Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` koken`

  1. er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden (=je kunt het niet iedereen naar de zin maken)
  2. iemand in zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand aan zijn lot overlaten (iemand die iets niet goed gedaan heeft))
  3. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  4. in zijn sop gaar laten koken (=zijn kritiek en protesten negeren)

Eén betekenis bevat ` koken`

  1. zo rood als een kreeft (=een rode kleur hebben. (kreeft wordt knalrood tijdens het koken))

Het dialectenwoordenboek kent 9 spreekwoorden met ` koken`

  1. herenthouts: zop zuijen (=soep koken)
  2. Merenaars: ne muujer zojjenne woeëter (=een ketel met kokend water)
  3. Aarschots: de petaate zooien (=de aardappelen koken)
  4. Antwerps: ge hebt moar te spreken en uwe mond goat open. dat wordt geegd op altijd dezelfde aangename toon. (=je hebt veel goesting om bepaald voedsel vb mosselen met frieten. je komt thuis en je mama is dat juist aan het koken dan zegt ze)
  5. Sint-Niklaas: 't woater in de moûr begint te zoûn (broebelen) (=het water in de ketel begint te koken)
  6. Tilburgs: èrte kôoke toe se mörref zèn (=erwten koken tot ze zacht zijn)
  7. Zeeuws: je kan we een ei in zn hat haar koken (=driftig persoon)
  8. Giethoorns: iene mit de kop in de zak laoten zitten (=iemand in het ongewisse laten/ Iemand in eigen sop gaar laten koken)
  9. West-Vlaams: os koken kiken me ze linke gibus (=je moet hem daar eens zien kijken met zen dom aangezicht)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen