Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


50 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` waar`

  1. al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt ze wel (=leugens komen altijd uit)
  2. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
  3. buiten de waard rekenen (=niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken)
  4. dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  5. dat is nog geen haaienvin waard (=waardeloos)
  6. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
  7. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  8. de ene dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  9. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  10. de kurk waarop de zaak drijft (=de basis (steun) van het geheel)
  11. een goed hart is goud waard (=je treft niet snel meer mensen met een goed karakter)
  12. een goede daad is goud waard (=iemand helpen is goed)
  13. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  14. een waarheid als een koe (=iets totaal vanzelfsprekends)
  15. een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  16. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  17. geen knip voor de neus waard zijn (=zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben)
  18. geen rooie cent waard (=waardeloos)
  19. geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
  20. goede raad is goud waard (=met goede aanwijzingen kan je heel veel doen)
  21. goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
  22. het bloed kruipt waar het niet gaan kan (=de aard verloochent zich nooit)
  23. het sop is de kool niet waard (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
  24. het staat geschreven en gedrukt je moet krabben waar het jeukt (=problemen bij de bron aanpakken)
  25. het zijn niet de slechtste vruchten waaraan de wespen knagen (=over de goede mensen worden vaak onaardige dingen verteld)
  26. het zout in de pap niet waard zijn (=niets presteren)
  27. iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
  28. iemand ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen, eerlijk zeggen waar het op staat)
  29. iets beneden zijn waardigheid achten (=iets niet willen doen omdat men vindt dat men een betere taak waard is)
  30. in het hoekje zitten waar de slagen vallen (=zich in een groep bevinden die altijd het moeilijk heeft of problemen krijgt)
  31. je kunt nooit weten waar een paling kruipt (=zeg nooit nooit)
  32. kinderen en dronkaards spreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)
  33. Liefde is waar de geldbuidel hangt (=Liefde is te koop)
  34. met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
  35. Nog geen koude aardappel waard zijn (=Weinig waard zijn)
  36. ongesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
  37. op de eerste april zendt men de gekken waar men wil (=op 1 april worden grappen uitgehaald)
  38. overdag hebben waar men 's nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen krijgen)
  39. Parijs is wel een mis waard (=om een voordeel te behalen bij tegenstanders aansluiten)
  40. van december tot maart is de schol de pan niet waard (=platvis moet je in de zomer eten)
  41. van nul en generlei waarde (=waardeloos)
  42. varen waar de grote mast vaart (=klakkeloos de baas volgen)
  43. weten waar Abraham de mosterd haalt (=weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen)
  44. weten waar de schoen wringt (=weten waar het probleem zit)
  45. weten waar het schoentje knelt/wringt (=weten waar het probleem zit)
  46. weten waar men aan toe is (=weten wat men te verwachten heeft)
  47. weten waar Petrus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)
  48. wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
  49. Wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=Alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  50. zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten (=men ziet de anderen zoals men zichzelf ziet)

149 betekenissen bevatten ` waar`

  1. zijn leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)
  2. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  3. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  4. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  5. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  6. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  7. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  8. de ogen verblinden (=blind maken voor de waarheid)
  9. achter de schermen (=daar waar men het niet ziet)
  10. zo gaan er twaalf in het dozijn (=dat heeft weinig waarde)
  11. zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
  12. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  13. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  14. dat is een ver-van-mijn-bed-show (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  15. daar is geen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
  16. dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  17. dat is een aalshuid (=dat is van weinig waarde)
  18. dat is naatje/pet (=dat is waardeloos)
  19. het gouden kalf aanbidden (=de hoogste waarde hechten aan geld / zich onderdanig gedragen tegenover rijken)
  20. als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
  21. het land van belofte (=de plaats waar het goed toeven is)
  22. in de lift zitten (=de situatie waarin het zit wordt beter)
  23. dat is de hamvraag (=de vraag waar het om gaat)
  24. olie drijft boven (=de waarheid komt aan het licht)
  25. alles komt uit al moesten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit)
  26. de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het licht)
  27. er geen doekjes om winden (=de waarheid onverbloemd vertellen)
  28. de kraaien zullen het uitbrengen (=de waarheid zal aan het licht komen)
  29. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  30. zij hebben een te grote broek aangetrokken (=die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed heeft)
  31. de nekslag geven (=door iets wordt de situatie een te groot probleem waardoor men het niet meer aan kan)
  32. de oren wassen (=duchtig ervan langs geven, de waarheid zeggen)
  33. de neus optrekken (=duidelijk maken dat men iets of iemand niet waardeert)
  34. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  35. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is)
  36. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  37. een Uriasbrief (=een brief waarin een verschrikkelijk bericht staat)
  38. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  39. iemand de wacht aanzeggen (=een laatste waarschuwing geven)
  40. een land van melk en honing zijn (=een land waar het goed en voorspoedig leven is)
  41. eerlijk duurt het langst (=een leugen komt op den duur altijd uit, maar de waarheid blijft altijd waar)
  42. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  43. een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
  44. aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  45. de kool en de geit sparen (=een oplossing vinden waar beide partijen tevreden mee kunnen zijn)
  46. een onbekookt plan (hebben) (=een plan hebben waar niet goed over is nagedacht)
  47. een wet van Meden en Perzen zijn (=een regel waarvan nooit mag worden afgeweken)
  48. zoiets is monnikenwerk (=een saaie, harde, langdurige taak. / Een taak waar heel veel geduld bij komt kijken)
  49. een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  50. waarheid met de slag om de arm (=een waarheid die vele facetten kent)

Het dialectenwoordenboek kent 465 spreekwoorden met ` waar`

  1. Venloos: Det is mich veur vièf äöftjes (=Waardeloze rommel)
  2. Ninoofs: woeëbeumenaut (=waardeloos hout)
  3. Sevenums: Wat dun boôr nit kent vritte nit (=wat iemand niet kent waardeert hij niet)
  4. Westerkwartiers: da's kwoajonges waark (=dat is amateurwerk)
  5. Overpelts: iemand van késkeschiet (=iemand die waardeloos is)
  6. Vaassens: A´k oe waare (=Als ik jouw was)
  7. Bilzers: gene stamp onder zen kloete wiëd zin (=die is waardeloos)
  8. Bilzers: waaj éster on zen in gekoëme (=waaraan is hij gestorven)
  9. Westerkwartiers: waark'n is veur de domm'n (=wie slim is werkt niet)
  10. Horster: en ding ván lek-me-vesje (=een waardeloos ding)
  11. Oudenbosch: tis lauwloen mee de klep dicht (=het is waardeloos)
  12. Antwerps: êi is te stoem oem lege zakke recht te zette (=hij is waardeloos)
  13. Westfries: 'T doodskoppe niet weerd (=Waardeloos persoon)
  14. Amsterdams: Aggenebbish, Aggenebbisj, Aggenebbis (=Waardeloos, Slechte kwaliteit)
  15. Wommersoms: héj' es gin vèèf frang we-jat (=hij is een waardeloos persoon)
  16. Roosendaals: Schòòn waark. (=Opgeruimd staat netjes.)
  17. Oudenbosch: das mooi waark (=dat komt goed uit)
  18. Giethoorns: De plezierbroek moei-j mit de waarkbroek verdienen (=Eerst werken ,dan feest vieren)
  19. Westerkwartiers: dat waar'n troop'm joar'n (=dat waren zeer zware tijden)
  20. Westerkwartiers: ze waar'n vier staark (=ze waren met z'n vieren)
  21. Westerkwartiers: 'n nij waark op touw zett'n (=een nieuw karwei beginnen)
  22. Munsterbilzen - Minsters: get autte sjikkebak (=iets van weinig waarde)
  23. Opglabbeeks: koad zègge waat det gekost hèt (=onschatbare waarde)
  24. Gents: gien sjieke toebak wird (geen tabakspruim waard ) (=niets waard)
  25. Kerkraads: huije ze dich mar in eng hek jesprietst dan woasjte nog ee schun pisputje woeede (=waardeloos iemand)
  26. Tilburgs: zullie waaren ur ok meej ötgescheeje (=zij waren er ook mee opgehouden)
  27. Westerkwartiers: da's loopjes waark (=dat gaat in de loop weg mee)
  28. Budels: iemud loaten geweren (=iemand in zijn waarde laten)
  29. Antwerps: 'k mag doedvalle aklieg (=de waarheid vertellen)
  30. Mestreechs: op hawwe met drum dreije (=eindelijk de waarheid vertellen)
  31. Gelaens (Geleens): Emes dèksele. (=Iemand de waarheid zeggen.)
  32. Munsterbilzen - Minsters: tés n weelde aste mét weineg kons laeve (=rijkdom kan je niet waarderen als je nooit armoe hebt gekend)
  33. Westerkwartiers: da's heul ondankboar waark (=aan dat werk valt geen eer te behalen)
  34. Ninoofs: 't es iet ooëtj de sjikkenbak (=het is iets van weinig waarde)
  35. Groesbeeks: Nosteren (=Iemand de waarheid zeggen)
  36. Oudenbosch: z n oge waare groter dan zunne buik (=hij kreeg zijn bord niet leeg)
  37. Tilburgs: hur haande waare pèèrs van de kaaw (=haar handen zagen paars van de kou)
  38. Merenaars: ni wete van wat out pijlen mauken (=niet weten waarin of waaruit)
  39. Walshoutems: te mûtjewêêt (=De moeite waard)
  40. Oudenbosch: das wel un mis weert (=dat is de zonde waard)
  41. Mestreechs: dat is gein piep stöb weerd (=dat is niets waard)
  42. West-vlaams: gin roste klute weird zien (=niets waard zijn)
  43. Opglabbeeks: neet alle huit is sjrienwurkershuit (=niet alles is evenveel waard)
  44. Vlijtingens: gèe knepke wjad zie (=geen duit waard zijn)
  45. Munsterbilzen - Minsters: zen zaolighètse gaeve (=de waarheid zeggen)
  46. Lichtervelds: tis beniesd, tis woa (=het is de waarheid)
  47. Bilzers: iemed aut zenen dreem haole (=iemand de waarheid zeggen)
  48. Munsterbilzen - Minsters: iemes de leviete laeze (=iemand de waarheid zeggen)
  49. Klemskerks: te kwiste goan: verloren gaan, gezegd van waardevolle zaken. (=te kwiste gaan)
  50. West-vlaams: 't is gin kloatn weird (='t is niets waard)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen