Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` wacht`

  1. daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  2. een aflossing van de wacht (=een vervanging van de ene persoon door een andere)
  3. iemand de wacht aanzeggen (=een laatste waarschuwing geven)
  4. iets in de wacht slepen (=op oneerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor weinig geld)
  5. in de wacht slepen (=winnen - verwerven)

12 betekenissen bevatten ` wacht`

  1. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  2. ik ben geen uithangbord (=ik heb meer te doen, ik blijf niet wachten/zo staan)
  3. overstag gaan (=na aandringen/lang er mee wachten toegeven)
  4. nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn)
  5. voor de boeg hebben (=nog voor zich hebben, te wachten staan)
  6. op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
  7. wachten tot je een ons weegt (=onmogelijk lang wachten)
  8. uit vuile lepels eten (=staat U te wachten als het slecht afloopt)
  9. boven het hoofd hangen (=te wachten staan)
  10. Daar staan klompen (=Tevergeefs wachten)
  11. op een klein pitje zetten (=tijdelijk laten wachten, slechts langzaam laten verdergaan)
  12. ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)

Het dialectenwoordenboek kent 45 spreekwoorden met ` wacht`

  1. Rous (Sint-Genesius-Rode): vaaf meneute vè brussel (=even wachter aub)
  2. Westerkwartiers: d'r stijt ons wat te wacht'n (=er staat ons wat te wachten)
  3. Roermonds: doe kins wachte toet belaoke paose (=je kan wachten tot sint juttemis)
  4. Gronings: Kist wachtn (=Heb je tijd)
  5. Westerkwartiers: dat kenn'n zij niet wacht'n (=daar hebben zij geen tijd voor)
  6. Westerkwartiers: kenst eev'm wacht'n ? (=heb je even tijd ?)
  7. Gents: zijn lief weunt in wachtebeke (=iemand die aan geen lief geraakt)
  8. Valkenswaards: wocht us efkes (=even wachten)
  9. Munsterbilzen - Minsters: poeël haage (=blijven wachten)
  10. Rotterdams: delfs blauwe benen krijgen (=wachten)
  11. Munsterbilzen - Minsters: iemes lotte sjildere (=iemand lang laten wachten)
  12. Sint-Niklaas: novunnant (=ongeveer; het is af te wachten)
  13. Westerkwartiers: wat hangt ons boov'm de kop ? (=wat staat ons te wachten ?)
  14. Munsterbilzen - Minsters: asset èn zene kop höbs, höbset nie èn zen K. (=niet kunnen wachten)
  15. Sint-Niklaas: wurtel schieten (=lang moeten wachten)
  16. Hals: op hiete stiene zitten (=niet kunnen wachten)
  17. Nunspeets: Kom mar bie Bart in de rieje (=op je beurt wachten)
  18. Weerts: Loatj mer koome wi-j ut keumptj (=We wachten rustig af)
  19. Deinzes: Wach' ke vijve. (=Wacht eens even)
  20. Tongers: waag oere toer oaf (=wacht uw beurt af)
  21. Bilzers: mekan wottel sjiete (=te lang moeten wachten)
  22. Liemers: Dah vrit gin brood (=Dat kan wachten)
  23. Munsterbilzen - Minsters: ston te sjildere (=lang moeten wachten)
  24. Westerkwartiers: hij holt 'n slag om 'e aarm (=hij wacht voorzichtig af)
  25. Sint-Niklaas: 't is te zien oe da zèn muts stot (=het is af te wachten of hij goed gezind is)
  26. Wetters: een eze (=een geboorte die langer dan 9 maanden op zich laat wachten)
  27. Sint-Niklaas: we zimmen nog nie on de nief petetjes (=er staat ons nog wat te wachten)
  28. Rotterdams: 't mos groeit tusse m'n benen (=ik sta hier al heel lang te wachten)
  29. Munsterbilzen - Minsters: wo steet mich nog ammel vër de dieër (=wat staat me nog allemaal te wachten)
  30. Herns (Herne, VL-B): Menutjen é pieken (=Wacht eens even)
  31. Bilzers: doë konste nie onderaut (=dat staat je hoe dan ook te wachten)
  32. Opglabbeeks: doa hinkt oes noeg get buve de kop (=er staat ons nog wat te wachten)
  33. Arendonks: hai stah doar scheuwen te schildereh (=hij wacht op zijn lief)
  34. Budels: huddig vur de fiehn, want de groof dundig neet. (=wacht u voor fijnpraters)
  35. Sint-Niklaas: ei springt erop gullèk nun bok op doaverkist (= haverkist) (=hij kan niet langer wachten om te beginnen eten)
  36. Munsterbilzen - Minsters: 'tès ammel get,zaag Bet, en ze hoch twei jing on één T. (=het is beter op iemand dan op niemand te moeten wachten)
  37. Bosch: wah ge in oew kupke hed, hedde nie in oew kuntje (=Een idee hebben en niet kunnen wachten om het ten uitvoer te brengen.)
  38. Texels: eerst gròòte mense, dan hangòòre (=kleine kinderen moeten op hun beurt wachten)
  39. Ninoofs: a zitj op de zille van de veerdeer (=nog een week wachten en het is aan ons)
  40. Antwerps: 't woater stoat al in men oëge (=gezegde wanneer men niet langer kan wachten voor een toiletbezoek)
  41. Westerkwartiers: één de wacht aanzegg'n (=iemand zeggen waar het op staat)
  42. Westerkwartiers: ik ken 't niet wacht'n (=ik heb geen tijd)
  43. West-Vlaams: je lat der gin gras over groein (=je wacht er niet mee)
  44. Achterhoeks: Kunnen wachten (=Er tijd voor hebben)
  45. Bilzers: De wilstech nog joenk vürdoen aste al aad bés, mér dan ésset viël te laot (=Wacht niet tot later met wat je nu nog kan doen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen