Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` jas`

  1. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  2. zo de wind waait, waait zijn jasje (=iemand zonder principes, die zonder eigen mening anderen naar de mond praat)
  3. zoals de wind waait, waait zijn jasje (=hij gaat met de heersende mening mee of telkens van mening veranderen afhankelijk van de mensen om iemand heen)

Het dialectenwoordenboek kent 25 spreekwoorden met ` jas`

  1. Brabants: vergitte gij oew jaske nie (=vergeet je jasje niet)
  2. Wagenings: piepers jassen (=aardappelen schillen)
  3. Sint-Niklaas: 'nen tweezak, 'nen jassendrjaar (=een onbetrouwbare, dubbelzinnige man)
  4. Hulsters (NL): oew jas vastmaken (=je jas dichtknopen)
  5. Weerts: as Slumke doeëd es, krieegdje ziên jeske (=als Slimpie dood is, krijg jij zijn jasje)
  6. Westerkwartiers: zo de wiend waait waait zien jaske (=die loopt met elke aanvoerder mee)
  7. Tilburgs: unnen hawtere jas (=een doodskist)
  8. Tilburgs: haawt oewe jas mar aon !! (=hou je jas maar aan !!)
  9. Tilburgs: unne jas zo grôot dè-k ur wèl koosje-koosje meej kos gòn zinge. (=een jas zo groot dat ik er mij wel in kon keren.)
  10. Slands: jassie je cente dr niet deur (=maak je niet al je geld op)
  11. Tilburgs: dè pietelèrke waar vèèf noemers te grôot !! (=dat jasje was vijf maten te groot !!)
  12. Tilburgs: ge schiet tòch wèl unne jas aon meej zo-n kaaw (=je doet toch wel een jas aan met zo'n koud weer)
  13. Munsterbilzen - Minsters: hae drèd waaj den haon opte kërktoeën (=hij draait zijn jas geregeld)
  14. Gronings: Iemand de jas uitvegen (=iemand van Leiden naar Delft geven)
  15. Munsterbilzen - Minsters: zene jas draeë mèt de wènd (=gemakkelijk van partij wijzigen)
  16. Drents: Die hef altied zien zundagse jas an (=Hij doet niet veel.)
  17. Kinrooi: Zelfs de ermste ków heet nog eine laere jas! (=Zelfs de armste koe heeft nog een lederen jas!)
  18. Venloos: Dae löp met de plenk onder de jas. (=Die heeft niet lang meer te leven)
  19. Munsterbilzen - Minsters: ooch erm beiste draoge ne laere jas (=ook de lelijkste dieren dragen een pels)
  20. Waregems: speeld uit// speeld oof (=doe je jas maar uit (zegt de gastheer/gastvrouw)
  21. Oudenbosch: daor ebbik al ne jas vor kunne uittrekke (=dat heeft me al veel gekost)
  22. Genneps: Enne jas schille (=Beter van temperatuur)
  23. Mestreechs: unne umgedreide jas zien (=sterk van mening veranderen)
  24. Oudenbosch: da schil ne jas mee giestere (=vandaag is het een stuk minder koud dan gisteren)
  25. Sinnekloases en niekaarks: doet ô frak oan,straks scheirt ge nog ne fleuris op (=doe uw jas aan of binnenkort heb je een kou vast)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen