Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` is van`

  1. dat is van de baan (=dat gaat niet door)
  2. De druk is van ketel (=de grootste spanning is voorbij)
  3. het hek is van de dam (=iedereen doet maar wat die wil zonder grenzen)
  4. het is van de gekke (=het zou niet mogen)
  5. hij is van God los (=hij is gek, je boven de wet bevinden)
  6. hij is van zijn paard gevallen (=hij heeft zijn positie verloren)
  7. Hij is van zijn paard gevallen. (=Hij heeft zijn positie verloren)

5 betekenissen bevatten ` is van`

  1. dat is een aalshuid (=dat is van weinig waarde)
  2. mooie liedjes duren niet lang (=geluk is van korte duur)
  3. Hij heeft paardenvlees gegeten. (=Hij is van nature onrustig)
  4. alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
  5. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))

Het dialectenwoordenboek kent 2990 spreekwoorden met ` is van`

  1. Bilzers: vanal, das hinnestront ! (=vanalles kan gelijk wat zijn)
  2. tervurens: tes vanda of tes vandatte (=het is gebeurd)
  3. Maldegems: schenteventen (=vandalenstreken uihalen)
  4. Westerkwartiers: 't is mooi west veur vandoag (='t is genoeg voor vandaag)
  5. Oudenbosch: tis vandaog gewoon werkedag (=we zijn vandaag niet vrij)
  6. Antwerps: vanaaiges (=dat is zeker)
  7. brabants: Gôôl, daor komt gin goei gèèt vandaon! (=Goirle, daar komt niets goeds vandaan)
  8. Erps: vanannen sus goan (=in zwijm vallen)
  9. Arendonks: ew botteh afdrooieh (=moe van't werken)
  10. Munsterbilzen - Minsters: spauke zien (=vanalles zien dat er niet is)
  11. Oudenbosch: kzijn niks weert vandaog (=ik voel me niet goed vandaag)
  12. Gronings: tis ja veul te hait, tis nait kold vandoag (=Het is erg warm vandaag.)
  13. Geels: Was er oep tellevies vandoag? (=Wat is er op de televisie vandaag?)
  14. Budels: blieft er nou us mé oe fikkes vanaaf (=blijf er nou eens vanaf!)
  15. Zeeuws: lukt 'et vandaege nie, dan lukt'et merrege (=wat vandaag niet lukt, lukt morgen)
  16. Munsterbilzen - Minsters: hae zoeg spauke (=de beeldhouwerd beeldde zich vanalles in)
  17. Zeeuws: di is hlad niks vanan (=niet waar)
  18. Millers: jeüvër vanallës en nog get (=over koetjes en kalfjes)
  19. Bilzers: vrolaaj haate van simpel zaoke, bevürbeeld van manne (=van vrouwegedachten en winternachten kan je vanalles verwachten)
  20. Westerkwartiers: komm'n we d'r vandoag niet dan komm'n we d'r mörg'n wel (=we hebben vandaag geen haast)
  21. Bilzers: vande priëkstoel toomele (=aankondiging van het kerkelijk huwelijk)
  22. Vilvoords: tes waal vanda (=het is altijd hetzelfde)
  23. Achterhoeks: Nem een möpke (koekje) bi-j de koffie. (=Neem het er van. Maak er het beste van.Kan ook ironisch bedoeld zijn.)
  24. Veussels: Helemaal van't padje! (=Onder invloed van alcohol zijn.)
  25. Nijlens: da is vanaages (=dat is vanzelf sprekend)
  26. Sint-Niklaas: zuttij nog waal kommen vandoag? (=zou hij nog wel komen vandaag?)
  27. Munsterbilzen - Minsters: èsset nog vür vandaog (=komt er nog wat van ,)
  28. Westerkwartiers: ik goa d'r vandeur (=ik ga er vandoor)
  29. Antwerps: kfal oemvaar vanden oenger (=I heb honger)
  30. Munsterbilzen - Minsters: vanal aut zen botte slon (=onzin uitkramen)
  31. Klemskerks: saluu en de kost en die wiend vanachter: zegwijze die men iemand naroept die kwaad vertrekt na een ruzie (=Saluut en de kost en de wind vanachter)
  32. Lichtervelds: tis ier duuvels vandiesje (=het is hier een puinhoop)
  33. Bilzers: goed taus ende wénd vanaater (=goed thuisreis)
  34. Oudenbosch: ijistur mee vandeur (=hij is er mee vandoor gegaan)
  35. Oudenbosch: ijee vanacht ligge woelwaotere (=hij heeft een onrustige nacht gehad)
  36. Izegems: 't is ier gelik vandiesie (=het staat hier allemaal vol)
  37. Munsterbilzen - Minsters: daaj ès wol hoël vanbènne (=zij heeft nooit genoeg gegeten)
  38. Liedekerks: E eit do tiejen en tander geskoept (=Hij heeft daar vanalles wat gestolen)
  39. Munsterbilzen - Minsters: da wor geen moejlëke bevalling (=de vroedvrouw kraamt er vanalles uit)
  40. Munsterbilzen - Minsters: hae sjaart alles mèt wo nie te heet ofte zwaur ès (=hij pikt vanalles)
  41. Bilzers: Doeë lekste daum en vingers vanaof (=dat is lekker)
  42. Susters: Dao is de fleur vanaaf (=Dit is niet mooi meer)
  43. Munsterbilzen - Minsters: doë vilt men broek vanaof (=ik sta perplex)
  44. Overpelts: doa zakt men boks vanaaf (=Nu breekt mijn klomp!)
  45. Munsterbilzen - Minsters: doeë vilt men broek vanaof (=daar verschiet ik danig van)
  46. Bilzers: dich laefs ziëker vande hiemelse doj (=jij leeft zeker van lucht)
  47. Bilzers: doë vûlt men broek vanaof (=daar verschiet ik serieus van)
  48. Oudenbosch: das ne vandege jonge geworre (=dat is een flinke jongen geworden)
  49. Moes: va veuren open en vanachter nie toe (=zwoel kleedje)
  50. Zottegems: tes vandiese van de lege portemonnees (=Na de kermis hebben de mensen geen geld meer.)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen