Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` verlie`

  1. een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken (=mensen veranderen zelden echt)
  2. het hoofd verliezen (=niet meer weten wat te doen)
  3. uit het oog verliezen (=er niet meer aan denken)
  4. waar niets is verliest de keizer zijn recht (=van wie niets heeft, kan men niets vorderen)
  5. wat het huis verliest, brengt het weer terug. (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn.)
  6. wat men aan het zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuinigheid is niet goed)
  7. zijn gezicht verliezen (=zijn eer verliezen)
  8. zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
  9. zijn wilde haren verliezen (=ouder en rustiger worden)

35 betekenissen bevatten ` verlie`

  1. het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
  2. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  3. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
  4. oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
  5. uit het oog, uit het hart. (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is.)
  6. de rode cijfers (=de verliescijfers)
  7. het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief verliezen)
  8. verkikkerd zijn (=dol zijn op iemand/iets of verliefd zijn op iemand)
  9. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen.)
  10. liefde is blind. (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  11. de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
  12. de bietenbrug op gaan. (=falen, ten onder gaan, zwaar verliezen)
  13. aan lager wal geraken (=fortuin verliezen; arm en berooid worden.)
  14. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  15. het schip ingaan. (=groot risico nemen, leidend tot verlies.)
  16. het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  17. het hart zinkt hem in de schoenen (=hij verliest alle moed)
  18. De stoppen slaan bij hem door. (=hij verliest zijn zelfbeheersing)
  19. iemand op de kast jagen. (=iemand zijn goede humeur doen verliezen door plagen.)
  20. iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
  21. wat in het vat zit, verzuurt niet. (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is zal ook worden ingelost)
  22. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  23. met grote heren is het kwaad kersen eten (=met hoge heren verlies je meestal)
  24. in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
  25. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  26. men kan geen omelet maken zonder eieren te breken. (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken.)
  27. een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
  28. in het zand bijten (=tegenstand verduren / verliezen)
  29. aan de degen rijgen (=tot (zwaar) verliezer maken)
  30. ook van de mosterd eten (=veel geld aan iets verliezen)
  31. de moed in de schoenen doen zinken (=wanhopig worden en de moed verliezen)
  32. het eerste gewin is kattegespin (=wie het eerste spelletje wint, verliest soms alle volgende spelletjes)
  33. wie zijn neus schendt schendt zijn aangezicht (=wie zijn goede naam verliest, komt in moeilijkheden)
  34. zijn gezicht verliezen (=zijn eer verliezen)
  35. uit het zadel lichten (=zijn rang of stand of betrekking doen verliezen)

Het dialectenwoordenboek kent 65 spreekwoorden met ` verlie`

  1. Westerkwartiers: 't lijt altied an 'e scheuvels, nooit an 'e scheuvellober (=het verliezen ligt nooit aan de verliezer)
  2. Gents: beu verlied (=hartstikke beu)
  3. Munsterbilzen - Minsters: verliefdigh (=liefde is blind)
  4. Zeels: è ee 't spek å zijn klüeten (=het is een verliezer)
  5. Munsterbilzen - Minsters: zen been vanonder zen K. lope (=iemand achterna lopen (uit verliefdheid))
  6. Bilzers: op zenen donder krijge (=verliezen)
  7. Munsterbilzen - Minsters: ont kotste in trèkke (=Verliezen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: op zen daus krijge (=verliezen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: köpke onder gon (=verliezen)
  10. Budels: Is gestolen door een Mareser (=Wat je in budel verliest)
  11. Bilzers: liefde és blind zaagte boer en hae poende het aaterste vant vérke (=verliefdheid gaat soms ver)
  12. Waregems: dran toesteken (=verlies maken)
  13. Munsterbilzen - Minsters: zen broek sjieëre (=verlies lijden)
  14. Munsterbilzen - Minsters: zen broek sjiëre (=verlies maken)
  15. Bilzers: me blumpke és ont verslakkere (=mijn bloem verliest haar frisheid)
  16. Munsterbilzen - Minsters: de kop (erm) lotte hange (boemele) (=de moed verliezen)
  17. Antwerps: oat oe doeng gerake (=het noorden verliezen)
  18. Mestreechs: pin blieve hawwe (=niet uit het oog verliezen)
  19. Veurns: van ze plumen loaten (=Prestige verliezen)
  20. Munsterbilzen - Minsters: goed zen broek sjieëre (=veel geld verliezen)
  21. Bilzers: de mismoêd èn krijge; 't lotte hange (=de moed verliezen)
  22. Hansbeeks: 't es mij verliet (=Het is me beu)
  23. Bilzers: küpke onder gon (=verliezen)
  24. Munsterbilzen - Minsters: on de pin zauke (=verliezen)
  25. Lichtervelds: je moe nog zn wild oar verliezn (=hij moet nog volwassen worden)
  26. Bilzers: n eegske hübbe op iemed (=verliefd zijn)
  27. Bilzers: téssem én zen sjoën gezak (=de moed verliezen)
  28. Munsterbilzen - Minsters: wae ne gek traut vër de drek, verlies de drek en hilt de gek (=wie een gek huwt voor de grond, verliest de grond maar houdt de gek)
  29. Munsterbilzen - Minsters: dae moet zen wil hoeëre nog verlieze (=hij moet nog volwassen worden)
  30. Poperings: die oede scheure stoat in brande (=die ouwe man is verliefd)
  31. Mechels (BE): as 't schoppeke blèt verliest het zennen beet (=wie praat tijdens het eten verliest zijn eetlust)
  32. Waregems: van z'n zelv'n vol'n, van zijne sies droaj'n (=het bewustzijn verliezen)
  33. Munsterbilzen - Minsters: tiëge nen oëve hoeste nie te gaope (=een arme verliest altijd van een rijke)
  34. Westerkwartiers: woar niks is verlust de keizer zien recht (=waar niets is verliest de keizer zijn recht)
  35. Munsterbilzen - Minsters: hae vaegde zen kloete traon (=de kapitein verliet het zinkend schip)
  36. Bilzers: ze oettem mekan op (=ze gedroeg zich als smoor verliefd)
  37. Bilzers: zen broek tron sjieëre (=verlies lijden)
  38. Bilzers: ich wor dich, en dich wors mich.Ich bén men eege nimei. (=met iedere vriend die we verliezen, verliezen we een stuk van onszelf)
  39. Bilzers: Wae n vroo trouwt vért lijf, behûltet lijf mér verlieset wijf (=laat je niet verlijden door uiterlijke schoonheid)
  40. Hansbeeks: Doar ee 't ij zijn broek aan gescheurd (=Daar heeft hij verlies aan geleden)
  41. Brugs: j'is stékezot van (=hij is hopeloos verliefd op..)
  42. Antwerps: t'is koekenbak tusse die twé (=verliefd koppel)
  43. Westerkwartiers: ze benn'n gek met 'n kanner (=zij zijn verliefd op elkaar)
  44. Moes: van zijne post zijn (=het noorden verliezen)
  45. tervurens: op aa (zaan) duus kraage (=verliezen van een wedstrijd)
  46. Roosendaals: nat gaon (=verliezen met kaarten)
  47. Westerkwartiers: hij vecht veur liefsbehold (=hij vecht om zijn gezicht niet te verliezen)
  48. Dilbeeks: Ge got ie skuun a tiene meugen oitkoische (=Je gaat verliezen (bij wijze van intimidatie))
  49. Sint-Niklaas: er juust ôn uit kunnen (=iets verkopen zonder winst of verlies)
  50. Lebbeeks: of: Vèir d'n of op zijn (=Z'n haar vooraan verliezen)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen