Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Het dialectenwoordenboek kent 107 spreekwoorden met ` in eigen`

  1. Sint-Niklaas: 'k docht bè (in) min eigen (=ik was aan het denken...)
  2. Twents: Ai lui bint doa kun ie niks an doon, maar ai meu bint is't oe eig'n schuld (=Als je lui bent kun je niets aan doen, maar als je moe bent is het je eigen schuld)
  3. Munsterbilzen - Minsters: hae ès zoe zot as den atste, mèr den dektaur zaag dat et nog te genaese ès (=hij heeft zijn eigen ook niet gemaakt, maar het gaat al beter)
  4. Zwols: Döör bint mi'j de stienen nog eigen (=Daar heb ik goede herinneringen aan)
  5. Wetters: hij zoo ziijn eigen moeder verkuupen (=iemand die alles doet voor het geld)
  6. Tilburgs: ge moest oewèège schaome, dègge oew èège moeder zôo vur de gèk haawt ! (=je moet je schamen,, dat je je eigen moeder zo voor de gek houdt !)
  7. Bilzers: Lik zen eege hiëfke sjaun te glore, dan zal t onkraud van de geboere dich nie bekore (=Als iedereen voor zijn eigen deur keert, is de ganse straat schoon)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen