Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` wagen`

  1. de lens is uit de wagen (=de zaak is vastgelopen)
  2. de paarden achter de wagen spannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  3. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  4. het paard achter de wagen spannen (=iets nutteloos doen of verkeerd aanpakken)
  5. Het paard achter de wagen spannen. (=De zaak verkeerd aanpakken)
  6. het vijfde rad/wiel aan de wagen (=totaal overbodig, ongewenst)
  7. krakende wagens lopen/rijden het langst (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
  8. zich in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
  9. zich op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan praten waar die weinig van af weet)

2 betekenissen bevatten ` wagen`

  1. ergens een gooi naar doen (=een kans wagen of iets proberen te raden)
  2. het wordt buigen of barsten (=het ergens op wagen)

Het dialectenwoordenboek kent 33 spreekwoorden met ` wagen`

  1. Weerts: Gaer doeëd laeftj lang (=Piepende wagens lopen het langst)
  2. Dunges: Piepende wagens loapen 't langst, wanr doar word nie veul opgelaoie (=Ziekelijke mensen worden ontzien)
  3. Westerkwartiers: de deur stijt wiedwoagn's oop'n (=de deur staat wagenwijd open)
  4. Wagenings: ik bas van de dos (=ik heb dorst)
  5. Westerkwartiers: over één nacht ies goan (=iets er zonder nadenken op wagen)
  6. Munsterbilzen - Minsters: zen dieër steet nog oëpe, verwaachste nog bezik (=waarom staat je broek nog wagenwijd open ?)
  7. Budels: Reet buugt,maer unnen eik brikt (=krakende wagens lopen het langst)
  8. Wagenings: Kie wan wang woa (=Kijk eens wat een wang)
  9. Wagenings: Lao ma, 'khetta (=Laat maar, ik heb het al!)
  10. Bilzers: Waaj 'n kae èn 'n haog (=Als het vijfde wiel aan de wagen)
  11. Millers: 't spélkë zit op dë wôagël (=het spel zit op de wagen)
  12. Wagenings: zeverendertig (=zevenendertig)
  13. Wagenings: ik slao hem de bek veur wô (=ik sla hem)
  14. Wagenings: ik slao hum veur zun bek veur (=ik sla hem tegen zijn bek aan)
  15. Wagenings: moet ligt munt veur de kachel (=moeder ligt uitgeteld voor de kachel)
  16. Munsterbilzen - Minsters: menen auto ès stik noë de kloete (=mijn wagen is total loss)
  17. Waregems: ie zit versteld (=hij heeft zich met de wagen vastgereden)
  18. Wagenings: duuzend (=duizend)
  19. Munsterbilzen - Minsters: traut vlamme (=snel optrekken (met wagen))
  20. Zwevegems: d'er mee euj klakke noa sloan (=een gok wagen)
  21. Wagenings: piepers jassen (=aardappelen schillen)
  22. Wagenings: ik slao hem de bek veur wô (=ik sla hem op zijn gezicht)
  23. Kinrooi: Vrouldje-emancipatie hiltj op es ze mètte wage in pan valle! (=Vrouwen-emancipatie houdt op wanneer ze met de wagen in panne vallen!)
  24. tervurens: tes koekenbak (=het spel zit op de wagen)
  25. Brakels: 't es gènk (=het spel zit op de wagen)
  26. Sallands: Pas ter op! / Waog 't! (=Ik zou het niet wagen!)
  27. Wagenings: Wil je memme lopen? (=Wil je verkering?)
  28. Munsterbilzen - Minsters: ter vür spek en baune bijloope (=het vijfde wiel aan de wagen zijn)
  29. Munsterbilzen - Minsters: ter vër spek en baune bijzitte (=het vijfde wiel aan de wagen zijn)
  30. Gents: vragen es vrij en ' t refuseeren staat er bij (=uw kans wagen bij een meisje)
  31. Wagenings: keel keel wat un wee wo (=kerel kerel wat een weer)
  32. Maas en waals: Modde gij nog mee in de wagen? (=Wil je mee in de auto?)
  33. Brussels: In 't vloms, menier. 'k zaan garreveid, 'k hem gefreineid, 'k hem gederappeid en 'k zaan op daan andere otto gevlauge (=In het Nederlands, mijnheer. Ik ben aangekomen, heb geremd, ben beginnen slippen en heb die wagen geraakt.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen