Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


19 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` oude`

  1. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  2. altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
  3. altijd het oude liedje (=steeds weer hetzelfde)
  4. de oude adam (=de zondige natuur (aard))
  5. de oude mens afleggen (=een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  6. de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
  7. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  8. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  9. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  10. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  11. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  12. het oude liedje (=het al zo vaak gebeurde of gezegde)
  13. men moet geen oude bomen verplanten/verpoten/verplaatsen (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
  14. men moet geen oude schoenen wegwerpen voordat men nieuwe heeft (=je moet niet iets al afdanken zonder dat er een vervanger voor is)
  15. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  16. Nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  17. op een oude fiets moet je het leren (=lesmateriaal is zelden nieuw)
  18. uit de oude doos (=al oud, nostalgisch)
  19. zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)

34 betekenissen bevatten ` oude`

  1. Aan de veren kent men de vogel (=1: Aan iemands uiterlijk (verzorging / kleding) kan men zijn karakter afleiden. 2: Kinderen lijken vaak op hun ouders)
  2. Abraham gezien hebben (=50 jaar of ouder zijn)
  3. aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
  4. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  5. ouderdom komt met gebreken (=als je ouder wordt ga je van alles mankeren)
  6. zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)
  7. tand des tijds (=de sleet door de ouderdom)
  8. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  9. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  10. Een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  11. op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
  12. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  13. een mop met een baard (=een oude mop)
  14. een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
  15. vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
  16. een vaatje zuur bier (=een oude vrijster)
  17. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  18. niet meer van vandaag (=het is ouderwets of niet meer acceptabel)
  19. de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
  20. hij kijkt alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=hij kijkt heel ongelukkig (een oord is een oude munt))
  21. oud mal gaat bovenal (=hoe ouder hoe gekker)
  22. de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
  23. men moet geen oude bomen verplanten/verpoten/verplaatsen (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
  24. zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)
  25. de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders )
  26. het ei wil wijzer zijn dan de kip (=kinderen willen wijzer zijn dan de ouders)
  27. het verstand komt met de jaren (=naarmate je ouder wordt, word je wijzer en verstandiger)
  28. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  29. uit de pot van Egypte eten (=nog thuis eten bij de ouders die voor je zorgen)
  30. de klok achteruit zetten (=terug naar oude toestanden gaan)
  31. van aver tot aver (=van ouder tot ouder)
  32. uit het jaar nul (=volkomen ouderwets, achterhaald, uit de mode)
  33. Jong te paard, oud te voet. (=Wie in zijn jonge jaren verkwistend is, moet op zijn oude dag zuinig zijn)
  34. wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)

Het dialectenwoordenboek kent 949 spreekwoorden met ` oude`

  1. Sallands: Doe mar kalm an, wi-j hebt tegelieke oldejoarsdag (=Doe maar rustig aan, we hebben gelijktijdig oudejaarsdag)
  2. Zeeuws: tis un jurk uut tjer nul (=ouderwets)
  3. Gouda: Tobbe tobbe mettet bootje naar Ouwewater (=Tobben met het bootje naar oudewater)
  4. Zeeuws: tvaalt erin as een preek in un ouderlienk (=vallen)
  5. Munsterbilzen - Minsters: ver zin allang autte kleen manne (=we komen stilaan op ouderdom)
  6. Oudenhoofs: Tcheneworre (=God zegene en beware u)
  7. Oudenhoofs: g'eet er koek'n op (=doe uw best)
  8. Giethoorns: De benen bi-j een aander onder de taofel steken (=Uit het ouderlijk huis vertrekken)
  9. Tilburgs: un aawerwèts haandketaaw (=een ouderwets handweefgetouw)
  10. Geels: nen aawen toeker (=een oudere man)
  11. Munsterbilzen - Minsters: waaj de aa vrigger joengelde, zo poeppe de joeng nau (=zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen)
  12. Munsterbilzen - Minsters: aachtein joeër énne bos hoeër ! (=op deze ouderdom moet hij nog veel leren)
  13. Westerkwartiers: dat ding stamt uut de oertied (=dat is een ouderwets ding)
  14. Oudenaards: ne snuk krijgen (=geëlektrocuteerd worden)
  15. kortemarks: oe oedre oe vroedre (=hoe ouder, hoe vuriger)
  16. Sint-Katelijne-Waver: Gelèk as daa zoengen zo zingen de joenge (=Zoals de ouderen zongen zo zingen de jongen)
  17. Westerkwartiers: hij het nog met Noach onner de honnekaar loop'n (=hij is erg ouderwets)
  18. Oudenbosch: Ouwenbosch dialect (=Oudenbosch dialect)
  19. Munsterbilzen - Minsters: er hèt nog mètte hondskaar gerieje (='t is al zo een ouderwets type)
  20. Oudenbosch: Sienterklaos en zwaove (=geloofsleven te oudenbosch)
  21. Munsterbilzen - Minsters: tverstand kümp mètte joeëre (=hoe ouder hoe wijzer)
  22. Munsterbilzen - Minsters: abraham (sara) gezien hübbe (=ouder dan 50 zijn)
  23. Steins: op eine auwe fits mòste 't liërre (=Van de ouderen moet men het leren)
  24. betuws: Die hed ut mos op de kop (=Een ouder persoon / bejaarde)
  25. Westerkwartiers: 't verstaand komt met de joar'n (=hoe ouder, hoe wijzer)
  26. Oudenaards: buzze geevn (=snel rijden)
  27. Oudenaards: in den truk zittn (=in de tocht zitten)
  28. Schijndels: bitter'n auw perd kapot als un jong overstuur (=de oudere generatie doet het wel)
  29. Teralfene: NENEUNUIN (=EEN oude HAAN)
  30. Antwerps: nagelenbak, au wrak (=oude auto)
  31. Liessents: Bessem hebbe (=Alleen thuis zijn zonder ouders)
  32. Bilzers: tverstand kump nie vër de joëre (=hoe ouder hoe wijzer)
  33. Wetters: ij vernuilt mee te vernaan (=hij wordt dommer met ouder worden)
  34. Koersels: Op nen a vulo modder liere rije (=Om je in te wijden in de liefde ben je beter af met een oudere persoon)
  35. Lebbeeks: kapélle: En aa kapélle moe versier wèrr'n (=Een oudere vrouw moet meer aandacht besteden aan haar uiterlijk)
  36. Oudenbosch: ouwe paole kundut best mar laote staon (=oude dingen moet je niet willen veranderen)
  37. Oudenaards: in 'n goapn en 'n gietn (=zeer snel en eenvoudig gedaan)
  38. Noorderkempisch: Van wie zijde gai jeentje (=Wie zijn jou ouders)
  39. West-vlaams: oe oeder de kapelle, oe mjir da je ze moe versieren (=een oudere vrouw die zich erg opmaakt en schminkt)
  40. tervurens: in een aa kassuul mokte de beste soep (soms voegt men daaraan toe) 'mo t moot gebuire mei e joenk wuitelke ! (=vrijen met een oudere vrouw is top)
  41. Riemsts: sjokoantkoat (=oude vrouw (scheldnaam))
  42. oudenaards: Mijdt ui ! (=ga eens uit de weg !)
  43. Oudenaards: Mokt ui zoë dul nie (=Maak je niet druk)
  44. Oudenaards: ie è uurn lèk teluurn (=hij heeft grote oren)
  45. Oudenaards: goan en keern (=heen en weer)
  46. Oudenaards: d'r stoa woater in zijne keldre (=zijn broek is te kort)
  47. Amsterdams: Ouwe grijze postduif (=Oude vrouw)
  48. Oudenaards: Ie es 't enden (=Hij is buiten adem)
  49. Oudenaards: veel vijvn en zessn (=met veel poeha)
  50. Antwerps: nen aouwe vengt (=een oude man)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen