Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` recht`

  1. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van 'n meisje dat liever niet wil trouwen)
  2. de rechte man op de rechte plaats (=de juiste man voor de juiste taak)
  3. de rechte weg is de beste (=eerlijkheid loont)
  4. de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
  5. geld dat stom is, maakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten)
  6. genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden)
  7. het hart op de rechte plaats hebben (=eerlijk zijn)
  8. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  9. het recht in eigen hand nemen (=eigenmachtig optreden)
  10. iemands rechterhand zijn (=de belangrijkste assistent zijn)
  11. iets dat krom is recht proberen te praten (=met praten proberen een fout iets goeds te laten lijken)
  12. iets rechtzetten (=na een fout deze goed maken)
  13. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  14. op rechte wegen gaan (=niet zondig leven)
  15. waar niets is verliest de keizer zijn recht (=van wie niets heeft, kan men niets vorderen)

13 betekenissen bevatten ` recht`

  1. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  2. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  3. zich in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
  4. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  5. fiat justitia (=het recht moet zegevieren)
  6. fiat justitia et pereat mundus (=het recht moet zegevieren ook al vergaat de wereld)
  7. die het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
  8. jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
  9. uit het lood (staan) (=niet recht of haaks staan)
  10. de jure et de facto (=volgens het recht en de feiten)
  11. die niet werkt, zal niet eten (=wie bewust niet wil werken heeft geen recht op geld)
  12. zo fijn als gemalen poppenstront (=zeer streng rechtzinnig)
  13. zich de kaas van het brood laten eten (=zich laten ontnemen waarop men recht heeft)

Het dialectenwoordenboek kent 64 spreekwoorden met ` recht`

  1. Liwwadders: we mutte altied maar rechtdeur riede. (=we moeten steeds rechtdoor blijven rijden.)
  2. Eernegems: stikoverrik gaan (=rechtdoorgaan zonder omwegen)
  3. Twents: teeng`n de kast pissen. (=verzet tegen de rechtelijke macht)
  4. Aalsters: den andere kant van 't woter (Moailebeik) , soert van oever t'woater (=de rechteroever van de Dender)
  5. Twents: Den kik met 't linkeroge in'n rechtertuk (=Hij is scheel.)
  6. Westerkwartiers: ze was zien rechterhaand (=zij was zijn beste hulpje)
  7. Hams: akker over aâ gaon (=steeds rechtdoor gaan)
  8. Zeeuws: bie een kromme stok un rechte slag promberen te heven (=krom en recht)
  9. Gronings: joe motn alsmoar liekoet deur riedn (=u moet hier rechtdoor rijden)
  10. Sint-Niklaas: moete veurkommen (=bij de rechter moeten komen)
  11. Ninoofs: Iet in 't proces steken (=Iets aanhangig maken bij de rechtbank)
  12. Westerkwartiers: gelieke monnik'n, gelieke kapp'n (=iedereen heeft evenveel rechten)
  13. Ninoofs: van die afgezjikte beëijn (=van die rechte benen)
  14. Munsterbilzen - Minsters: waaj likste doë toch mèr waajen aa zoeëg (=zet u eens wat rechter !)
  15. Zeels: ne schief zjieker (=iemand die van het rechte pad afwijkt)
  16. Ostêns: ik zien rechte voe de vuste (=ik ben eerlijk)
  17. Zeeuws: ie kiek tmie zijn rechter oohe in zn lienker broekzak (=loensend persoon)
  18. Zeeuws: ie kiekt mie zn lienker oohe in zn rechter broekzak (=schele persoon)
  19. Munsterbilzen - Minsters: zonder umwaeg (=recht door zee)
  20. Lichtervelds: eft jn dooz up (=sta recht)
  21. Lokers: vroaegde gij nie ten ède gij nie (=Je moet opkomen voor jouw rechten)
  22. Waregems: steld' oi rechte (=sta op (uit zittende houding))
  23. Westerkwartiers: die slagt de spieker op 'e kop (=die heeft het bij het rechte eind)
  24. Westerkwartiers: woar niks is verlust de keizer zien recht (=waar niets is verliest de keizer zijn recht)
  25. Lichtervelds: jis rechte voe de vuust (=hij is openhartig)
  26. Veurns: gelik è zwien deur de bjeten (=recht door zee)
  27. Zwartebroeks: Liek veur z'n haarses! (=Recht voor z'n kop!)
  28. Westfries: stugge zegger (=recht voor zijn raap praten)
  29. Zeeuws: oe lienker oe flienker oe rechter oe slechter (=jeuk aan je neus)
  30. Sint-Niklaas: leugenjeir, gè gô recht nor 'd aal (=leugenaar, gij gaat recht naar de hel)
  31. Kinrooi: Baeter sjeif t'rin den recht t'rnaeve (=Beter scheef erin dan recht erlangs)
  32. Giethoorns: Die ef de keutel bi-j 't rechte ende (=Die heeft het goed)
  33. Sint-Katelijne-Waver: In Wauver slauge z'oep taufel dat de glauze dervan dauvere (en asse dan nau't tribenaul mutte gaun hemme ze niks gedaun) (=In Onze Lieve Vrouw Waver slaan ze op de tafel zodat de glazen ervan daveren (en als ze dan naar de rechtbank moeten gaan hebben ze niets gedaan))
  34. Munsterbilzen - Minsters: moetekes ston èn de stal, mèr kaaver loope iëveral (=trouwen is zijn rechten halveren en zijn plichten verdubbelen)
  35. tervurens: boenk erop (erin), vlam dedoin (dedans fr) (=recht in de roos of iets dergerlijks)
  36. Menens: zet jo ne vélo ip zijnen pekkel (=zet uw fiets recht)
  37. Weerts: 'n schêj wi-j de verlingdje beekstraot (=de scheiding in het haar is niet recht)
  38. Westerkwartiers: dat komt niet uut de vaarf (=dat komt niet tot zijn recht)
  39. Weerts: Dao vèltj gein rechte voor met te plooge (=Daar valt geen land mee te bezeilen)
  40. Antwerps: Echtig en techtig. Kopken af en recht noar d'el (=Echtig en techtig. Kopke af en recht naar de hel)
  41. Kinrooi: Edere mins heet 'r recht op óm gelökkig te zeen! (=Ieder mens heeft er recht op om gelukkig te zijn!)
  42. Waregems: de koave recht ouw'n (=het gezinsbudget goed beheren)
  43. Munsterbilzen - Minsters: n erm sjoeëp wiëd ook gesjoeëre onder zene stat (=iedereen heeft recht op een menswaardig bestaan)
  44. Bilzers: zelfs den ermste knijn hét nog ne bontjas on (=ook armen hebben recht op een goed leven)
  45. Lebbeeks: R.I.P.: recht In 't Pitteken (putje) (=R.I.P. de verklaring in de volksmond:)
  46. Hoogstraats: doar kunde een rechte voor me ploegen (=op die man kun je rekenen)
  47. Dongens: Dun diën is meer dan nu rechte verkenssteirt (=Iemand die denkt meer te zijn dan een ander)
  48. Westerkwartiers: die gijt recht deur zee (=dat is een rechtvaardig persoon)
  49. Antwerps: êi is te stoem oem lege zakke recht te zette (=hij is waardeloos)
  50. Westerkwartiers: recht op 'e man oaf (=kort en bondig)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen