Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


185 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` in de`

  1. Als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=Wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  2. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  3. als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
  4. als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
  5. als het bier is in de man dan is de wijsheid in de kan (=van dronkaards verwacht men geen verstandige woorden)
  6. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  7. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  8. balsem in de wonde gieten (=het leed verzachten)
  9. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  10. bij Sint Joris in de kost zijn (=ergens gratis eten)
  11. bitter in de mond maakt het hart gezond (=ook wat minder aangenaam is, kan gezond of goed zijn)
  12. daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai)
  13. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
  14. daar is een haartje in de boter (=daar is ruzie of wrijving)
  15. daar is vlees in de kuip (=daar is het goed)
  16. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  17. dat heeft nogal wat voeten in de aarde (=dat is moeilijk te realiseren)
  18. de baard in de keel hebben (=overgang van kinderstem naar volwassen stem)
  19. de bezem in de mast voeren (=de baas zijn en leiding hebben)
  20. de economie zit in de lift (=de economie groeit)
  21. de handen in de schoot (=werkloos)
  22. de hond in de pot vinden (=te laat zijn voor het eten (alles is op))
  23. de kat in de gordijnen jagen (=iemand goed kwaad maken)
  24. de kronkel in de darm hebben (=hevige buikpijn (koliek) hebben)
  25. de moed in de schoenen doen zinken (=wanhopig worden en de moed verliezen)
  26. de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
  27. de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)
  28. de troffel in de kalkbak gooien (=zijn beroep opgeven en van zijn rente gaan leven)
  29. de wind in de zeilen hebben (=voorspoed hebben)
  30. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  31. een bodem in de markt leggen (=een minimumprijs vastleggen)
  32. een brok in de keel krijgen (=emotioneel aangedaan zijn)
  33. een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
  34. een gat in de lucht slaan (=een onnozele handeling doen)
  35. een gat in de lucht springen (=ongeremd enthousiast zijn)
  36. Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=Als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  37. een haar in de boter vinden/zoeken (=op het kleinste detail vitten)
  38. een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  39. een kink in de kabel komen (=iets tussen komen)
  40. een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
  41. een lijk in de kast (=een onaangename erfenis)
  42. een natte mei geeft boter in de wei (=weerspreuk)
  43. een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wil luisteren (bij raad/waarschuwingen))
  44. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  45. een speld in de hooiberg zoeken (=iets onmogelijks proberen)
  46. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  47. een stok in de lenden leggen (=slaan)
  48. een stuk in de kraag drinken (=zich dronken drinken)
  49. een vinger in de pap hebben (=ergens iets in te zeggen hebben, invloed hebben)
  50. een voet in de stijgbeugel hebben (=uitzicht hebben op bevordering)

59 betekenissen bevatten ` in de`

  1. het oor strelen (=aangenaam in de oren klinken)
  2. iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
  3. ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
  4. de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)
  5. overdag hebben waar men 's nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen krijgen)
  6. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  7. Men moet de schapen scheren maar niet villen (=Als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  8. in de rats zitten (=bang zijn of angst hebben / in de problemen zitten)
  9. Heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  10. een reef in het zeil doen (=besnoeien in de uitgaven, bezuinigen)
  11. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
  12. in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
  13. de molen is/loopt door de vang (=de zaak of persoon is in de war (gek))
  14. in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gunst te komen)
  15. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  16. een zaak aankaarten (=een onderwerp in de aandacht brengen)
  17. met hem kun je gaan vissen (=een prettig persoon in de omgang)
  18. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  19. er het mes inzetten (=er grondig op ingrijpen, in de uitgaven besnoeien)
  20. van streek raken (=erg in de war door iets geraken)
  21. ergens lucht van krijgen (=ergens van de op de hoogte geraken, iets in de gaten krijgen)
  22. van de kook zijn (=helemaal in de war zijn)
  23. op en top (=helemaal, tot in de puntjes)
  24. het in de ramen hebben (=het in de gaten hebben)
  25. De een scheert schapen, de ander varkens (=Het is ongelijk verdeeld in de wereld)
  26. de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
  27. dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  28. hij is niet op z'n achterhoofd gevallen (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
  29. iedere heilige komt zijn kaarsje toe (=iedere medewerker moet delen in de eer)
  30. gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
  31. iemand de handen zalven (=iemand een geschenk geven in de hoop een gunst te bekomen)
  32. iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
  33. iemands handen zalven (=iemand iets geven in de hoop een gunst te verkrijgen)
  34. iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iemand niets in de weg leggen , absoluut niet hinderen)
  35. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  36. de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
  37. een oogje in het zeil houden (=iets in de gaten houden)
  38. iets bij de roes kopen (=iets kopen in de staat zoals het is)
  39. iets met de moedermelk binnenkrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)
  40. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  41. iets bij de roes verkopen (=iets verkopen in de staat zoals het is)
  42. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  43. een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvocht en in de wijn)
  44. aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
  45. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
  46. platvis eet je met de ramen open en rondvis met de ramen dicht (=m.a.w. platvis is een zomervis en rondvis is in de winter op z`n best)
  47. men moet zijn hoed niet afnemen, voor men gegroet wordt (=men moet een ander nooit in de rede vallen)
  48. leer om leer zijn (=op gelijke manier straffen als de maner waarop iemand in de fout gegaan is)
  49. van december tot maart is de schol de pan niet waard (=platvis moet je in de zomer eten)
  50. de vuurproef doorstaan (=slagen in de moeilijke onderneming)

Het dialectenwoordenboek kent 5597 spreekwoorden met ` in de`

  1. Zeeuws: de peetjes van de'n oonderkant zien hroei'n (=begraven zijn)
  2. Graauws: ge keu de'r aon angen (=u ziet maar)
  3. Vechtdals: dah deank'k weh, joa (=dat denk ik van wel, ja)
  4. Twents: lelke dearne as dien goat (=wat ben je toch ondeugend)
  5. Graauws: de'n ond is over taofel (=de hond in de pot vinden)
  6. fries: dea of de gladioolen (=dood of de gladiolen)
  7. Heerlens: dea ruukt noa de sjup (=een stervend iemand)
  8. Tiens: dea mins ai et kowed (=niet uit de voeten kunnen)
  9. Heerlens: dea zuupt wie ee moehzeloak (=iemand die veel drinkt)
  10. Fries: leaver dea as sleaf (=liever dood dan gereformeerd)
  11. Budels: dea staelt nog ne op zeult (=dat lijkt nergens op)
  12. Tiens: Dea es oup zenne zaap geweést (=Dronken thuis komen)
  13. Deinzes: Deb ze moat (=Daar zou je nu toch wel iets van krijgen, zeker?)
  14. Zeeuws: Die is nog ma net uut de'n oven gekomm'n (=Het is nog maar een beginneling, 'n jonkie)
  15. Heerlens: de milk huëre kloetsje, mèh nit weete woe 't deame hink (=de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt)
  16. Heerlens: wea laat kunt, dea it sjelg of zit sjleg (=wie laat komt, die eet slecht of zit slecht)
  17. Twents: Der bint leu dee nich van gedachtn veraandert; mer dee deankt nooit noa (=Er zijn mensen die nooit van gedachte veranderen, maar deze mensen denken dan ook nooit na)
  18. Fries: dear koe ik krek deln (=daar kon ik net langs)
  19. Heerlens: Wea inge gek trouwt um d'r drek, dea verluust d'r drek en hilt d'r gek (=Wie een gek huwt omwille van diens vermogen, verliest het vermogen, maar houdt de gek)
  20. tegels: Dôw haes eine kop als eine kloon, en dea steit dich zoë sjoen. (=Je heb een hoofd als een clown en die staat je zo goed.)
  21. Tilburgs: de koej stòn in de waaj (=de koeien staan in de wei)
  22. Bilzers: den hiemel opt'iëd (=de hemel op de aarde)
  23. Moes: vanover 't wauter (=de overkant van de Schelde)
  24. Westerkwartiers: de kugel is deur de kerk (=de beslissing is genomen)
  25. Westerkwartiers: de kuugel is deur de kerk (=de beslissing is genomen)
  26. Venloos: de parade is door de kerkstraot (=de bevalling is gelukt)
  27. Arendonks: dabben (=met de handen in de grond graven)
  28. Kloosterzandes (Klôôsters): in de knossel (=in de knoop / in de war)
  29. Flakkees: dun tras is in de welle valle (=De emmer is in de put gevallen)
  30. Gents: de katte uit d'orloge kââken (=de kat uit de boom kijken)
  31. Balens: de vogels langen (=de eieren van de vogels roven)
  32. Zottegems: 't alvend van de moand (=in de helft van de maand)
  33. Amsterdams: In de feiling nemen (=In de maling nemen, Voor de gek houden)
  34. Kaatsheuvels: de kwoi jong (=de kinderen)
  35. Ossendrechts: de slaj staot in de spien (=de jam staat in de kelder)
  36. Drents: De goede mèns lacht met 't harte, de kwaoie met de mond (=De goede mens lacht met het hart, de slechte met de mond)
  37. Brugs: Old uki de vosche molk ut de kolder (=Haal eens de verse melk uit de kelder)
  38. Waregems: ie dee ol de kapellekes van de stroate (=hij bezocht al de café's in de straat)
  39. Fries: moarns let, de hiele dei nei de kloaten (=de morgenstond heeft goud in de mond)
  40. Gronings: de griesel gait mie over de grauwe (=de rillingen lopen mij over de rug)
  41. Munsterbilzen - Minsters: hae hoch et bij et raechte eind (=de smid sloeg de nagel op de kop)
  42. Waregems: de vinke skoifelt, de mèrloan skoifelt (=de vink slaat , de merel fluit)
  43. Amsterdams: ik hep de son in de see sien sakke (=ik heb de zon in de zee zien zakken)
  44. Sallands: mit de koe noar de bolle (=met de koe naar de stier)
  45. Gronings: van de Eems in de Dollerd komen (=van de regen in de drup komen)
  46. Zeels: den isten, d'iste (=de eerste)
  47. Zeeuws: de huus drienku mee tu puukn uut de dulvu (=de kinderen drinken met de kikkers uit de sloot)
  48. Ostêns: t' zèètje t'strange (=de zee)
  49. Brakels: poepn (=de liefde bedrijven)
  50. Dordts: sloeieren (=in de goot knikkeren)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen