Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` maan`

  1. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  2. de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)
  3. de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
  4. een blauwe maandag (=erg kort)
  5. er de maan aan geven (=er de brui aan geven)
  6. het is naar de maan (=het is kapot)
  7. iemand naar de maan wensen (=iemand verwensen)
  8. naar de maan lopen (=het wel mogen vergeten / weg moeten gaan)
  9. naar de maan reiken (=het onmogelijke willen doen)
  10. tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)
  11. Tegen de maan pissen (=Iets onmogelijks proberen)

2 betekenissen bevatten ` maan`

  1. Ga patatten planten (=Loop naar de maan)
  2. maandag houden (=niet werken op maandag)

Het dialectenwoordenboek kent 76 spreekwoorden met ` maan`

  1. Moes: de roë vlag stikt uit (=maandstonden)
  2. Bildts: maandeg, dinsdeg, woensdeg, donderdeg, frijdeg, saterdeg, sundeg (=maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag zaterdag, zondag)
  3. Brakels: ne goeje koereur rijdt dur alle were (=niks aantrekken van maanstonden)
  4. Poperings: zet de bucht (=Ze heeft haar maandstonden)
  5. Ransts: de communisten zen er wer (=maandstonden hebben)
  6. Deinzes: Z'ee euren brol (=Ze heeft haar maandstonden)
  7. Moes: ze zit mee eur prutsen (=maandstonden)
  8. Sint-Niklaas: de Russen zin doar....de roo vlag stikt uit, (=ze heeft haar maandregels)
  9. Antwerps: amai maane frak (=moeilijk)
  10. Vlijtingens: ze hèt hurre pruil (=ze heeft haar maandstonden)
  11. Munsterbilzen - Minsters: de rus ès op bezik (=ze zit met haar maandstonden)
  12. Munsterbilzen - Minsters: dûr et raud lich autvaore (=vrijen ondanks de maandstonden)
  13. Herentals: maans genoeg zijn (=een plantrekker zijn)
  14. herenthouts: in maane goemmer slagen (=iets opeten)
  15. Munsterbilzen - Minsters: de roj vlag hink aut (=ze heeft haar maandstonden)
  16. Ransts: tante Rous is oep bezuuk (=maandstonden hebben)
  17. Ninoofs: de bloedkoesj es doeë (=ze heeft haar maandstonden)
  18. Drents: wat in de maande hebben (=gezamenlijk bezit)
  19. Westerkwartiers: doar is 'er maans genog veur (=daartoe is hij wel in staat)
  20. Drents: maandewark is schaandewark (=met samenwerken kun je bedrogen uitkomen)
  21. Olens: Ha hee zenne keziejem getrokke (=Hij heet zijn maandelijkse loon getrokken)
  22. Oudenbosch: zijis ok eul wa maans or (=zij is een stevige vrouw)
  23. Brussels: klapt teige ma gat, maane kop doo zie (=laat me met rust)
  24. Gents: 't es maane winkel nie (=ik ken er niets van)
  25. Drents: maandegoed is schaandegoed (=gezamelijk bezit geeft vaak aanleiding tot ruzie)
  26. West-Vlaams: de Russen zijn in Paris / tante Marie is up bezoek / de roo vlagge angt uut (=de maandstonden hebben)
  27. Epers: loop hen drieten (=loop naar de maan)
  28. Tilburgs: blaost um mar op (=loop naar de maan)
  29. Hams: z'eed eur pruts'n (=ze heeft haar maandstonden)
  30. tervurens: ik paas er et maane van (=ik geloof hem niet)
  31. Bilzers: de kins mene rég op (=loop naar de maan)
  32. Booms: loèpt nodde poemp (=loop naar de maan)
  33. Booms: leupt noa de poemp (=loop naar de maan)
  34. Wetters: kust ze (=loop naar de maan)
  35. Tilburgs: lop nor de klôote !! (=loop naar de maan !!)
  36. Twents: goat hen (=loop toch naar de maan)
  37. Westerkwartiers: hij is maans genog (=hij heeft capaciteiten genoeg)
  38. Gents: tes noar mijnen tand / da des maanen tik (=ik lust het graag)
  39. Waanroods: veleije moint (=verleden maand)
  40. Bilzers: kis toch den hond zen dumme (=Loop naar de maan)
  41. Westerkwartiers: wij moet'n d'r eem' maank (=wij moeten er even aan beginnen)
  42. Gents: bloas maane zak op /kuist eu schuppe af /kuist eu blèk af (=opzouten, lazer op)
  43. Maas en waals: maondag ach daag (=vorige week maandag)
  44. Westerkwartiers: hij is heel wat maans (=hij heeft heel wat in zijn mars)
  45. Munsterbilzen - Minsters: kis mene naere (=loop naar de maan)
  46. Bilzers: op ne vieze kèr (=op een blauwe maandag)
  47. Tilburgs: op de booveste plaank van ut kammenet laage de spulle van ons moeder. (=op de bovenste plank van de kast lag het maandverband.)
  48. Waregems: luëp noar de moane, geriek et, saluu en de koost, stoof ze (=loop naar de maan,)
  49. Hulsters (NL): talven (van) de maond (=halverwege de maand)
  50. Munsterbilzen - Minsters: lekse mich toch (=loop naar de maan)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen