilburgs: wen tadderakken (=Ik heb slechte kaarten in de hand)
  38. Munsterbilzen - Minsters: ich wol daste de krampe èn zen kloete krië(g)s (=hevige buikpijn wens ik je toe)
  39. Munsterbilzen - Minsters: et maog tich wol ès get baeter gon (=ik wens je veel beterschap)
  40. Sint-Katelijne-Waver: Haa zét zaan sirein oep (=Een kind dat begint te wenen)
  41. Sint-Niklaas: ei eé ne krop in zèn keel (=hij staat op het punt om te beginnen wenen)
  42. Holsbeeks: zè mo woës, menneke, ge moet ni groëze (=wees maar braaf,kindje, je moet niet wenen)
  43. Steins: Dao gewèns-te dich waal aan (=Daar wen je wel aan)
  44. Tilburgs: wen weer wir war! (=wat een weertje!)
  45. Haags: hacht voar wenig maar nooit sjagereinig (=haags optimisme)
  46. Brees: Viëf oor heb ik ut kink van de buüre huüre meêke (=Vijf uur heb ik het kind van de buren horen wenen)
  47. Bilzers: ze hübben hër gekreet (gefarazjied) totze begos te janke (=ze haalden haar het bloed vanonder de nagels tot ze begon te wenen)
  48. Heusdens: os nicole zee alteit,asm t'gruutste stuk nie hit begintmtebleite (=ons nicole zei altijd,als hij het grootste stuk niet heeft begint hij te wenen)
  49. Sint-Katelijne-Waver: Aad jaar Nief jaar twiê koeken is eu paar kwèns aa ne gelukkige nievejaar (=Oud jaar,nieuwe jaar twee koeken is een paar 'k wens je een gelukkig nieuwjaar)
  50. Klemskerks: God zeegent j'en bewoar' je van duuvels en slicht volk: wens voor een behouden tocht, gezegd wanneer iemand afscheid neemt en zich op weg begeeft. Een variant van deze uitdrukking is: God zeegent j'en bewoar' je van duuvels en Roeseloarnoars (toespeling op de leurders van de Roeselaarse nieuwmarkt, die nogal ongunstig aangeschreven stonden) (=God zegene en beware je van duivels en slecht volk)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen