Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

23 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` lucht`

  1. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  2. een gat in de lucht slaan (=een onnozele handeling doen)
  3. een gat in de lucht springen (=ongeremd enthousiast zijn)
  4. een luchtje happen (=even buiten gaan wandelen)
  5. een luchtje scheppen (=even buiten gaan wandelen)
  6. er is geen vuiltje aan de lucht (=er is niets aan de hand)
  7. er zit een luchtje aan (=het is niet juist, het klopt niet helemaal)
  8. ergens lucht aan geven (=laten blijken)
  9. ergens lucht van krijgen (=ergens van de op de hoogte geraken, iets in de gaten krijgen)
  10. geen kou aan de lucht (=geen gevaar)
  11. geen wolkje aan de lucht (=niets aan de hand - alles is prima in orde)
  12. het onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad tekeer gaat)
  13. iemand niet kunnen luchten of zien (=een hekel aan iemand hebben)
  14. in de lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
  15. in de lucht laten vliegen (=laten ontploffen)
  16. in de lucht zitten (=algemeen voorkomen)
  17. je hart luchten (=iemand over je problemen vertellen)
  18. kastelen in de lucht bouwen (=zich illusies maken)
  19. om een luchtje gaan (=dood gaan)
  20. uit de lucht gegrepen (=uit het niets gegrepen, zonder enige grond)
  21. uit de lucht grijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
  22. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  23. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)

Eén betekenis bevat ` lucht`

  1. onder de blauwe/blote hemel (=in open lucht)

Het dialectenwoordenboek kent 46 spreekwoorden met ` lucht`

  1. Munsterbilzen - Minsters: et traut spaaje (=zijn hart luchten)
  2. Bilzers: nie konne laaje (=niet kunnen luchten)
  3. Oudenbosch: k- ruuk ier allemaol zukke lekkere luchte (=waar ruikt het hier zo lekker naar ?)
  4. Westfries: die lucht die koikt asof ie katte spaaie wil (=een heel donkere lucht)
  5. Kerkdriels: meer buil és tabak (=gebakken lucht)
  6. Munsterbilzen - Minsters: spaaj ët mér traut (=lucht je hart maar)
  7. Munsterbilzen - Minsters: onder de blaute hiemel sloëpe (=in open lucht slapen)
  8. Zeeuws: kiek us ni de locht (=kijk eens naar de lucht)
  9. Zaans: De lucht werrekt (=De lucht lijkt wel wat naar onweer te neigen)
  10. Bilzers: dich laefs ziëker vande hiemelse doj (=jij leeft zeker van lucht)
  11. Rillaars: Ginder komd e zwétsel af. (=Van ginder is een dreigende lucht in aantocht)
  12. Gents: van 't Lam Gods geslegen zijn (=aan de grond genageld zijn - uit de lucht vallen)
  13. Bilzers: ich wiët van toete noch bloeëze (=ik kom uit de lucht vallen)
  14. Harelbeeks: betre jine veugle in d'an of tiene in de luh (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht)
  15. Munsterbilzen - Minsters: baeter verloeëre dan nauts gehad (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht)
  16. Munsterbilzen - Minsters: ze wis van toete noch bloeëze (=de airhostess kwam uit de lucht vallen)
  17. Ostêns: 't go mollejoengn reegn, mollejoeng braakn (=de lucht wordt zwart en het zal hevig regenen)
  18. Brugs: j'eet u gat in de lucht geschowten (=een vergissing bgaan)
  19. Venloos: Ik vindt het kakkers (=Beter een Venlose in de lucht dan tien op de grond)
  20. Munsterbilzen - Minsters: alleen zene mond goeng wijd genoeg oëpe (=de valschermspringer viel uit de lucht)
  21. Zaans: Je kenne weer een broek knippe (=Er komt weer wat blauw in de lucht)
  22. Berlicums: Waotter dègge jankt, hoefde nie te pisse! (=Huil maar gerust, dat lucht op!)
  23. Westerkwartiers: één bliede moak'n met 'n dooie mus (=iemand blij maken met gebakken lucht)
  24. Evergems: Liën dat de lucht uitgaat. (=Duchtig staan liegen)
  25. Lichtervelds: je sloat e gat in de lucht (=hij slaat ernaast)
  26. Menens: doe de lucht dwod (=doe het licht uit)
  27. Waregems: doe de lucht dooëd (=doe het licht uit)
  28. WESTLANDS: het lucht open zetten (=de ramen open doen)
  29. Oudenbosch: daor ieng me ne lucht (=het stonk daar erg)
  30. Kortemarks: de lucht zit schuw (=het zal onweren)
  31. Brugs: un dok up jen lucht (=een slag in je gezicht)
  32. Waregems: es de lucht dood ? (=is het licht uit ?)
  33. westlands: effe ut lucht dicht gooien (=ramen dicht doen)
  34. Munsterbilzen - Minsters: baeter en haaf ee as ne liëge dojer (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht)
  35. Nijswiller: beater inge vògel i gen hand, da tieën i gen loeët (=beter een vogel in de hand, dan 10 in de lucht)
  36. Brugs: moej trek up je lucht en (=iemand willen slaan, kwaad zijn)
  37. Flakkees: te lucht gezouten (=iets waar te weinig zout in zit)
  38. Westlands: Lucht zet vrucht (=Ramen open betere groei van de tomaat)
  39. Westfries: de lucht hangt nog vol met dagen (=moet dat echt nú?)
  40. Heldens: Batere ein mus in de hangk, dan tien in de lôch (=beter een vogel in de hand dan tien in de lucht)
  41. Munsterbilzen - Minsters: ze kies eer vër hër geld (=als een bij naar huis toe vlucht, hangt er regen in de lucht)
  42. Heldens: Baeter ein mus in de hangk, dan tien in de lôch (=beter een vogel in de hand dan tien in de lucht)
  43. West-Vlaams: de rin voalt lik schitte ut de lucht (=Het regent pijpestelen)
  44. Zwols: De lucht angt lege (=Het kruis v d broek hangt laag)
  45. Sint-Niklaas: kikt ies naar de lucht dur is wa op komst (=er wordt slecht weer verwacht)
  46. Westerkwartiers: 'k haar d'r al lucht van kreeg'n (=ik had er al iets van gehoord)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen