Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` gez`

  1. Abraham gezien hebben (=50 jaar of ouder zijn)
  2. bitter in de mond maakt het hart gezond (=ook wat minder aangenaam is, kan gezond of goed zijn)
  3. dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  4. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  5. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  6. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  7. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  8. een lang gezicht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
  9. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  10. eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  11. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  12. gepakt en gezakt (=klaar voor vertrek (met alle koffers ingepakt))
  13. het is dun gezaaid (=het is zeldzaam)
  14. Het is gezond om in het vuur te pissen (=Het is goed om hevigheid te kalmeren)
  15. hou je gezicht (=zwijg!)
  16. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  17. met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
  18. poppetje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
  19. verdrinken eer men water gezien heeft (=mislukken voordat het begonnen is)
  20. zijn gezicht verliezen (=zijn eer verliezen)
  21. zo gezond als een vis (=heel gezond)

73 betekenissen bevatten ` gez`

  1. De kap aan de haag hangen (=1: Een beroep beëindigen. 2: Het voor gezien houden)
  2. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
  3. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  4. niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
  5. in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  6. in het oog hebben (=binnen het gezichtsveld zijn)
  7. als Hollands welvaren (=blakend van gezondheid)
  8. dat is er een uit de arke noachs (=dat is er een uit een groot gezin)
  9. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. 'zijn gezicht spreekt boekdelen')
  10. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  11. het beste paard van stal (=de belangrijkste persoon in het gezelschap)
  12. het verloren schaap (zijn) (=de gezochte (zijn))
  13. het heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  14. thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis bent)
  15. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  16. een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  17. samen onder een deken liggen (=een gezamenlijk standpunt innemen)
  18. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  19. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  20. er uitzien als melk en bloed (=er gezond uitzien)
  21. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  22. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  23. daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
  24. de pan uit vliegen (=erg snel stijgen (inz. gezegd over prijzen))
  25. het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
  26. ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
  27. ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
  28. Men kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=Eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)
  29. Hollands welvaren (=gezegd van een zeer gezond uitziend persoon)
  30. haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  31. zo gezond als een vis (=heel gezond)
  32. het oude liedje (=het al zo vaak gebeurde of gezegde)
  33. het is de toon die de muziek maakt (=het gaat om de manier waarop iets gezegd wordt)
  34. bergafwaarts (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid, of met een bedrijf)
  35. het kainsmerk aan zijn voorhoofd dragen (=het is op zijn gezicht te lezen dat hij een schurk is)
  36. niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
  37. het hoge woord is er uit (=het onaangename is gezegd)
  38. het harde woord moet eruit (=het onaangename moet gezegd worden)
  39. hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
  40. elk huisje heeft z'n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  41. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  42. een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
  43. een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  44. zijn oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen geloven)
  45. in het vizier hebben (=in het oog hebben, binnen het gezichtsveld zijn)
  46. die olie meet wordt er vet van (=in slecht gezelschap wordt men slecht)
  47. van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
  48. Het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=Je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de dokter te moeten)
  49. de wind van voren krijgen (=kritiek krijgen, direct gezegd worden wat er mis is)
  50. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)

Het dialectenwoordenboek kent 24887 spreekwoorden met ` gez`

  1. Westerkwartiers: hij is sjeesd (=hij is gezakt)
  2. Tilburgs: zóó gezeejt zóó gedaon (=zo gezegd zo gedaan)
  3. Rijsoords: Zôô gezaaid, zôô gedaen (=Zo gezegd, zo gedaan)
  4. herenthouts: khemmet'em gezei (=ik heb het hem gezegd)
  5. Harelbeeks: keet u gezei (=ik heb het u gezegd)
  6. werviks: wukèk gezei (=wat heb ik gezegd?)
  7. West-Vlaams: wuk ej gezeit (=wat heb je gezegd)
  8. Lovendegems: 't es verloren gezeid (=vergeefs gezegd)
  9. Dinthers: wie hi da gezeet (=Wie heeft dat gezegd)
  10. Bilzers: viër ên aater gezaag (=vlakaf gezegd)
  11. brabants: hedde gij da gezeet gehad (=heb jij dat gezegd)
  12. Steenbergs: ij eet 't gezeed g'ad (=hij heeft het gezegd)
  13. Bilzers: dat ès din gezêt (=dat is dun gezaaid)
  14. herenthouts: eleke hons gezake (=continu)
  15. Leopoldsburgs: Da hemmik toch nie gezee (=Dat heb ik toch niet gezegd)
  16. Waregems: i es ebooisd (=hij is gezakt in zijn examen)
  17. Tilburgs: et schouw mar enen hòrpèèl of de penantie ha gezeete. (=het scheelde maar een haartje of de strafschop had erin gezeten.)
  18. Tilburgs: heettie dè ècht gezeej gehad (=heeft hij dat werkelijk gezegd)
  19. Oudenbosch: gettum nie aon un touke (=hij laat zich niet gezeggen)
  20. Koersels: alle honds gezeik (=dikwijls)
  21. Mestreechs: toen pisse plasse woord is 't gezeik begonne (=toen pissen plassen werd is het gezeik begonnen)
  22. Klemskerks: droenke gezeid is nuchter gepeisd: onder invloed van drank zegt men wat men werkelijk denkt (=dronken gezeid is nuchter gepeinsd)
  23. Gronings: moakieker zeit dan doan (=makkelijker gezegt dan gedaan)
  24. Olens: K'hemt nog zoewe gezeid (=Ik heb het nog zo gezegd)
  25. Bergs: Ek et oe nie gezeed (=heb ik het je niet gezegd)
  26. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  27. Heusdens: doa hitter wier iet gezeet (=daar heeft hij weer iets gezegd)
  28. Eindhovens: dè hak gezeed gehaj (=dat heb ik gezegd ja)
  29. Drents: maandegoed is schaandegoed (=gezamelijk bezit geeft vaak aanleiding tot ruzie)
  30. Texels: Fon jow horses kè je ollien maar hóófdkéés of lampioene make (=Gezegd van iemand die heel dom is)
  31. Sint-Niklaas: wa(d) en ze gezeet? (=wat hebben ze gezegd?)
  32. Sittards: Dat höbs doe taege geine gek gezag (=Dat is niet aan dovemansoren gezegd)
  33. Bilzers: gestiefeld ên gespoërd (=gepakt en gezakt)
  34. Westfries: klispoot had, natsoik (=met 1 voet door het ijs gezakt)
  35. Waregems: geload link nen ond mee vloein, geload link nen eezle (=gepakt en gezakt)
  36. Steins: `ònger òs gezag en gezwege` (=wordt gezegd als iets vertrouwelijk is.)
  37. Liessents: da heb ik tog gezeed (=Dat heb ik toch gezegd)
  38. Valkenswaards: Da mag best us gezeed worre (=Het mag eens gezegd worden)
  39. Betuws: wa hâk ou gezeed (=wat heb ik je gezegd)
  40. Tilburgs: ik hèb et em nòg zôo gezeej gehad! (=ik heb het hem nog zó gezegd.!)
  41. Balens: alle honds gezaiken (=om de haverklap)
  42. Rotterdams: hebbie in ju nest gezeke (=vroeg op gestaan)
  43. Munsterbilzen - Minsters: waajet gezaach ès ! (=zoals afgesproken !)
  44. Bilzers: téssem én zen sjoën gezak (=de moed verliezen)
  45. Lebbeeks: liëreker: 'k Em al op liëreker gezeet'n (=Bewonderende uitspraak over een vrouw)
  46. Westerkwartiers: ze onnermien'n 't gezag (=zij hollen het gezag uit)
  47. Venloos: ik gaef dich 'ne stuiver asse de moul hilst (=gezang dat niet om aan te horen is)
  48. Hals: ei èèt zwette snie gezeen (=misserie hebben)
  49. Munsterbilzen - Minsters: ze hëbbe ter nie stil gezaete (=er is hard gewerkt)
  50. Sallands: Hee is u straalt veur zien exaam (=Hij is gezakt voor zijn examen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen