Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` in eigen`

  1. de hand in eigen boezem steken (=zijn eigen fout inzien)
  2. het heft in eigen hand(en) nemen (=de leiding nemen)
  3. het recht in eigen hand nemen (=eigenmachtig optreden)
  4. rechter in eigen zaak zijn (=zijn eigen zaak kunnen beoordelen)

Eén betekenis bevat ` in eigen`

  1. iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)

Het dialectenwoordenboek kent 107 spreekwoorden met ` in eigen`

  1. Munsterbilzen - Minsters: loetse (=eigenaardige trekjes)
  2. Genneps: Zienen ègge naod nääjje (=Eigengereid zijn)
  3. gronings: dij het zog zulf veur kaaste scheetn (=eigenschuld)
  4. Brakels: uug iejn zijn stère (=grote eigendunk)
  5. Harelbeeks: Wa Vwur iën zeje gie eigenlyk (=Hoe slecht van karaker ben ji eigenlijk)
  6. Zeeuws: nogter vat [verreken] (=eigenaardig persoon)
  7. Veurns: eeën mi veele wiend in ze broek (=Iemand met een hoge eigendunk)
  8. Antwerps: stapelzot van glorie,moar het is grand jàr ,petite noble (=over iemand met hoge eigendunk)
  9. Merenaars: zèn eigen doenink emmen (=eigenaar zijn van een gebouw)
  10. Dilbeeks: das e raal wout (=dat is een eigenaardig woord)
  11. Oudenbosch: onzenlieveneer ee eigenaorigge kostgangers (=daar kijk je van op)
  12. Oudenbosch: was da vor nun kwiedam ? (=wat is dat voor een eigenaardig iemand ?)
  13. Munsterbilzen - Minsters: Zjang van Gon van Roebbe wont atter wir zaot wor noë haus gerieje én de graute plantekürf van zene viloo (=Jan Hanssen van Eik aan de Kapel werd eigenhandig door Gon in zijn eigen plantenkorf naar huis gereden vanuit één of ander café in Munster)
  14. Sevenums: asse de naam hes te laat te kômen, kumse noeit miêr op tiêd (=als je bekend staat om een bepaalde eigenschap hou je dat)
  15. nuths: om enne teliere kinne moste loestere wie he euver de angere kalt (=De spreker ziet zijn eigenschappen in de beoordeling van de anderen.)
  16. Munsterbilzen - Minsters: Zjang Maajers, mèt zen braudkar, koëm mekan altijd zaot trèg iëver den Driëf van Eegebilze (=Het paard van bakker Jan Meyers kende de weg van Eigenbilzen over de Dreef van buiten, als Zjang weer eens zat was.)
  17. Munsterbilzen - Minsters: haat tich bij want dae hèt viël grond on zen haan hange (=trouw maar gauw want hij heeft veel eigendom)
  18. Munsterbilzen - Minsters: wot hübste toch mèr op zen praaj (=wat mankeert jou eigenlijk)
  19. Nijswiller: wier niks nujs (=eigenlijk heb ik niets te vertellen)
  20. Drents: Antrouwd is anweid (=Aangetrouwde familie wordt nooit eigen)
  21. Westerkwartiers: da's 'n noaproader (=die heeft geen eigen mening)
  22. Bilzers: aut men eege (=uit mijn eigen beweging)
  23. Sint-Niklaas: appelblaazeegroen (=een kleur waar men eigenlijk geen naam voor heeft)
  24. Ostêns: wit je nog van wuffer parochie daj ziet (=hoe zat ben je eigenlijk)
  25. West-Vlaams: ek ze goeste (=elk zijn eigen smaak)
  26. Bilzers: Va (=Eigen schuld, dikke bult)
  27. Herns (Herne, VL-B): wel bestèutj (=eigen schuld,dikke bult)
  28. Deurns: Krék goe (=Eigen schuld/net goed)
  29. Huizers: Zain aigen mast overboord zailen (=Zijn eigen boontjes doppen)
  30. Rotterdams: Grote muil Dikke lip (=eigen schuld dikke bult)
  31. Zottegems: goeste es kup (=elk zijn eigen smaak)
  32. Lokers: Waalbesteekt (=Eigen schuld, dikke bult)
  33. Merenaars: wel bestetj (=het is je eigen schuld)
  34. Munsterbilzen - Minsters: ielëk zen eege goesting (=naar eigen believen)
  35. Tilburgs: heetie èègelek wèl harses in zene knöst (=heeft hij eigenlijk wel hersens in zijn hoofd)
  36. Antwerps: ieder zaaine meug (=iedereen heeft zijn eigen smaak)
  37. lovendegems: wel besteekt ! (=het is je eigen schuld)
  38. Bilzers: aut zen eege (=uit zijn eigen beweging)
  39. Munsterbilzen - Minsters: zenen eege gank gon (=zijn eigen willetje doen)
  40. Bilzers: kiek nao zen eege (=bemoei u met uw eigen zaken)
  41. Westerkwartiers: hij smit zien eig'n ruut'n ien (=hij gooit z'n eigen ruiten in)
  42. Munsterbilzen - Minsters: baeter klene meester as graute knaech (=wees je eigen baas)
  43. Weerts: Gae môtj mich neet in miêne kraom schiête, vuurdet ich oetgewinkeltj bin (=Waar bemoei je je eigenlijk mee!!)
  44. Waregems: jattetoet (='t wél waar (onderstrepen van eigen gelijk))
  45. Munsterbilzen - Minsters: én zen eege vèt lotte stoëve (=aan zijn eigen lot overlaten)
  46. Munsterbilzen - Minsters: tés vër zen eege goed (=het is in je eigen belang)
  47. Bosch: Och gij mee oewen bèk vol sèp! (=Kijk naar je eigen)
  48. Munsterbilzen - Minsters: zen eege kloete (=je in je eigen vinger snijden)
  49. Barghs: As gi-j mea groond wil hebbe mô gi-j diéperder grááve (=Als je iemand betrapt die zich onterecht meer grondgebied wil toe-eigenen:)
  50. Waregems: jat'ndoet (=het is niet waar (onderstrepen van eigen gelijk))



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen