Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` honden`

  1. als honden konden bidden zou het kluiven regenen. (=als is een niet ter zake doende opmerking.)
  2. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien. (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren.)
  3. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  4. blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
  5. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk). (=van doden is geen gevaar te duchten.)
  6. je moet geen slapende honden wakker maken. (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / je moet aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  7. men moet geen slapende honden wakker maken. (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken.)
  8. met onwillige honden is het slecht hazen vangen. (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
  9. slapende honden wakker maken (=de aandacht vestigen op een sluimerend probleem dat je nadeel kan berokkenen)
  10. veel honden zijn der hazen dood (=voor de overmacht moet men wel bezwijken)
  11. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen. (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt.)
  12. wie met honden omgaat, krijgt vlooien. (=wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over.)
  13. zo scheel als de hondenwacht (=zeer scheel)

Het dialectenwoordenboek kent 12 spreekwoorden met ` honden`

  1. Fries: hunekop (=hondenhoofd)
  2. Harelbeeks: Ie zoe 'n kleutte in twië bytt'n (=hij is hondengierig)
  3. Klemskerks: feteurlik, zei tn, en je reeë' med een oendekarre (traditionele zei-spreuk, gebruikt als humoristische woordspeling op 'natuurlijk!' in de zin van 'uiteraard, vanzelfsprekend') (=voituurlijk, zei hij, en hij reed met een hondenkar)
  4. Munsterbilzen - Minsters: ne graute mond, mèr e kleen hatsje (=blaffende honden bijten niet)
  5. Veurns: oen(d)s die bass'n biet'n nieë (=blaffende honden bijten niet)
  6. Zeeuws: 't spuugt kattn en ondn (=het spuugt katten en honden)
  7. Luyksgestels: 't is ginnen oard (=daar lusten de honden geen brood van)
  8. Ursels: woar dat er zulken hondn bassn zijn der menschen thuis (=waar men dit geluid hoort (van blaffende honden) zijn er mensen thuis)
  9. Kerkraads: I Remung lofe de hung mit d'r piezzel uvver d'r kiezzel. (=In Roermond lopen de honden met de .......... over het grind.)
  10. Rotterdams: ouwe dibus (=trouwe kameraad ( wordt vaak van honden gezegd))
  11. Rekem: as twie hun vechte um e bien, dan lup de 3de dermee hien (=als 2 honden vechten om een been, loopt de 3de er mee heen)
  12. Millers: Mille bô ze de katte ville, de hûn spoare en de pjadde de nack oaf voare. (=Millen waar ze de katten villen, de honden sparen en de paarden de nek afrijden.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen