Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` ijs`

  1. als de kalveren op het ijs dansen (=nooit)
  2. als het water zakt, kraakt het ijs (=elke oorzaak heeft gevolgen)
  3. beslagen ten ijs komen (=goed voorbereid zijn)
  4. Beslagen ten ijs komen. (=Goed voorbereid zijn)
  5. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  6. het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
  7. in de ijskast zetten (=(tijdelijk) niet uitvoeren)
  8. Met beslagen paarden op het ijs komen. (=Goed voorbereid zijn voor zijn taak)
  9. met de klompen op het ijs komen (=zich onvoorzichtig ergens begeven waar men niet thuis hoort)
  10. met de klompen van het ijs blijven (=zich met iets niet inlaten)
  11. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
  12. niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico's nemen)
  13. onbeslagen ten ijs komen (=niet voorbereid zijn)
  14. op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
  15. we gaan geen ijsje eten (=alles mislukt)
  16. zich op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan praten waar die weinig van af weet)

4 betekenissen bevatten ` ijs`

  1. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  2. een papieren zoldertje (=een dunne ijskorst)
  3. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  4. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))

Het dialectenwoordenboek kent 33 spreekwoorden met ` ijs`

  1. Overmeers: nen toeter ijska (=een ijskreem)
  2. Hoeilaart: Bè de zot (=Ijsroomverkoper)
  3. Liedekerks: en gallet met kaat van bij Brilleken (=een gallet met ijs van bij de ijsboer Brilleken)
  4. Gents: de muize liggen duud in eu ijskasse, der es nie veele te fritte (=de muizen liggen dood in uw ijskast (er ligt niet veel eetwaar in uw ijskast))
  5. Westerkwartiers: hij was an 't hen en weerken (=hij liep te ijsberen)
  6. Bilzers: tés beistekaad (=het is ijskoud)
  7. Heusdens: we gun een sleurboan make (=we gaan een glijbaan maken (ijsglijden))
  8. Liwwadders: ut is róétkoud (=het is ijskoud)
  9. Oudenbosch: ge kun n ei in z n gat gaorkoke (=ijsberen)
  10. Westerkwartiers: drenzel niet zo (=loop niet zo te ijsberen)
  11. Sint-Laureins: der is ijsgang (=het is glad)
  12. Zelzaats: Dèsteren (=Ijsberen, nerveus heen en weer lopen, doelloos rondslenteren)
  13. Lichtervelds: mn andn zien lik ysbrokkn (=mijn handen hebben ijskoud)
  14. Bergs: me ijse de zeiele (=we hijsen de zeilen)
  15. Mestreechs: heer köp ziech 'n ieske (=hij koopt een ijsje)
  16. Brakels (gld): Du mist schèt of vrèt ijs (=De mist geeft of neemt ijs)
  17. Diesters: bongke rije (=baantje glijden op het ijs)
  18. Ammeroois: Taailappe (=snel over dun ijs lopen)
  19. Kampers: buug trappen (=sterkte van ijs proberen)
  20. Liwwadders: skotsje lope (=over dun ijs lopen)
  21. Westerkwartiers: 't ies is brook'n (=breken - het ijs is gebroken)
  22. Liwwadders: skotsjelope (=over onbetrouwbaar ijs lopen)
  23. Aalsmeers-kudelstaarts: 'n ijssie va vijf, en 'n hille dikke. (=een ijsje van vijf en een hele dikke.)
  24. Westfries: klispoot had, natsoik (=met 1 voet door het ijs gezakt)
  25. Roois (Sint-Oedenrode): Tijs lèjt (=Je kan op het ijs.)
  26. Zaans: aisie liddere (=over het eerste ijs te lopen)
  27. Fries: net op it ies komme (=niet op het ijs komen)
  28. Sint-Katelijne-Waver: Ne kreimeglas van baa de Joppe (=Een ijsje van bij Van Dessel)
  29. Tilburgs: de klèèn kènder kraffelde oover et èès. (=de kinderen krabbelden over het ijs.)
  30. Hams: der ligt nen toeter kadijs in de zep (=er ligt een hoorntje ijs in de goot)
  31. Oudenbosch: zijn de paoters al op de weel gewiest ? (=het ijs : houdt het al ( op de Weel ) ?)
  32. Sint-Niklaas: er angen prekels on de vengsters (=er hangt ijs, buiten aan de ramen)
  33. Munsterbilzen - Minsters: wae zich op ijs begif, kan autsjampe (=wie altijd op zijn tenen moet lopen, staat niet stevig in zijn schoenen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen