Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` verst`

  1. aan het verstand brengen (=duidelijk maken)
  2. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  3. er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
  4. het verstand komt met de jaren (=naarmate je ouder wordt, word je wijzer en verstandiger)
  5. met het verstand van een garnaal (=erg weinig verstand, erg dom)
  6. mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
  7. Niemand zoekt de ander in de oven als hij er zich niet zelf in verstopt heeft (=Alleen wie zelf slecht is denkt slecht over anderen)
  8. van iets zoveel verstand hebben als een koe van saffraan eten (=ergens geen verstand van hebben)
  9. zijn verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)

42 betekenissen bevatten ` verst`

  1. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  2. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  3. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  4. wie plast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
  5. er geen kaas van hebben gegeten (=er geen verstand van hebben)
  6. er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
  7. de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of althans doen alsof)
  8. met het verstand van een garnaal (=erg weinig verstand, erg dom)
  9. van iets zoveel verstand hebben als een koe van saffraan eten (=ergens geen verstand van hebben)
  10. ergens geen tittel of jota van afweten (=ergens geen verstand van hebben, ergens helemaal geen kennis van hebben)
  11. van Teeuwes nog Meeuwes weten (=ergens van helemaal geen verstand hebben)
  12. Verstand hebben van gekookt eten. (=Ergens verstand van hebben.)
  13. aan iets blijven hangen (=ergens verstrikt in raken, ermee bezig blijven)
  14. niet thuis zijn van (=geen verstand hebben van - niet willen weten van)
  15. ze alle vijf bij elkaar hebben (=goed bij zijn verstand zijn)
  16. zijn verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)
  17. er mankeert iets in zijn bovenkamer (=hij is niet goed bij zijn verstand)
  18. hij heeft een klap van de molen gekregen (=hij is niet goed meer bij zijn verstand)
  19. met molentjes lopen (=in de war zijn, niet goed bij het verstand zijn)
  20. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  21. te kennen geven (=laten verstaan)
  22. De domste boeren hebben de dikste aardappelen (=Met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  23. het verstand komt met de jaren (=naarmate je ouder wordt, word je wijzer en verstandiger)
  24. ze niet allemaal (alle vijf) op een rijtje hebben (=niet bij zijn volle verstand zijn. (alle vijf = de zintuigen))
  25. van lotje getikt zijn (=niet goed bij het verstand zijn)
  26. een klap van de molen (beet) hebben (=niet goed bij het verstand zijn)
  27. hij ziet ze vliegen (=niet goed bij het verstand zijn)
  28. met de mond vol tanden staan (=niet weten wat je moet zeggen / ergens versteld van staan)
  29. het op de heupen hebben (=slecht gehumeurd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
  30. in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beetje verstand om baas te zijn)
  31. als het bier is in de man dan is de wijsheid in de kan (=van dronkaards verwacht men geen verstandige woorden)
  32. van toeten noch blazen weten (=van iets geen verstand hebben)
  33. een grote lantaarn, een klein licht (=veel praat, maar weinig verstand)
  34. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  35. ze niet alle vijf hebben (=vreemd gedragen of niet goed bij het verstand zijn)
  36. niet hoog timmeren (=weinig verstand hebben)
  37. hoe groter geest hoe groter beest (=wel verstandig, maar daarom niet goedhartig)
  38. holle vaten bommen/klinken het hardst (=wie er het minste verstand van heeft, verkondigt het luidst zijn mening)
  39. het zijn twee handen op een buik (=ze verstaan elkaar volkomen)
  40. het zijn twee hoofden onder een kaproen (=ze verstaan elkaar volkomen , ze werken samen)
  41. iemand of iets het hoofd bieden (=zich met verstand en beleid verzetten tegen iemand of iets, iemand weerstaan)
  42. geen knip voor de neus waard zijn (=zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 93 spreekwoorden met ` verst`

  1. Veurns: van je lankst’/verst’ ontoed zien (=van je verste herinnering zijn)
  2. Antwerps: 'k verstaon er giene zak van (=ik versta er niets van)
  3. Bilzers: asset nie verstees moesset mér verzitte (=ge zult het wel verstaan)
  4. Antwerps: 'k verstaon er gien kneit van (=ik versta er niets van)
  5. turnhouts: Genne meuzzel verstaand (=Geen greintje verstand)
  6. Kortemarks: tis ol gièèn suukre en zièèm (=de verstandhouding is zoek)
  7. Steins: verstaot uch !! (=maak toch geen ruzie!!)
  8. Sint-Niklaas: zich versteken (=zich verbergen)
  9. Huizers: De snie is d'r uit (=Goede verstandhouding verbroken)
  10. Zelzaats: Skrebielden (=Versteende as uit de kachel)
  11. Westerkwartiers: hij kwam niet opdoag'n (=hij liet verstek gaan)
  12. Bilzers: geen houër op mene kop zo ter aondinke vér... (=in de verste verte niet !)
  13. Twents: He'j het verstaand in'n tuk zit'n ofzo? (=Ben je je verstand verloren)
  14. Kinrooi: Wae verstaon ós dèk baeter door get minder te kalle! (=Wij verstaan ons vaak beter door wat minder te praten!)
  15. Westerkwartiers: ze het nog gien verstandskuuz'n (=zij is nog niet volwassen)
  16. Westerkwartiers: de ienwendege mins verstaark'n (=voedsel nuttigen)
  17. Sinttruins: versto dje mich (=verstaat ge mij)
  18. Zaans: 't hoissie bai 't skuurtje houe (=verstandig en oplettend zijn)
  19. Huizers: Hij verhaerden of verstaerden neit (=Het deed hem totaal niets)
  20. Amsterdams: Sjoege (=Verstand, Kennis)
  21. Munsterbilzen - Minsters: das latijn vür mich (=dat versta ik niet)
  22. Stekens: verstode mij (=versta je mij)
  23. Poperings: 'k verstoan der den utsekluts van (='k versta er niks van)
  24. Waregems: 'k ga versteekn (=ik krijg mijn eten niet meer op)
  25. Urkers: Je olle verstaand (=Je bent niet goed wijs)
  26. Oudenbosch: kunde gijur/ gij eur wiessele ? (=kun jij haar verstaan ?)
  27. Westerkwartiers: hij proat noardat 'er verstaand het (=hij weet niet beter)
  28. Antwerps: agge dieje ze verstaand in e vogeltje stekt, vlieget achteroat ! (=Hij is oliedom)
  29. Oudenbosch: das fraans mee(j)aor (=daar versta ik niets van)
  30. Zwevegems: 'k verstoa d'er nietekloat'n van. (=Ik versta er niets van.)
  31. Munsterbilzen - Minsters: de bès kot van begrip ! (=versta je mij niet goed)
  32. Nijlens: a wet watem zei (=hij heeft er verstand van)
  33. Oudenbosch: ut verstaant kom mee de jaore (=nu kijk je daar anders regen aan)
  34. Westerkwartiers: 't verstaand komt met de joar'n (=hoe ouder, hoe wijzer)
  35. Westerkwartiers: hij kent zien waark van hoaver tot gort (=hij verstaat zijn vak volledig)
  36. Oudenbosch: zijde gij wel goed bij oew verstaand ? (=ben jij wel goed bij je hoofd ?)
  37. Munsterbilzen - Minsters: doë hüb ich èn de verste verte nog nie aon gedaach (=dat kwam nooit in me op)
  38. Spakenburgs: Hebbie wel draad (=Heb je wel verstand)
  39. Gronings: kinst doe t wel verstoan (=kun je het wel verstaan)
  40. Zeeuws: jie heid glad geen klute (=je hebt geen verstand)
  41. Sint-Laureins: geein patotte van èn (=geen verstand van hebben)
  42. Munsterbilzen - Minsters: hae kinter geen jota mei van (=de drukker verstaat er geen letter meer van)
  43. Oudenbosch: khebtur mee verstaand naor zitte kijke (=gebiologeerd hebben zitten kijken naar iets nieuws)
  44. brabants: Bende gij doof ofzo? (=Kun je me niet verstaan?)
  45. Oudenbosch: dijee un klap van de meule gat (=die is niet bij zijn verstand)
  46. Lovendegems: den diene hee ze nie alle vijve (=niet goed bij zijn verstand*)
  47. Nijlens: en vijs kweit sen (=niet bij zijn volle verstand)
  48. Twents: Aske nen wief op`nen orgel spoalt kump d`r gin muziek oet.* (=Verstand (zonder))
  49. Leids: ja oor! (=Als iemand je niet heeft verstaan)
  50. Leefdaals: 'k versteun a ni antwoord: verzit et den (verzit het dan) (='k versta u niet)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen