Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` is goed`

  1. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  2. geen nieuws is goed nieuws (=zolang het goed gaat met iemand is het lang niet zo sensationeel als dat het slecht gaat met iemand)
  3. het is goed aan hem besteed (=hij verdient het, hij zal er op de goede manier mee omgaan)
  4. het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  5. Het is goed sollen met een dood paard. (=Iemand die geen verzet biedt, is een makkelijk slachtoffer)

5 betekenissen bevatten ` is goed`

  1. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  2. Het is gezond om in het vuur te pissen (=Het is goed om hevigheid te kalmeren)
  3. laat maar zitten (=het is goed zo)
  4. een goede daad is goud waard (=iemand helpen is goed)
  5. hebben is hebben maar krijgen is de kunst (=iets hebben is goed, maar iets bijkrijgen is beter)

Het dialectenwoordenboek kent 828 spreekwoorden met ` is goed`

  1. Walshoutems: Een goei djoep (=Goedhartig vrouwmens)
  2. Zeeuws: da s me n hoeien (=goedkeurend)
  3. Vlijtingens: blèts (=goedgelovige vrouw)
  4. Vechtdals: goeindag (eem) (=goedendag)
  5. Gents: ne gruuten balkong (Balcon= erker ) (=een goedgevulde boezem)
  6. Lichtervelds: jeet een êrte lik e koekkebroîd (=hij is goedhartig)
  7. Westerkwartiers: doar zit wel meziek ien (=dat gaat wel goedkomen)
  8. Oudenbosch: daddis un ollebollewaai (=zij is een goedhartig opgeruimd iemand)
  9. Sallands: goedgaon (='t gaat je goed, het beste)
  10. Evergems: get eu kessens verkeerd an (=doe je kousen goedd aan)
  11. Oudenbosch: dadistereen meej aor op dur taande (=zij is een goedgebekt vrouwspersoon)
  12. Tilburgs: kromhawt braandt ok. (=het goedkopere is vaak net zo goed.)
  13. Margratens: der zege kriege (=goedkeuring krijgen)
  14. Westerkwartiers: 'k vuul naddegheid (=ik voel dat het niet goedkomt)
  15. Zeeuws: da vaal in timmerje (=goedgekeurd)
  16. Gelaens (Geleens): Die vrouw is ein gooj blötsj. (=Die vrouw is te goedaardig.)
  17. Westerkwartiers: gat goedje is noar zien grootje (=dat spul is omgekomen)
  18. Westerkwartiers: dat goedje is net hoarlemmereulie (=dat spul is overal goed voor)
  19. Antwerps: dasbekaanstverniet (=dat is zeer goedkoop)
  20. Bilzers: ziëker van de kérmes of autte sjikkepot (=goedkope juwelen)
  21. Leuvens: tes just den dievel mè ze moeïke (=iets goedkoop dat je goed staat)
  22. Zeeuws: hoeiendag oe is t noe? (=goedendag hoe gaat het)
  23. Lebbeeks: védder: God védder a (=Goedendag (afgeleid van)
  24. Waregems: elk ne goen da(g) (=goedendag iedereen)
  25. Brakels: wor ons Irre zij goedeeten in steekt (=een nietsnut die men tolereert)
  26. Munsterbilzen - Minsters: de gelüfs ook nog dat te piepele hoj aete (=je bent te goedgelovig)
  27. Lokers: vliees da nie oan den hoaek angt (=goedkope vleesbereidingen (o.a. van slachtafval))
  28. Westlands: Ze benne(product) onder de prais (=Product is goedkoop)
  29. Merenaars: vur nen appel en een au (='t is zeer goedkoop verkocht)
  30. Weerts: Dao kriegdje nog geine kniên vör gedektj (=Dat is wel heel erg goedkoop !)
  31. Waregems: de gierighied beskijt de wijshied (=goedkope toestellen gaan snel kapot)
  32. Westerkwartiers: dat goedje lijt henter en twenter (=dat spul ligt her en der verspreid)
  33. Westerkwartiers: hij spijt roar goedje (=hij slaat een gemene toon aan)
  34. Harelbeeks: Betoal'n mee gesloot'n buzz'n (=Ruilen met goederen of arbeid)
  35. Veurns: voe gin goeden oendje (=voor geen geld ter wereld)
  36. Giethoorns: hi-j stek niet goed in zien vel (=Geen goede gezondheid)
  37. Westerkwartiers: alle woar is noar zien geld (=van goedkope waar mag je minder verwachten)
  38. Venloos: As hae stief is, schroef se d'r maar ein paar handvatte aan (=Iemand goedkoop begraven)
  39. Munsterbilzen - Minsters: ins goed doërsmèere (=een goede beurt geven)
  40. Munsterbilzen - Minsters: doë kraaj(g)ste nog gene knijn mèt gedèk (=dat is wel heel goedkoop)
  41. Zwols: een goed peerd is aver weerd (=een goede kracht is nooit te duur)
  42. Munsterbilzen - Minsters: goej Limburgse vloj ès din van laer, mèr dik van smaer (=goede Limburgse vlaai is goed gevuld)
  43. fries: Koetsjefinne, pak een barig bie de stut en lit um rinne (=De kebab is goedkoper bij nederlanders dan bij turken)
  44. Achterhoeks: he'j al e'dretten (=goede morgen)
  45. Evergems: Hé zal moetn toe zijn om azuen schure uit de dessen. (=Hij zal van goeden huize moeten zijn om die vrouw aan haar trekken te laten komen.)
  46. Ransts: aave leste frak is er ene zonder zakken (=bij uw overlijden krijg je geen goederen mee)
  47. Bilzers: ver hübbenem goed éngepiekeld (=wij hebben hem een goede rammeling gegeven)
  48. Vechtdals: goed opmaakn döt botter verkoopn (=met een goede presentatie verkoop je beter)
  49. Bilzers: e goed piëd és zen haover wol wiëd (=een goede werkkracht mag wel wat kosten)
  50. Maldegems: nen oasoart doen (=een buitengewoon goede koop doen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen