Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` volle`

  1. de volle laag krijgen (=alles over zich heen krijgen)
  2. het is volle bak (=het is helemaal uitverkocht; er zijn heel veel mensen)
  3. iemand het volle pond geven (=uitvoerig en duidelijk antwoorden)
  4. Liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=Vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
  5. zijn volle gewicht in de strijd werpen (=zich er volledig voor inzetten)

10 betekenissen bevatten ` volle`

  1. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  2. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  3. met wortel en tak uitroeien (=iets volledig bestrijden om er geen last meer van te hebben)
  4. hij is een open boek voor mij (=ik doorzie zijn karakter volledig)
  5. ten voeten uit (=letterlijk: de volledige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een getrouwe persoonsbeschrijving)
  6. ze niet allemaal (alle vijf) op een rijtje hebben (=niet bij zijn volle verstand zijn. (alle vijf = de zintuigen))
  7. nog niet op eigen benen kunnen staan (=nog niet zichzelf volledig zelfstandig kunnen redden)
  8. in hart en nieren (=vanuit volle overtuiging)
  9. zijn volle gewicht in de strijd werpen (=zich er volledig voor inzetten)
  10. op eigen wieken drijven (=zich volledig kunnen redden van het geld dat iemand verdient)

Het dialectenwoordenboek kent 56 spreekwoorden met ` volle`

  1. Leefdaals: vollenbak; ook: vollen toebak (=zo hard mogelijk)
  2. Riemsts: de volle patrol (=in volle vaart)
  3. Lebbeeks: nief: We zéll'n a volledeg in 't nief steken (=We zullen je volledig nieuwe kleren kopen)
  4. Overmeers: ne vullen ieëmer (=een volle emmer)
  5. Brugs: up ze gat vollen (=stomverbaasd zijn)
  6. Veurns: etwoar over vollen (=zich ergeren aan iets)
  7. Tilburgs: de volle roefel betaole (=het volle pond betalen)
  8. Deinzes: vanessntens (=het volledige eind)
  9. Munsterbilzen - Minsters: das mei as twei haendsjes vol (=dat is een volle statie !)
  10. Asses: daa ès veul vollek in de staasse (=over een rondborstige dame :)
  11. Lovendegems: vollen bak (=tot het uiterste gaan*)
  12. Aspers: t'aas helegans vermuest (=het is volledig verprutst)
  13. Sint-Niklaas: 't is gelemoal af (=het is volledig afgewerkt)
  14. Merenaars: a es plasje zot (=iemand die volledig gek is)
  15. Merenaars: iet sadoeët mauken (=iets volledig opeten)
  16. Munsterbilzen - Minsters: stik noeë de K. (=volledig uitgeteld)
  17. Bilzers: alles autte kas haole (=met volle inzet)
  18. Diems: mutvol, aangelaaje, een bult aan de buuk gegè:en (=volle buik)
  19. Munsterbilzen - Minsters: trèk zen vollees èns op ! (=word wakker !!!)
  20. Sint-Niklaas: in de blakke zon gô rongdlopen (=in de volle stekende zon gaan rondlopen)
  21. Bilzers: de vol speet (=in volle vaart)
  22. Booms: vierklaavers (=in volle vaart)
  23. Merenaars: 't es ze vouder gesketen (=hij lijkt volledig op zijn vader)
  24. Veurns: J' è gliek en nog en endiege toeë (=Je hebt volledig gelijk)
  25. West-Vlaams: Up u doze vollen, ip ui mulle dèssen (=Op je gezicht vallen)
  26. Aalters: duut en nuug uit (=volledig dood zijn)
  27. Twents: Volle geluk in 't tuk (=Gelukkig nieuwjaar!)
  28. Nijlens: en vijs kweit sen (=niet bij zijn volle verstand)
  29. Venloos: Trek op, trek op dae wekker, snót smak lekker! slik door slik door, doar isse veur. (=Als je een volle neus hebt)
  30. Zeeuws: tstoeng as erren op un ond (=volle bos)
  31. Westfries: die het met jou nôdig hillegaar nìks! (=die gaat volledig zijn eigen gang)
  32. Westerkwartiers: dat geef ik dij op 'n briefke (=daar sta ik volledig voor in)
  33. Waregems: tes heêl gakmandeerd, tes t'r ol an dat 't es (=het is volledig beschadigd)
  34. Nevels: ie es volledig de muile in (=zeer dronken zijn)
  35. Bilzers: de vol speet (=op volle snelheid)
  36. Munsterbilzen - Minsters: tiëge de klippen op (=volle bak)
  37. Zuuns: ik was da `grat` vergeite (=ik was het volledig vergeten)
  38. Munsterbilzen - Minsters: autlüppele (=volledig leeg eten)
  39. Weerts: wi-j voller de buuërs, wi-j lieëger 't laeve (=geld potten maakt niet gelukkig)
  40. Waregems: 'k volle ier in ne strek / 'k ben stroatof (=ik ben nu doodop)
  41. Bilzers: dat kümp zau van wijd voert (='t is niet met volle goesting)
  42. Wolvertem: daa es veul vollek in de stase (=iemand met dikke borsten)
  43. West-vlaams: J' es moa g'acht lik 't oor an zin skoen (=Hij wordt volledig miskend. (hij is maar geacht als de modder aan zijn schoenen))
  44. Westerkwartiers: ze gaav'm 'em 't volle pond (=ze gaven hem de volle lading)
  45. Oudenbosch: diejis regt de keers ingevloge (=die is meteen volledig mislukt)
  46. Westerkwartiers: hij ging heulemoal onneruut (=hij zakte volledig door de mand)
  47. Westerkwartiers: dat ken ik onnerstreep'm (=ik kan dat volledig beamen)
  48. Sint-Niklaas: e wezen gullèk een volle moan (=een groot vet, rond gezicht)
  49. Munsterbilzen - Minsters: den heile werd lik on zen viet (=hij heeft het volle leven nog voor zich)
  50. Waregems: ie moest het gemeug'n (=hij kreeg de volle lading (scheldwoorden))



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen