Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

27 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` oren`

  1. de muren hebben oren (=er kan ongewenst worden meegeluisterd door anderen)
  2. de oren scherpen (=goed luisteren)
  3. de oren spitsen (=goed luisteren)
  4. de oren wassen (=duchtig ervan langs geven, de waarheid zeggen)
  5. de stoom komt uit zijn oren (=hij is heel erg boos)
  6. ergens oren naar hebben (=er wel iets in zien)
  7. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  8. het achter de oren hebben (=niet zo dom zijn als men lijkt)
  9. het vel over de oren halen/trekken (=geld afpersen)
  10. het zwoerd/zwoord achter de oren hebben (=doof zijn)
  11. iemand de huid over de oren halen (=iemand afzetten, bedriegen)
  12. iemand de oren afzagen (=steeds blijven aandringen)
  13. iemand de oren van het hoofd eten (=bij iemand erg veel eten)
  14. Iemand de oren van het hoofd eten. (=Zeer veel eten.)
  15. iemand de oren wassen (=iemand zeggen wat die fout gedaan heeft)
  16. iemand het vel over de oren halen (=iemand te veel laten betalen)
  17. iets niet tegen/aan dovemans oren zeggen (=iets wordt erg goed onthouden)
  18. in de oren knopen (=goed onthouden)
  19. Kleine potjes hebben grote oren (=je moet uitkijken met wat je zegt als er kinderen bij zijn)
  20. kleine potjes hebben ook oren (=ook kleine kinderen luisteren mee)
  21. nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=nog uiterst onervaren zijn, zodat men er niet over mee kan praten)
  22. op twee oren slapen (=je mag gerust zijn)
  23. Tot over je oren in het werk zitten (=heel veel werk hebben)
  24. voor dovemans oren spreken (=spreken tegen personen die niet willen horen)
  25. zich achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
  26. zijn oren laten hangen (=depressief zijn, het opgeven)
  27. zijn oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen geloven)

3 betekenissen bevatten ` oren`

  1. voor de ganzen preken (=aan dovemans oren zeggen)
  2. het oor strelen (=aangenaam in de oren klinken)
  3. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)

Het dialectenwoordenboek kent 48 spreekwoorden met ` oren`

  1. Heerlens: ing gedekseld kriehge (=draai om de oren krijgen)
  2. Oudenaards: ie è uurn lèk teluurn (=hij heeft grote oren)
  3. Barghs: um de ore fèzele (=om de oren slaan)
  4. Zaltbommels: hedde gij geen urkes (=heb jij geen oren)
  5. Gavers: Een dessinge (=Een klap om de oren)
  6. Sint-Niklaas: iemand mè muizenoorkes (=iemand met kleine oren)
  7. kortemarks: jeet oîrn lik talloîrn (=hij heeft grote oren)
  8. Wiekevorst: mot tege aa oeére (=klets tegen uw oren)
  9. Lebbeeks: talloeër'n: Oeër'n gelèk talloeër'n (=Grote oren)
  10. Olens: E klets tegen eve kaa (=Een veeg tegen uw oren)
  11. Achterhoeks: ziege um de aorne gevven (=draai om de oren geven)
  12. Nijlens: nan pata tegen a oeiren (=een slag tegen uw oren)
  13. Arendonks: get spuirrie inew ouwere (=je moet uw oren wassen)
  14. Twents: ene an 'n kop houwn (=iemand om de oren slaan)
  15. Weerts: Woeë hegke zeen, zeen auch mösse (=Kleine potjes hebben grote oren)
  16. Waregems: lap rond ui ooër'n krij'n (=klap om de oren krijgen)
  17. Mestreechs: gebruuk dien ouge en oere (=gebruik je ogen en oren)
  18. Twents: um ene an'rek'n- striekerd an de oor'n doon. (=Hem om de oren slaan)
  19. Roermonds: Det kuulköpke mot nog eine kwekker waere (=Hij is nog nat achter de oren)
  20. Munsterbilzen - Minsters: dae kump nog mër kieke (=hij is nog niet droog achter zijn oren)
  21. Munsterbilzen - Minsters: iemes n goej watsj tiëge de aure gaeve (=iemand een draai rond de oren geven)
  22. Veurns: pielooër'n (=de oren spitsen)
  23. Lokers: ueren gelijk talueren (=grote oren)
  24. Lopiks: ruk je oren op (=ga eens wat doen!)
  25. Twents: het kump mie noar de oarn (=het komt mij naar de oren)
  26. Haags: Dat is niet tegen Dobermannsoren gezegd. (=Dat valt niet op dove mans oren.)
  27. Munsterbilzen - Minsters: iemes zene kop tëssen twei aure zètte (=iemand met zijn oren trekken)
  28. Hulsters (NL): iemand d'oren van zain kop zaghen (=iemand zijn oren van het hoofd zeuren)
  29. Sittards: Eemes läöker in de zökke kwatsje (=Iemand de oren van het hoofd kletsen)
  30. Achterhoeks: za'k ow 's un watjekou gevven? (=zal ik je een draai om je oren geven?)
  31. Munsterbilzen - Minsters: t smaer löppem autte aure (=hij moet zonodig zijn vuile oren eens poetsen)
  32. Genneps: dat gaait um wel (=in de smaak vallen, wel oren naar hebben)
  33. Sint-Niklaas: iemand iets in 'd oren bloazen (=influisteren)
  34. Aspers: ze is goe veurzien van oren en poten (=vrouw met grote borsten)
  35. Sint-Niklaas: edde gè spruiten in ô oren? (=gij hoort niet goed zeker?)
  36. Sint-Niklaas: veel ô zèn oren ein (=veel werk (last) hebben)
  37. Temse: kzou ou ies een klets tegen au oere geve (=ik zou eens een klap tegen uw oren geven)
  38. Sint-Niklaas: zis goe vurzien van oren è poten (=ze is goed gebouwd)
  39. Loois: de mure hemme oewere (=de muren hebben oren)
  40. Deinzes: koak-smeet-kirmesse (=een draai rond je oren)
  41. Giesbaargs: va zannen tak moaken (=van zijn oren maken)
  42. Koersels: poeten en oeren (=varkenspoten en -oren)
  43. Steins: Dao zouw ich waal 'ns muuske wille speele (=Daar zou ik graag mijn oren te luister leggen)
  44. Zeels: een vlåe rond zijn urr'n (=een mep rond zijn oren)
  45. Luyksgestels: iemes tege z'nen appel père (=iemand een draai om zijn oren geven)
  46. Ossendrechts: 'tIs mar dagget wit (=Je bent gewaarschuwd!/ Knoop het goed in je oren!)
  47. Munsterbilzen - Minsters: hoo de aure mèr aof (=neem de tas vast met de oren !)
  48. Gents: 'k goa eu een suuke op uwe spekkewinkel geve dadde stuikt gelêk een schelle pénse (=ik zal je klap om je oren geven, dat je er niet goed van zijt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen