Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` lieg`

  1. glashard liegen (=liegen zonder er iets van in zijn houding te laten merken)
  2. goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
  3. iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
  4. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)

3 betekenissen bevatten ` lieg`

  1. tegen de klippen op gaan (=aan een stuk doorgaan (met liegen))
  2. van leugens aaneenhangen (=altijd maar liegen)
  3. liegen of/dat het gedrukt staat (=heel erg hard liegen)

Het dialectenwoordenboek kent 56 spreekwoorden met ` lieg`

  1. Tilburgs: hiet te liege (=de naam hebbend, altijd te liegen)
  2. Munsterbilzen - Minsters: er lieg datter zwat ziet (=hij liegt dat het kraakt)
  3. Giethoorns: As ik liege dan lieg ik in commissie (=Van meerderen horen zeggen)
  4. Bilzers: Da's geloëge! Dat liegste! (=Dat is een leugen!)
  5. Giethoorns: As ik liege, dan lieg ik in commissie (=Van anderen horen zeggen)
  6. Teralfene: liege gelèk e pjeit skeete loutn (=heel hard liegen)
  7. Zeeuws: ie ligt a tn bost (=liegen)
  8. Westerkwartiers: 't is doar lieg'n en bedrieg'n (=niemand daar is eerlijk)
  9. Munsterbilzen - Minsters: da liegter ! (=dat is gelogen !)
  10. Tilburgs: liege dè de lèùze op oewe kòp dervan barste (=vreselijk hard liegen)
  11. Lichtervelds: tis van oîrn zeggn, oak liege ist van oîrn zeggn dak liege (=ik heb het gehoord)
  12. Westerkwartiers: hij ken lieg'n of 't drukt stijt (=hij kan liegen zonder te blozen)
  13. Ronsisch: hie ka lieghen lijnk e pierd scheiten (=Een grote leugenaar)
  14. Munsterbilzen - Minsters: dae lieg dattet geen aordeghèts mei ès (=hij liegt dat het niet meer mooi is)
  15. brabants: Ge lieg ut (=Dat meen je niet)
  16. Zeeuws: ai nog us i- ens zo liegt heloof k je nie mi (=liegen)
  17. Munsterbilzen - Minsters: bèste al biechte gewès (=lieg je weer !)
  18. Wetters: ke au liegop (=ik ben kwaad op u)
  19. Hansbeeks: 'k è au lieg op (=Ik ben teleurgesteld in u)
  20. Mols: liege dagge zwet zie (=grove leugens vertellen)
  21. Lebbeeks: Ei es on 't drikke' zonder papier (=Hij is aan het liegen)
  22. Lichtervelds: je gift de woarheid ne vroenk (=hij liegt)
  23. Munsterbilzen - Minsters: aste van zen liëges zos boste, loepste allang mèt zen derm èn zen haan (=je doet niets dan liegen)
  24. Twents: Vriejn is zacht kuiern en hard leegn. (=Verkering is zacht praten en hard liegen.)
  25. Evergems: Liën dat de lucht uitgaat. (=Duchtig staan liegen)
  26. Roeselaars: Jis ze were ant drukken (=Hij is aan het liegen)
  27. Veurns: lieëg'n van 't voaderland weg (=overdreven liegen)
  28. Zeeuws: n alluve wereid is ok een leuhen (=liegen)
  29. Zeeuws: ai noh es zo leuhent ,dan hloof ik je nie (=liegen)
  30. Westerkwartiers: hij lugt of 't drukt stijt (=hij liegt zonder te blozen)
  31. Sint-Niklaas: die zuigdalles uit zènnen groten teen (=iemand die voortdurend liegt)
  32. Munsterbilzen - Minsters: daaj ès vanner leste lieëge nog nie gebarste (=ze liegt altijd)
  33. Munsterbilzen - Minsters: daaj lieg tot ze zwat ziet (=alles wat ze zegt is gelogen)
  34. Gronings: doe lugst als de bremerzender (=het erg liegen)
  35. Munsterbilzen - Minsters: kiek ès raech èn men ooge ! (=vergeet je niet te liegen)
  36. Zeeuws: ie lieg of attut e drukt sti (=leugenaar)
  37. kortemarks: ze liegt dat eur neuze krult (=ze liegt veel)
  38. Bilzers: men aure beginne te fleete (=je liegt)
  39. Zichems: hemme es hemme en kraige is ne kunst en mee liege en bedriege moeitte deur de wijreld vliege (=hebben is hebben en krijgen is een kunst en met liegen en bedriegen moet je door de wereld vliegen)
  40. Oudenbosch: ge liegt dat tswart ziet (=dat is helemaal niet waar)
  41. Sint-Niklaas: 'k mag ier doodvallen ak lieg (=ik vertel de waarheid)
  42. Lebbeeks: kop: Mijne kop af as 't ni wau es (=Geloof me, ik lieg echt niet)
  43. Oudenbosch: vrije is zachies praote en aart liege (=bij je meisje in een goed blaadje willen komen te staan)
  44. Zaans: Doen wat je zegge, den liege je niet (=Je doet maar!)
  45. Westerkwartiers: hij lugt dat 'er barst (=hij liegt dat het gedrukt staat)
  46. Waregems: ie liegt dattie 't zelve geluuëft (=hij liegt doelbewust)
  47. Brakels: ij liegt dat' gedrukt stoat (=hij liegt met overtuiging)
  48. Antwerps: dië zoigt alles oit zaaine groëten tiën (=iemand die liegt)
  49. Lutters: ie lie:gt ut (=je liegt het)
  50. Westerkwartiers: vroag mij niet, dan lieg 'k ok niet (=ik weet het niet zeker)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen