Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


29 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` trekken`

  1. aan de bel trekken (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt)
  2. aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  3. aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
  4. Aan een dood paard trekken. (=Je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
  5. aan een touw trekken (=eensgezind optreden)
  6. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  7. aan het langste eind trekken (=in de voordeligste positie zijn)
  8. aan je palen trekken (=zonder mededeling inpakken en wegwezen)
  9. aan zijn trekken komen (=krijgen wat diegene graag wilt en fijn/leuk vindt)
  10. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  11. Dat kan het paard niet trekken. (=Daar heb ik onvoldoende geld voor)
  12. de lijn trekken (=luieren, niet voort werken)
  13. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  14. een lang gezicht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
  15. eén lijn trekken / Dezelfde lijn trekken (=dezelfde mening hebben)
  16. een lijntje trekken (=cocaïne snuiven)
  17. een lot uit de loterij trekken (=precies de juiste persoon of ding gevonden hebben wat er nodig was)
  18. een zware wissel trekken (=erg veel eisen)
  19. ergens geen peil op kunnen trekken (=niet op iemand af kunnen gaan / ergens niet van op aan kunnen)
  20. het is trekken aan een dood paard (=het is een onbegonnen zaak)
  21. iemand een kies trekken (=iemand veel geld afnemen)
  22. leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld)
  23. Men kan een paard wel in het water trekken, maar niet dwingen dat het drinkt. (=Je moet iemand niet dwingen, zelfs niet tot iets leuks)
  24. niet aan zijn trekken komen (=niet krijgen wat men wil)
  25. Ongelijke paarden trekken kwalijk. (=Mensen die teveel verschillen in kwaliteiten, werken vaak niet goed samen)
  26. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  27. Ze trekken om het langst (=Ze willen beide winnen)
  28. zich de haren uit het hoofd trekken (=enorm veel spijt hebben)
  29. zijn trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))

7 betekenissen bevatten ` trekken`

  1. veel bekijks hebben (=de aandacht trekken)
  2. in het oog springen/vallen (=de aandacht trekken)
  3. iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
  4. een vraagteken plaatsen achter (=in twijfel trekken)
  5. zonder blikken of blozen (=onbeschaamd, zonder zich iets van anderen aan te trekken)
  6. het harnas aantrekken (=ten strijde trekken)
  7. zonder aanzien des persoons (=zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat)

Het dialectenwoordenboek kent 67 spreekwoorden met ` trekken`

  1. Waregems: stroetje trek'n (=strootje trekken)
  2. Genneps: 't Mit mekaor ovverèn ha.lde (=Enen lijn trekken)
  3. Zeeuws: ie lop ter an te zeuln (=er aan trekken)
  4. Heezers: ten blakke gao (=er op uit trekken)
  5. Olens: ne leileke smoel trekke (=een raar gezicht trekken)
  6. Sint-Niklaas: karoten trekken (=pijn voorwenden)
  7. Genneps: Dat get nie allemoal van bommelebuske (=Dat kan bruintje niet trekken)
  8. Zeeuws: du bliende du kar leten troken (=de blinde de kar laten trekken)
  9. Bilzers: lot mich èns laume on z'ne stoemp (=mag ik eens trekken aan je sigaret)
  10. Zottegems: da kan mijn bruinen nie trekken (=dat is te duur)
  11. Merenaars: a tege mijne gillée trekken (=iemand omarmen)
  12. Sint-Niklaas: iemand tegen zènne zjiellé trekken (=iemand omhelzen)
  13. Antwerps: mak â ies tegen mene jillée trekken (=iemand willen omhelzen)
  14. Melseels: karoten trekken (=werk vermijden lanterfanten)
  15. Sint-Niklaas: ze trekken ôn éé zeel (=ze spannen samen)
  16. Ninoofs: iemand nen tand trekken / iemand een tatj'n dasjteren (=iemand beetnemen)
  17. Lovendegems: zijne plan trekken (=zich weten te redden*)
  18. Sint-Niklaas: da ka minnen bruinen nie trekken (=dat is te duur voor mij)
  19. Achterhoeks: De mölle uut 't kaf trekken (=tijd om naar huis tegaan.)
  20. Lokers: Nen aun aup moedde gieen toten liéren trèkn (=Een oude aap moet men geen muilen leren trekken)
  21. Koersels: Ze gat dur de haag stjeken (=Op het moment dat het er toe doet zich er niets meer van aan trekken en de anderen het probleem laten oplossenlaten oplo)
  22. Sint-Katelijne-Waver: Dat kan mijnen bruine niet trekken (=Dat kan ik niet betalen)
  23. Ninoofs: da kan zannen brooënj nie trekken (=Hij heeft geen geld genoeg daarvoor)
  24. Sint-Niklaas: nen aan oap moete geen toten leren trekken (=ge moet een oudere, meer ervaren man geen raad geven)
  25. Geluws: mensje maken (=aandacht trekken)
  26. Erps: een smoel trekken (=een zuur gezicht trekken)
  27. Lebbeeks: krouijt: Zij' krouijt trekken (=Zich kunnen behelpen, zijn plan trekken)
  28. Evergems: An iën zeel sleur'n (=Aan één lijn trekken, samenwerken)
  29. Moes: een pittig vrouwtje (=een biestje van trekken)
  30. Munsterbilzen - Minsters: zen velies pakke (=er van onder trekken)
  31. Munsterbilzen - Minsters: zen lip lotte hange (=een pruilmond trekken)
  32. Heezers: Kiek is wan bakkes ie trekt (=Een raar gezicht trekken)
  33. Munsterbilzen - Minsters: zene streng trèkke (=zijn plan trekken)
  34. Bilzers: z'ne plang trèkke (=zijn streng trekken)
  35. Munsterbilzen - Minsters: on ze gerief koeëme (=zijn trekken komen)
  36. Dilbeeks: zan plaan trekke (=zich uit de slag trekken)
  37. Opglabbeeks: de kat de bel oembinne (=aandacht trekken)
  38. Veurns: Ze schupp' ofkuschen (=Er vanonder trekken)
  39. Veurns: vele bekieks èn (=sterk de aandacht trekken)
  40. Sint-Niklaas: een oogske trekken; pinken (=knipogen)
  41. Munsterbilzen - Minsters: e gezich trèkke waaj ne stront (=een vertrokken gezicht trekken)
  42. Sint-Niklaas: ei trekt goe zènne streng (=hij kan goed zijn plan trekken)
  43. Munsterbilzen - Minsters: iemes zene kop tëssen twei aure zètte (=iemand met zijn oren trekken)
  44. Munsterbilzen - Minsters: geld zik geld (=rijken trekken altijd op met andere rijken)
  45. Munsterbilzen - Minsters: zen snië dër de pan sloore (=zijn boterham dik door het pannevet trekken)
  46. Hulsters (NL): totentrekken - meuten trekken (=gekke gezichten maken)
  47. Amsterdams: de pleiterik maken, aan je platkakke trekken (=er vandoor gaan)
  48. Giethoorns: De kousen over d'akke trekken (=Naar bed gaan)
  49. Waalwijks: ''kek mar uit mee oew gek bakkes, dolluk sloi ut klokske van Rome en dan blijvet zo ston'' (=Bekken trekken)
  50. Roermonds: Haaj 'em maar neet in ! (=Je hoeft je buik niet in te trekken)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen