Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` lei`

  1. aan de leiband lopen (=erg volgzaam zijn)
  2. aan iemands leiband (=door iemand geleid)
  3. alle wegen leiden naar Rome (=er zijn veel manieren om je doel te bereiken / de uitkomst is altijd hetzelfde)
  4. Als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=Wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  5. dan is leiden in last (=dan zijn er problemen!)
  6. dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
  7. er zijn vele wegen die naar Rome leiden (=er zijn meerdere manieren om iets te doen)
  8. iemand om de tuin leiden (=iemand beetnemen of bedriegen)
  9. iets in goede banen leiden (=ervoor zorgen dat iets goed verloopt)
  10. met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
  11. van een leien dakje gaan (=bijzonder vlot en zonder problemen verlopen)
  12. zich er met Jantje van leiden afmaken (=onzorgvuldig zijn en weinig aandacht aan het werk besteden)

30 betekenissen bevatten ` lei`

  1. op kop staan (=aan de leiding staan)
  2. als de herder verdwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  3. de bezem in de mast voeren (=de baas zijn en leiding hebben)
  4. aan het roer zitten/staan (=de leiding hebben)
  5. de teugels in handen hebben/houden (=de leiding hebben/houden)
  6. het heft in eigen hand(en) nemen (=de leiding nemen)
  7. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  8. de opgaande zon aanbidden (=de nieuwe leider vleien)
  9. De bezem uitsteken (=Doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  10. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
  11. zijn hemel op aarde verdienen (=een goed en eerlijk leven leiden)
  12. een wit voetje halen (=een goede indruk maken bij de leider(s))
  13. de lange weg maakt een moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
  14. Vast in het zadel zitten. (=Een leider die niet makkelijk uit zijn positie te verwijderen is)
  15. aan de zwabber zijn (=een onbezorgd leventje leiden)
  16. rusten aan abrahams borst (=een rustig, aangenaam leven leiden)
  17. geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
  18. het schip ingaan (=groot risico nemen, leidend tot verlies)
  19. de keel kost veel (=herhaalde dronkenschap leidt tot armoede)
  20. de vis begint te stinken bij de kop (=het loopt het eerst mis bij de leiding)
  21. Iemand de teugels uit handen nemen. (=Iemand de leiding afnemen)
  22. een zwarte kat krabt niet (=je moet je niet laten leiden door je angsten)
  23. angst is een slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
  24. ledigheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
  25. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  26. die niet omziet is haast teniet (=overhaastig werken leidt tot ongelukken)
  27. op het schild verheffen (=tot leider maken)
  28. voor galg en rad opgroeien (=vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt)
  29. god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  30. een loopje met iemand nemen (=zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft))

Het dialectenwoordenboek kent 30 spreekwoorden met ` lei`

  1. Waregems: ie ee 't vooër 't zegn (=hij is de leidinggevende)
  2. Westerkwartiers: één om 'e tuun leid'n (=iemand op het verkeerde been zetten)
  3. Zeeuws: De tange lei in 't vier (=We hebben haast)
  4. Zeeuws: achter ieder [h]oogte lei un pit (=dip)
  5. Waregems: ie 'n kan 't nie lei'n, ie 'n kan ter nie teeën (=hij kan het niet verdragen)
  6. Sint-Niklaas: ne flierefluiter (=een losbandig leven leiden)
  7. Veurns: te pissen leen (=om de tuin leiden)
  8. Tilburgs: Gaodemee dokkelen in de laai (=ga je mee pootje baden in de lei)
  9. Veurns: De broek draag'n (=De leiding hebben)
  10. Westerkwartiers: we begunn'n met 'n schone lei (=we vergeten wat er is gebeurd)
  11. Bilzers: op kop vaore (=aan de leiding rijden)
  12. Bilzers: de kaar trékke (=zich als leider opwerpen)
  13. Vlijtingens: op kop voare (=aan de leiding rijden)
  14. Munsterbilzen - Minsters: on gokke konste verslaof wiëne, wèdde op honned euro (=wedden dat gokken leidt tot verslaving)
  15. Londerzeels: Ei z'n aare'n oep een ander ge lei (=Een scheve schaats rijden)
  16. Antwerps: het lei oep men toeng (=ik kan er niet opkomen)
  17. Westels: wa lei doa nei te spettelen ? (=wat ligt daar nu te spartelen ?)
  18. Weerts: eeme op glaad iês lei-je (=iemand anders in de problemen brengen)
  19. leuvens: zemme me wei goe lei (=ze hebben me weer goed beetgenomen)
  20. Leids: Hij heb een tuin op ze buik (=Hij is overleden)
  21. Gronings: Iemand de jas uitvegen (=iemand van leiden naar Delft geven)
  22. Westerkwartiers: zij zat doar an 't roer (=zij had daar de leiding)
  23. Leids: juh, pleur lekka je graf in (=ik vind je niet aardig)
  24. Horster: Lei, hedde geej ruuk beej oow? (=Leo, heb jij deo bij je?)
  25. Munsterbilzen - Minsters: den traajn oppet verkeirde spoeër zètte (=een hovenier om de tuin leiden)
  26. Liemers: Achter in de tuin lei-j meneer de Bruin hi-j had gin botte en gin vel en toch rookte hi-j wel. (=Hoop stront achter in de hof. (vers))
  27. Leids: ik teer je netten in met een bledder (=ik trap je ramen in met een voetbal)
  28. Venloos: Bezeuk en vis bliève gen dreej daag fris (=Gasten die langer dan een nacht blijven logeren, leiden tot irritatie)
  29. Mestreechs: dao geit ut leid op z'n zoondegs (=daar is veel verborgen leed)
  30. Kinrooi: Ins örges lekker gaon aete duit veul hoeselik leid vergaete! (=Eens ergens lekker gaan eten, doet veel huiselijk leed vergeten!)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen