Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` hebt`

  1. je hebt luxe paarden en werkpaarden (=niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander)
  2. Je hebt luxe paarden en werkpaarden. (=Je hebt rijke en arme mensen)
  3. Zo lang aardappels poten als je mest hebt (=Met iets zo lang mogelijk doorgaan)

24 betekenissen bevatten ` hebt`

  1. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  2. have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (verliezen))
  3. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  4. belofte maakt schuld (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
  5. een man een man, een woord een woord (=als je iets hebt beloofd, dan moet je je daar ook aan houden)
  6. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  7. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
  8. iemand de bons geven (=iemand waarmee je een relatie hebt niet meer willen zien)
  9. aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt en dus heel arm bent)
  10. je kunt van mij de pot op (=je doet maar waar je zin in hebt)
  11. wie bang leeft, gaat ook bang dood (=je gaat zoals je geleefd hebt)
  12. je laatste hemd aan hebben (=je hebt iets fout gedaan en er zal wat voor je zwaaien)
  13. jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijkt)
  14. Je hebt luxe paarden en werkpaarden. (=Je hebt rijke en arme mensen)
  15. men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
  16. de boer eet vis als het spek op is (=Je moet tevreden zijn met wat je hebt)
  17. tel uit je winst (=kijken en doen waar je het meeste voordeel bij hebt, `zie je wel!`)
  18. de balans opmaken (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)
  19. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  20. bakzeil halen (=toegeven dat je ongelijk hebt / aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed)
  21. ervaring is de beste leermeester (=van datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste)
  22. wat niet weet, wat niet deert (=waar je geen weet van hebt kun je ook geen last hebben)
  23. zo gewonnen, zo geronnen (=wat je makkelijk hebt gewonnen, kun je ook makkelijk weer kwijt raken)
  24. een kruimeltje is ook brood (=wees gelukkig met wat je hebt)

Het dialectenwoordenboek kent 143 spreekwoorden met ` hebt`

  1. Brabants: Gé het ut of gé het ut nie (=je hebt het of je hebt het niet)
  2. tervurens: get et oon aa fles (=je hebt het zitten)
  3. Rillaars: Gé 't wad oatgestoke. (=Je hebt wat aangericht.)
  4. Kaatsheuvels: Ge hègget of ge hègget nie (=Je hebt het of je hebt het niet)
  5. Oudenbosch: ge-gut of ge-gut nie (=je hebt het of je hebt het niet)
  6. Waregems: oymo leuteet (=als je maar plezier hebt)
  7. kortemarks: gee glyk en een ende toe (=je hebt gelijk)
  8. Rijssens: ie hept t vudretn (=je hebt het verknoeid)
  9. Westerkwartiers: hest mij bedonnerd (=je hebt mij bedrogen)
  10. Munsterbilzen - Minsters: de hübset zeel aon (=je hebt prijs)
  11. Aalsters: g'et chanse (=jij hebt geluk)
  12. Liedekerks: Getj ann'n auk in (=Je hebt het zitten)
  13. Munsterbilzen - Minsters: de hëbs sjaun kalle (=je hebt makkelijk praten)
  14. Sint-Niklaas: gè misgeven (=gij hebt verkeerd gegeven (kaartspel))
  15. Zeeuws: jie heid glad geen klute (=je hebt geen verstand)
  16. Twents: Noe hej't vedrett'n (=Je hebt het verknald)
  17. Antwerps: gai zène schoëne (=je hebt me beetgenomen)
  18. Bilzers: das bingo (=je hebt prijs)
  19. Brabants: agget mar luuk eet (=Als je maar plezier hebt)
  20. Roeselaars: heid ier nie te piep'n (=je hebt hier niks te zeggen)
  21. Veurns: J' è gliek en nog en endiege toeë (=Je hebt volledig gelijk)
  22. Westerkwartiers: as 't dat moar deur hest (=als je dat maar door hebt)
  23. Bergs: agge mar leut et (=als je maar plezier hebt)
  24. Zottegems: oe ette gij 't leven op de? (=denken dat je gelijk hebt)
  25. Oudenbosch: meej oew eul ebbe en ouwe (=met alles wat je hebt)
  26. Berchems: get da goe gedoan (=je hebt dat goed gedaan)
  27. Zichers: wat hubste veil? (=wat hebt ge aan de hand?)
  28. Zalks: Ik hebt in de bot'n (=Griep)
  29. Brabants: agge mar leut het (=als je maar plezier hebt)
  30. Arnhems: hé jij een makke Duutser (=je hebt een blunder begaan)
  31. Waregems: g' eet ier niets te zegn! (=jij hebt hier geen spreekrecht!)
  32. Westlands: Hebbie cente bij je (=Of je je protomonee bij je hebt)
  33. Gents: get in mein roape gescheete (=je hebt mij heel hard gekrenkt)
  34. Moorsel: zitj goë dor mee onder (=hebt gij dat bij u)
  35. Drents: Wat goed is moej niet veraandern (=Tevreden zijn met wat je hebt)
  36. Zottegems: geddent gij goed op (=denken dat je gelijk hebt)
  37. Diesters: get et lijveke vast (=ge hebt een gemakkelijk leven)
  38. Bilzers: paajn ont lépke ? (=hebt ge u weer pijn gedaan ?)
  39. Munsterbilzen - Minsters: dich hübs alleen mér zaegmael én zenne kop (=je hebt geen hersenen)
  40. Oudenbosch: gettum zo zeker as n scheet in n netje (=je hebt hem niet zeker)
  41. Walshoutems: Dje hêt mich in men rââpe geschete. (=Je hebt mij gekwets, benadeeld.)
  42. Nijlens: gaa hét da veréneweerd (=jij hebt dat stuk gemaakt)
  43. Hams: ge et da hier weer louten rein (=je hebt iets laten liggen)
  44. Vlijtingens: Hubste oan de baggelzwog gehange (=Je hebt een vuile mond)
  45. Lebbeeks: petatte: A petatte kommen oët (=Je hebt een gat in je sokken)
  46. Westerkwartiers: liek is riek (=als je geen schulden hebt ben je rijk)
  47. Munsterbilzen - Minsters: hoenger mok rauw baune ziet (=als je honger hebt, lust je alles)
  48. Munsterbilzen - Minsters: dank os Lieve Heir mér op zen blaute knieë (=hebt gij veel geluk gehad !)
  49. Westerkwartiers: doe hest bij mij 'n streepke veur (=jij hebt bij mij een streepje voor)
  50. Weerts: Det es 'ne schoeëne heilige, mer hae mós ônger 'n stölp staon (=Je hebt niets aan iemand)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen