Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` kort`

  1. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  2. alles kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan)
  3. binnen de kortste keren (=heel snel, bijna onmiddellijk)
  4. binnen de kortste keren (=bijna onmiddellijk)
  5. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  6. Een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=Men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
  7. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  8. handen te kort komen (=te weinig hulp hebben , overstelpt worden)
  9. hij stond erbij voor Jan met de korte achternaam (=hij had geen zinvolle activiteit)
  10. iemand kort houden (=iemand niet veel bewegingsvrijheid geven (fig.))
  11. iemand te kort doen (=iemand te weinig geven of begrijpen)
  12. leugens hebben korte benen (=met een leugen schiet iemand niets op, na verloop van tijd komt de waarheid altijd naar buiten)
  13. menen ligt dicht bij kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn. )
  14. te kort doen (=niet goed verzorgen, niet genoeg geven)
  15. te kort komen (=niet genoeg (kunnen) doen)
  16. te kort schieten (=iets onvoldoende hebben of kunnen doen)

13 betekenissen bevatten ` kort`

  1. ars longo vita brevis (=de kunst blijft lang en het leven is kort)
  2. een tukje doen (=een kort middagslaapje)
  3. water in je kelder hebben (staan) (=een te korte broek aanhebben)
  4. een blauwe maandag (=erg kort)
  5. mooie liedjes duren niet lang (=geluk is van korte duur)
  6. als de dagen (gaan) lengen, gaat/gaan de vorst/winter/nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
  7. kort en bondig vertellen (=iets kort, maar duidelijk vertellen)
  8. in een mum van tijd (=in heel korte tijd)
  9. in een zwenk (=in heel korte tijd)
  10. in een vloek en een zucht (=in heel korte tijd , zonder moeite)
  11. in een wip (=in heel korte tijd , zonder moeite)
  12. lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
  13. kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)

Het dialectenwoordenboek kent 413 spreekwoorden met ` kort`

  1. Lichtervelds: kzy kort van oasme (=ik ben kortademig)
  2. Aalsters: een snabbe en een beet (=kortaf)
  3. Bilzers: kot van ojem; amechteg (=kortademig)
  4. tervurens: de plekkers zaain doo (=als uw haar kortgeknipt is)
  5. Veurns: op z'n oasm' èpakt zien (=kortademig zijn)
  6. Veurns: op z'n oasme epakt zien (=kortademig zijn)
  7. Valkenswaards: Umzeumen (=Broek korter maken)
  8. Twents: disse weg is richter (=dit is een kortere weg)
  9. Veurns: èn oek ofsteek'n (=een kortere weg nemen)
  10. Kotnaaks: te griest goin (=een kortere weg nemen)
  11. Gents: ejei achter den trein geluupe, ije woater in zijne kelder. (=iemand met een te kortebroek)
  12. Kotnaaks: tegriest goin (=een kortere weg nemen)
  13. Munsterbilzen - Minsters: verdoeme, daaj wor kot van stof (=ze was nogal kortaf, verdorie !)
  14. Alblasserdams: korties bij dichies legge/zitte (=dicht bij elkaar liggen/zitten)
  15. Sint-Niklaas: de korten steken (=speelkaarten in de hand schikken)
  16. Zeeuws: kwa khi mn padje korten (=naar huis of naar bed)
  17. Mestreechs: Sjeet op; 't is 'kortdaag'! (=Schiet op; we hebben niet meer zo veel tijd!)
  18. Kinrooi: Wiej langer des te laefs wiej korter det 't doortj! (=Hoe langer dat je leeft hoe korter dat het duurt!)
  19. Roois (Sint-Oedenrode): Den kèrrèk is grotter dan den torre (=Echtpaar waarvan de man korter van stuk is)
  20. Westerkwartiers: 't minnert mooi (=het kort mooi in)
  21. West-Vlaams: nen tuk doen (=een kort dutje doen)
  22. Munsterbilzen - Minsters: trèkket nie te lang (=maak het kort)
  23. Niel: ajei woater in zaane kelder (=zijn broek is te kort)
  24. Ursels: 't stoa woadre in zijne keldre (=zijn broek is te kort)
  25. Venloos: As d'n oerworm vogels vraet, dan is de shoarma nog neet riep. (=De dagen worden alsmaar korter.)
  26. Lutters: ie, ie: (=korte ie, lange ie)
  27. Waregems: van tsnoens tot t'n twolvn (=van zeer korte tijdsduur)
  28. Kortenbergs: t'es on 't zuie ! (=het kookt!)
  29. Liemers: D'r ech schoon gewasse glad geschaore en kortbi-jgeknip uutzie:n alaeneg steeh dah bi-j ow d'r 'n bitje al te sjappieachtegs uut ! (=Op z`n paasbest eruit zien)
  30. Genneps: Enne kersentied duu.re (=Een korte periode)
  31. Lutters: oe, oe: (=korte oe, lange oe)
  32. Erps: op nen nik en nen tik (=in een korte tijdsspanne)
  33. Bilzers: hae hèt wotter ènne kaller (=zijn broek is te kort)
  34. Oudenaards: d'r stoa woater in zijne keldre (=zijn broek is te kort)
  35. Waregems: een woordse placeer'n (=even (kort) het woord nemen)
  36. Munsterbilzen - Minsters: kot van vasse (=kort aangebonden)
  37. Westerkwartiers: recht op 'e man oaf (=kort en bondig)
  38. Liedekerks: ket van ausem (=kort van adem)
  39. Bornems: Goa et woater in a kelder zeker (=Uw broek is te kort)
  40. Hals: ei èèt woeter in zèè keljer (=zijn broek is te kort)
  41. Leuvens: kette mette moke (=korte metten maken)
  42. Zeeuws: un kwartje ai op je broek trapt! (=te korte broek)
  43. Diesters: water in de kelder (=te korte pantalon)
  44. Zeeuws: tis oog witter hloof k (=te korte broek)
  45. Kortenbergs: bai aave schabbernak pakke (=beetnemen)
  46. leuvens: g'ét wooter in aave kelder (=je broekspijpen zijn te kort)
  47. Sint-Niklaas: das ne schorrekop (=man met heel kort geknipt haar)
  48. Waarschoots: ie es nie thalvent de broek (=niet toereikend, te kort komend)
  49. Renkums: Woarum goa je nie binnendeur, da's toch veul richter (=waarom ga je niet binnendoor, dat is toch veel korter)
  50. Kortrijks: jis zn slag of (=hij is moe...)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen