Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` kaar`

  1. alles op één kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken)
  2. De gekken krijgen de beste kaarten (=Het geluk is met de dommen)
  3. de gekken krijgen de kaart (=dwaze en onverstandige mensen krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  4. de grote kaars gaat uit (=de zon gaat onder)
  5. de kaart leggen (=de toekomst voorspellen)
  6. de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kennen)
  7. doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
  8. Een kaars voor de duivel branden (=Bij iedereen slijmen)
  9. geen zo kleine sant of hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere machten moet men gunstig stemmen)
  10. Het is maar hoe de kaarten vallen (=Het hangt van het lot af)
  11. iedere heilige komt zijn kaarsje toe (=iedere medewerker moet delen in de eer)
  12. iemand in de kaart spelen (=iemand onbewust helpen)
  13. instorten als een kaartenhuisje (=plots en snel in elkaar zakken, tenietgedaan worden)
  14. je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
  15. op de kaart zetten (=gemaakt tot iets waar rekening mee gehouden wordt. )
  16. open kaart spelen (=eerlijk zijn, niets verbergen)
  17. van de kaart zijn (=uitgeschakeld zijn - totaal versuft zijn)
  18. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
  19. zich in de kaart laten kijken (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen)
  20. zijn kaars aan twee kanten branden (=zijn krachten of mogelijkheden al te vroeg verspillen)

2 betekenissen bevatten ` kaar`

  1. Het varken is door de buik gestoken (=1: Door krachtig optreden zijn de moeilijkheden uit de weg geruimd. 2: Alles is doorgestoken kaart, opgezet spel, de zaak is vooraf bedisseld)
  2. iets boven de tafel fietsen (=open kaart spelen met bedoelingen)

Het dialectenwoordenboek kent 62 spreekwoorden met ` kaar`

  1. Waregems: 'n p'rtietje koart'n (=een kaartje leggen (kaartspel))
  2. Turnhouts: 'k hoai koai kaarte (=ik had slechte kaarten)
  3. Deinzes: 'n en plankierkoarter (=een slechte kaartspeler)
  4. Brakels: klavers: kappers zijn geen groavers (=kaartterm: klaveren is troef)
  5. Walshoutems: fraus dong (=Bedriegen v.b met kaartspelen)
  6. Bornems: en kaarlees (=een karspoor)
  7. Huizers: kaerswerk is naerswerk (=in de schemer ( bij kaarskicht) bezig zijn)
  8. Overmeers: nen boek koarten (=een kaartspel)
  9. Sint-Niklaas: das nog ne stuken (=die oude man gaat nog kaarsrecht)
  10. Sint-Niklaas: gè misgeven (=gij hebt verkeerd gegeven (kaartspel))
  11. Waregems: an wie lig het (kaartspel) (=wie heeft er tot nu de hoogste kaart gelegd)
  12. Sint-Niklaas: uit zin (=het spel winnen (kaartspel))
  13. Sint-Niklaas: misdelen (=verkeerd delen bij het kaartspel)
  14. Waregems: trouwf moak'n (=troef maken (kaartspel))
  15. Antwerps: die is gewoejn van noar de kaark te goan, diën is in de kaark gebore (=iemand die altijd vergeet de deur te sluiten)
  16. Munsterbilzen - Minsters: kaarkësnès mok hannekesnès (=krapuul brengt alleen maar moeilijkheden mee)
  17. Sint-Niklaas: gè moet uitkommen (=gij moet beginnen spelen (kaartspel))
  18. Waregems: oëger of mijn bijlke of 'k kappe in oi gat! (=hoger leggen (in kaartspel))
  19. Antwerps: 't is duuveltjeskaarmis, tis kaarmis in d'hel (=zon die schijnt bij regen)
  20. Kanners: 'n kaar te groêt (=veel te groot)
  21. Sint-Niklaas: gè meugd uitspelen (uitgoan, uitkommen) (=jij mag beginnen( kaartspel))
  22. Bilzers: de kaar trékke (=zich als leider opwerpen)
  23. Waregems: 'n kèès' omsteek'n (=een kaars aansteken)
  24. Munsterbilzen - Minsters: t pieëd aater de kaar spanne (=het verkeerd aanpakken)
  25. Sint-Niklaas: twurd allangsom kaar (=het wordt stilaan kouder)
  26. Bilzers: n kaar te laot koëme (=veel te laat komen)
  27. Bilzers: de kaot staeke (=de kaarten schudden)
  28. Limburgs: kriet in ut laok (=gelijk spel bij kaarten)
  29. Achels: wan prenteboek/voele (=ik heb slechte kaarten)
  30. Roosendaals: nat gaon (=verliezen met kaarten)
  31. Sint-Niklaas: 'k gô mè ertus (koekus, kloavurs, schippus) uitgoan (uitkommen) (=ik ga met harten(......) beginnen spelen (kaartspel))
  32. Deinzes: de geete (geit) hèn (=in het kaartspel van elke kleur evenveel hebben)
  33. Westerkwartiers: die het wat op zien kaarfstok !! (=die heeft veel op zijn geweten !)
  34. Tilburgs: toen den illektriek ötviel, hèmme mar en kèrske gebraand. (=toen de stroom uitviel, hebben we maar een kaarsje aangestoken.)
  35. Munsterbilzen - Minsters: n kaar te graut (=veel te groot)
  36. Westerkwartiers: zij was uut 't veld sloag'n (=zij was van de kaart)
  37. Bilzers: aander vër zen kaar spanne (=anderen voor zich laten werken)
  38. herenthouts: de koarten husselen (=de kaarten ondereen steken)
  39. Waanroods: gi prinke in men (zen) han hemmen (=slechte kaarten hebben)
  40. Hoogstraats: mej de kaorten speulen (=met de kaarten spelen)
  41. Overijses: giene rotte kaar nemi (=bezit geen 25 cent meer)
  42. Budels: as de as brékt vilt de kaar (=het een volgt op het ander)
  43. Koersels: He hit mich tege men kaar gereen (=Hij heeft mij misnoegd)
  44. Achels: wan pèèèrde/wan stup/houwe op die toffel (=ik heb goede kaarten)
  45. Bilzers: vür de kaar lotte spanne (=laten overreden om mee te doen)
  46. tilburgs: wen tadderakken (=Ik heb slechte kaarten in de hand)
  47. Ninoofs: ze koêrtn in Parausj nie beter (=je bent slecht aan het kaarten)
  48. Weerts: Ze gaon altiêd op 't aod kaar aan (=Kinderen gaan graag naar hun ouders)
  49. Munsterbilzen - Minsters: mèt de kaar geetet nog, mèr de raer dooge nimei (=slecht te been zijn)
  50. Munsterbilzen - Minsters: vrümde minse vër zen kaar spanne (=zijn zaakjes laten oplossen door buitenstaanders)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen