Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` nad`

  1. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  2. het hemd is nader dan de rok (=eigen familie gaat voor)
  3. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)
  4. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)

24 betekenissen bevatten ` nad`

  1. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  2. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  3. zich achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
  4. een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
  5. zijn woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
  6. niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico's nemen)
  7. ergens een vuile pijp aan roken (=er veel nadeel van ondervinden)
  8. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  9. geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
  10. in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
  11. iemand op zijn voorman zetten (=iemand nadrukkelijk op zijn plicht wijzen)
  12. iemand op zijn nummer zetten (=iemand zeer nadrukkelijk op zijn fouten wijzen, op een wijze die voor die persoon beschamend is)
  13. wie vis heeft, moet ook de graat hebben (=je moet ook de nadelen accepteren (geen rozen zonder doornen))
  14. de balans opmaken (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)
  15. Van een mooie / knappe tafel kun je niet eten. / Van een mooi bord kun je niet eten. (=Knap van uiterlijk heeft ook wel eens nadelen.)
  16. op het hart binden (=met de grootste nadruk zeggen)
  17. op het hart drukken (=met de grootste nadruk zeggen)
  18. niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
  19. een stok vinden om de hond te slaan (=om maar iemand te kunnen bekritiseren een nadelig punt vinden)
  20. met los kruit schieten (=schijnbaar streng straffen met een straf die in feite geen nadeel oplevert)
  21. kort dag zijn (=snel (in tijd) naderen)
  22. de een z'n dood is een ander z'n brood (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)
  23. zijn vingers aan iets branden (=zich in iets vergissen, nadeel aan iets ondervinden)
  24. zijn eigen nest bevuilen (=zijn eigen omgeving nadeel berokkenen)

Het dialectenwoordenboek kent 33 spreekwoorden met ` nad`

  1. Liemers: Elk veurdeil het duk ook zien nadeil (=Ieder voordeel heeft zijn nadeel)
  2. drents: Aolle Jan Toezel (=Niet goed nadenkend persoon)
  3. Oudenbosch: diejis allang alwir uit de kleine manne (=de middelbare leeftijd naderend)
  4. Westerkwartiers: ze liet'n zich niet onbetuugd (=zij waren nadrukkelijk aanwezig)
  5. Weerts: tot bezêj kome (=gaan nadenken)
  6. Westerkwartiers: niet noakoart'n (=naderhand niet meer zeuren)
  7. Gulpens: kriesjebreèt (=huilen nader dan lachen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: kom aateraof nie zevere (=kom naderhand niet klagen)
  9. Lovendegems: nen kluut aftrekken (=iemand nadeel berokkenen)
  10. Geels: e kieke zoonder kop (=iemand die niet nadenkt voor hij iets zegt of doet)
  11. Waregems: iemand ne klooët oftrekn (=iemand nadeel berokkenen)
  12. Lovendegems: onder iemand zijn duiven schieten (=iemand nadeel berokkenen*)
  13. Arendonks: erges oep sjikken (=op iets blijven nadenken)
  14. Zeeuws: De buule slaot de butse (=Het nadeel heft het voordeel op)
  15. Sint-Niklaas: klink ut nie zo bots ut (=iets vertellen zonder nadenken)
  16. Westerkwartiers: over één nacht ies goan (=iets er zonder nadenken op wagen)
  17. Westerkwartiers: hij krigt zien nadje en zien dreugje op tied (=hij wordt uitstekend verzorgd)
  18. Waregems: 't vlieg' 'n beetse natte/nadde (=er valt een spatje regen)
  19. Vechtdals: 't noadeel van wark is dat ter zovölle tied in zittn giet (=het nadeel van werk is dat het veel tijd kost.)
  20. Westerkwartiers: 'k vuul naddegheid (=ik voel dat het niet goedkomt)
  21. Oudenbosch: dan bende ne dief van oew eige portemonnee (=dan berokken je jezelf nadeel)
  22. Flakkees: daar mokkus n passies over prakkezeere (=daar moet ik eens over nadenken)
  23. Zottegems: Hij zit op nen wir (=iemand die over iets lang moet nadenken)
  24. Munsterbilzen - Minsters: prakkesiër nie te viël ofte kraajgs nog koppaajn (=nadenken is slecht voor je gezondheid)
  25. Lebbeeks: èkkel'n: Ei moet er ni over èkkel'n (=Hij moet er niet over nadenken)
  26. Oudenbosch: agge innut schu(i)tje zit dan motte vaore (=blijven doorgaan nadat je begonnen bent)
  27. Dunges: Gift diejen boer un stoel (=uitspraak nadat iemand een boer heeft gelaten)
  28. Kinrooi: Ein vrouw mót altied good naodinke veur det ze zwiegtj! (=Een vrouw moet altijd goed nadenken voor dat ze zwijgt!)
  29. Lebbeeks: èkkel'n: Ik moein der ni over èkkel'n (=Ik twijfel er niet aan / ik moet er niet over nadenken)
  30. Waregems: deur 't eeuwig proam'n (=nadat hij zo bij me aandrong)
  31. Aarschots: Ha's geland (=Hij is eindelijk thuisgekomen (nadat hij ergens blijven hangen is))
  32. Lokers: Ge keud em snuiven (=het kan mij niet schelen dat je dit niet graag hoort (nadat je iemand onverbloemd je mening hebt gezegd))
  33. Holsbeeks: ik zal vee a es e woetteke pakke en in ne boeëm joge (=ik zal voor u eens een klein geitje (bokje) vangen en in een boom jagen. Een uitdrukking (bedankinkje) om iemand (vooral kinderen) af te schepen nadat ze een werkje hebben opgeknapt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen