Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` her`

  1. Aan een oud dak moet je veel herstellen (=Verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
  2. als de herder verdwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  3. als een feniks uit de as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
  4. andere heren andere wetten (=nieuwe bazen willen nieuwe regels)
  5. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  6. De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (=Geef niet op voor het doel geheel is bereikt)
  7. een kronkel in je hersens hebben (=vreemde gedachtes hebben)
  8. kinderen zijn een zegen des heren maar zij houden de noppen van de kleren (=kinderen opvoeden kost veel geld)
  9. met de hersens van een garnaal (=erg dom)
  10. met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
  11. niemand kan twee heren dienen (=twee dingen tegelijk doen gaat niet)
  12. nieuwe heren nieuwe wetten (=nieuwe bazen vaardigen ook nieuwe regels uit)
  13. strenge heren regeren niet lang (=wanneer een baas niet een beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk)
  14. uit de as herrijzen (=opnieuw opbouwen na een brand)
  15. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)

20 betekenissen bevatten ` her`

  1. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  2. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  3. tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  4. tijd slijt (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  5. De ene pijl de andere nazenden (=Een dwaze of nutteloze daad herhalen)
  6. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  7. een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
  8. De aardappelen afgieten (=Een plasje doen door heren)
  9. geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
  10. tabula rasa maken (=geheel herbeginnen - de boel helemaal opruimen)
  11. aan de beterhand (=genezend, herstellend)
  12. het dunnetjes overdoen (=het nog een keertje op dezelfde manier herdoen)
  13. iemands geheugen opfrissen (=iemand ergens aan herinneren)
  14. een knoop in zijn zakdoek leggen (=iets doen om ergens zeker aan herinnerd te worden)
  15. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  16. aan de beterende hand zijn (=langzaam genezen, herstellen)
  17. wie de pastoor niet eert, wie zijn absolutie riskeert (=om je ambitie te bereiken, moet je extra aardig zijn voor de hoge heren)
  18. malletje naar malletje (=op precies dezelfde wijze herhaald)
  19. altijd hetzelfde deuntje zingen (=steeds weer hetzelfde herhalen)
  20. Het komt te paard en het gaat te voet. (=Ziekte en ongeluk komen vaak heel plotseling, maar het duurt lang voordat men weer hersteld is)

Het dialectenwoordenboek kent 17 spreekwoorden met ` her`

  1. Brakels: begiejn vaveurn' aaf on (=helemaal herbeginnen)
  2. Munsterbilzen - Minsters: van vieëraof aon beginne (=herbeginnen)
  3. Brakels: oottij kun' erdoen (=indien hij kon herbeginnen)
  4. Twents: herbert hef de primeur (=Herbert heeft de primeur)
  5. Munsterbilzen - Minsters: hae begos e nau laeve (=de herbergier tapte uit een ander vaatje)
  6. Machels (Zulte): d'navond (=Herberg de avonden)
  7. Munsterbilzen - Minsters: én Minster lik ook e graut gestich, e gekkehaus nieme ze dat nog per abuis, mér de echte gekken loope nog vraaj rond ént dürp (=Het St Jozefsinstituut herbergt heel wat mensen die geestelijke verzorging nodig hebben, vroeger gekken genoemd, maar die lopen er genoeg los in het dorp zelf)
  8. Zichers: her vjet (=hij rijdt)
  9. Munsterbilzen - Minsters: vant keske noë de moer (=van her naar der)
  10. Westerkwartiers: dat goedje lijt henter en twenter (=dat spul ligt her en der verspreid)
  11. Bilzers: Vür e stëkske wos moeste geen heil vêrke én haus haole (=Waarom nog (her-) trouwen ?)
  12. Munsterbilzen - Minsters: van pontsjes noë pilates jaoge (=van her naar der jagen)
  13. Vlijtingens: her es neij rèch sjuus (=hij is niet goed wijs)
  14. Munsterbilzen - Minsters: daaj wor ferm èn her K gebieëte (=die was kwaad, zeg !)
  15. Koersels: Dur dej her poeten kunder e verken doortrekken (=Ze heeft o- benen)
  16. Munsterbilzen - Minsters: ze lëp op her leste been (=ze gaat binnenkort bevallen)
  17. Vlijtingens: her hèt ze neej alle 5 op een reij (=hij is niet goed wijs)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen