Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` heet`

  1. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd.)
  2. een heet hangijzer (=een netelige zaak)
  3. een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
  4. een heet hangijzer zijn (=een groot probleem zijn)
  5. een heet ijzer om aan te pakken (=een lastige zaak)
  6. er is meer dan een koe die blaar/bles heet (=de mening van anderen telt ook)
  7. ergens heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  8. het ijzer smeden als het heet is (=nu is het moment om actie te ondernemen)
  9. het is een heet ijzer om aan te tasten (=het is een lastige zaak)
  10. men moet het ijzer smeden als het heet is. (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
  11. zo lustig zijn als een vogeltje dat koe heet (=buitengewoon loom zijn)

Eén betekenis bevat ` heet`

  1. dominee brand je bekje niet (=pas op! Het eten of de drank is heet!)

Het dialectenwoordenboek kent 73 spreekwoorden met ` heet`

  1. Nijkerkerveens: Bie ons thuus hete ze allemoal Jan, Behalleve Frits, Die hete Henderik (=Bij ons thuis heetten ze allemaal Jan, Behalve Frits, Die heette Henderik)
  2. Opglabbeeks: hè hèt mer ei kort loentshe (=heetgebakend)
  3. Boakels: op ut hitst van den dag (=op het heetst van de dag)
  4. Tilburgs: heettie dè ècht gezeej gehad (=heeft hij dat werkelijk gezegd)
  5. Heusdens: De boer ha 17 jung en os Merei heitte Tul os en,ooch nog Seefa en osse Jef heitte Fuin en osse Louis heitte Juul , da war fur het nie gemekklijk te maken (=de boer had 17 kinderen , allemaal jaar op jaar , 3 dochters heette Maria en werden , Tul , Mereë en Seefa genoemd, Onze Jozef heette Feun , onze Louis heete Jef en onze Henrie heette Juul, toch niet gemakkelijk he)
  6. Waregems: oe eeëttige da oek weere (=hoe heette dat ook weer)
  7. Schulens: Wei heet dzjee? (=Hoe heet jij?)
  8. Katwijks: het komt van Warmond (=het eten is heet)
  9. Horster: wao ziede geej d'r enne va? (=hoe heet jij?)
  10. Sint-Niklaas: oe eette gè? (=hoe heet jij?)
  11. Munsterbilzen - Minsters: wiltet èn juli nie heete, dan zulste èn augustes wol zweete (=geeft begin juli regen, dan valt de ganse maakt tegen)
  12. Culemborgs: Azzet te heet wordt onder de putjies (=Als het te heet wordt onder de voeten)
  13. Heusdens: de stoof es geleunig (=de kachel is heet)
  14. Astens: hoe schreeft ie (=hoe heet hij)
  15. Roermonds: Wie sjriefs doe dich (=Hoe heet jij)
  16. Munsterbilzen - Minsters: doë konste n eeke op bakke (=oei, dat is heet !)
  17. Bilzers: de méssje valle daud vant daok (=Bah, wat is het heet !)
  18. Olens: Ha hee zenne keziejem getrokke (=Hij heet zijn maandelijkse loon getrokken)
  19. Horster: heej schrieft zich Janssen (=hij heet Janssen)
  20. Luyksgestels: ut is hijt int kot (=Het is heet in huis)
  21. Munsterbilzen - Minsters: ne sjerpe (=een heet geval)
  22. Florianders: Hoe hees jeij (=Hoe heet jij)
  23. Ossies: van wie bende ge der enne (=hoe heet jij)
  24. Heerlens: Wie sjrief deë/die zich? (=Hoe heet hij/zij?)
  25. Herentals: Dieje heeter mê zen klak henne gesmete (=Hij heeft er geen moeite voor gedaan)
  26. Tilburgs: heetie èègelek wèl harses in zene knöst (=heeft hij eigenlijk wel hersens in zijn hoofd)
  27. Zeeuws: 'k he slae mee nieuwe aerpels heete (=Ik heb sla met nieuwe aardappelen gegeten.)
  28. Munsterbilzen - Minsters: aa,dinge dae zen K.nie kos vringe (=dinge,hoe heet die nu ook weer)
  29. Brakels (gld): Om aacht uuru 't woatur hièt (=Om acht uur het water heet)
  30. Mestreechs: heet de mismood in (=is chagreinig)
  31. Munsterbilzen - Minsters: draaj kër blèsse geet nog nie hêlpe (=dat is een heet geval)
  32. Lokers: ietsjes (=pas op, het is heet tegen peuter of kleuter))
  33. Munsterbilzen - Minsters: zoe heet aste naach (=goed opgewonden)
  34. Lovendegems: da goad hier goan stuiven (=dat zal er hier heet aan toe gaan*)
  35. Munsterbilzen - Minsters: O, dinge wo ze K. nie kos vringe (=Dinges, hoe heet die ook alweer)
  36. Westerkwartiers: d'r zit wat ien wat de kat niet lust (=het eten is nog gloeiend heet)
  37. Weerts: ich kin uch, mer kân uch neet toês brînge (=iemand herkennen, maar niet weten hoe iemand heet)
  38. Achterhoeks: waor bu'j vaan ? (antw.: vleisch en butte) (=Hoe heet je / wat is je afkomst ? (achternaam / boerderijnaam))
  39. Zeels: Wa zeetsje, wa toetsje, oe noemtsje (=Wat zei hij, wat doet hij, hoe heet hij)
  40. Tilburgs: ge wit wèl: dinges, òch kom, hoe hietie naa ok awir (=je weet wel, kom, hoe heet hij ook alweer)
  41. Bilzers: aste sop te heet és moeste bloeëze (=een beetje geduld hebben)
  42. Heldens: Dee heet get inne zuk, kèrre vol! (=Hij is rijk)
  43. Vlijtingens: de lompste buur heet de dikste jaarpellen (=geluk hebben)
  44. Bosch: 't is kwart veur d'n bult, 't heet pas gespeuld (=Hoe laat is het)
  45. Westlands: hij heeft tomaten geplukt in een heet warenhuis (=hij is wel wat gewend)
  46. Gents: te was ejij nie, t'en heet ejij nie geweest. (=hij was het niet)
  47. Weerts: zoeë stil as 'n bagk di-j zich zjuust verschrokke heet (=zich doodstil houden)
  48. Roois (Sint-Oedenrode): Ut Straotje (Zo heet ok ut café, dè dor in de awe winkel van kruidenier Keetels is gekomme) (=De Kerkstraat in Rooij)
  49. Steins: Ich kèn neet mië op dae minsj kòmme (=Ik ken die man, maar weet niet meer hoe hij heet)
  50. Sint-Niklaas: éed ô moeder ô nie leren bloazen tèn (=als iemand de soep even laat staan omdat ze te heet is....zegt men)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen