Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` gelijk`

  1. 't Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
  2. er is meer gelijk dan eigen gelijk (=de mening van anderen telt ook)
  3. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
  4. hij heeft het gelijk van de vismarkt (=iemand die (altijd) probeert men een grote mond zijn gelijk te krijgen)
  5. met de grond gelijk maken (=totaal vernietigen)
  6. met gelijke munt betalen (=hetzelfde kwaad terugdoen)

16 betekenissen bevatten ` gelijk`

  1. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  2. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  3. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  4. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  5. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  6. primus inter pares (=de beste onder zijns gelijken)
  7. wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  8. uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  9. de gekken krijgen de kaart (=dwaze en onverstandige mensen krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  10. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
  11. huilen met de wolven in het bos (=het er niet mee eens zijn maar wel de baas gelijk geven en bevestigen)
  12. aal is geen paling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
  13. hij heeft het gelijk van de vismarkt (=iemand die (altijd) probeert men een grote mond zijn gelijk te krijgen)
  14. leer om leer zijn (=op gelijke manier straffen als de maner waarop iemand in de fout gegaan is)
  15. elkaar vliegen afvangen (=op onbeduidende details elkaar beconcurreren dan wel duidelijk willen laten uitkomen dat men zelf gelijk heeft en de ander niet)
  16. twee vliegen in een klap slaan (=twee problemen gelijktijdig oplossen)

Het dialectenwoordenboek kent 96 spreekwoorden met ` gelijk`

  1. Vlijtingens: zo zak zo bendel (=gelijkaardig)
  2. Opglabbeeks: det is eins (=gelijkwaardig)
  3. Wetters: tes navenant (=het is gelijklopend)
  4. Waregems: 't un trekt nievurs ip, dat 'n trekt ip niet(s), da gelijk(t) nievers an (=het gelijkt nergens op)
  5. Munsterbilzen - Minsters: den enen i (=gelijkgezinden steunen mekaar)
  6. kortemarks: tis em gescheetn en gespoogn (=de gelijkenis is opvallend)
  7. Waregems: 't un trekt ip nietn (=dat gelijkt nergens op)
  8. Zuid-west-vlaams: tes em gespoog'n (=de gelijkenis is sprekend)
  9. Sint-Niklaas: ei trekt eel goed op zè vodder (=hij gelijkt heel erg op zijn vader)
  10. West-Vlaams: tis em gespoog'n (=op iemand gelijken als twee druppels water)
  11. Bilzers: e kikske vantzelfde deeg bakke (=met gelijke munt betalen)
  12. Munsterbilzen - Minsters: kraeë pikke mekaander geen oog aut (=gelijkgezinden zitten in alles op één lijn)
  13. Weerts: twieë krejje pikke zich gein ouch oet (=twee gelijkgestemden doen elkaar geen schade aan)
  14. Sallands: Doe mar kalm an, wi-j hebt tegelieke oldejoarsdag (=Doe maar rustig aan, we hebben gelijktijdig oudejaarsdag)
  15. Sint-Niklaas: è éé faneigens gelijk (=natuurlijk heeft hij gelijk)
  16. Gents: m'hoan gelijk (=wij hadden gelijk)
  17. Diesters: dappele valle nie vijer van de boeëm; emetet van gin vremde (=hij gelijkt op zijn vader)
  18. Bilzers: das gezwoere zene pa (=hij gelijkt op zijn vader (beeld/manieren...))
  19. Waregems: van de gelijke (=van 't zelfde (bij nieuwjaarswens bv.))
  20. Munsterbilzen - Minsters: das koekoek éne zang (=het blijft allemaal gelijk)
  21. Brugs: dasse geliek et (=dat ze gelijk heeft)
  22. Limburgs: kriet in ut laok (=gelijk spel bij kaarten)
  23. Munsterbilzen - Minsters: na (=nu staan we weer gelijk)
  24. Rotterdams: ja toch? Niettan? (=iemand gelijk geven)
  25. Brugs: moe je weere den diksten èn (=gelijk willen hebben)
  26. Sint-Niklaas: ja gèt gelijk, ist nô goed? (=ja je hebt gelijk, is het nu goed,)
  27. Waregems: jattetoet (='t wél waar (onderstrepen van eigen gelijk))
  28. Sint-Niklaas: ei go geen oar achteruit (=hij moet gelijk hebben)
  29. Veurns: J' è gliek en nog en endiege toeë (=Je hebt volledig gelijk)
  30. Lokers: ueren gelijk talueren (=grote oren)
  31. Westerkwartiers: maagst gien stiefkiener moak'n ! (=je moet iedereen gelijk behandelen !)
  32. Drents: ie zilt wal geliek hebben (=je zult wel gelijk hebben)
  33. Bilzers: dastan wir effe, nau stonver wir kit. (=nu staan we weer gelijk)
  34. Munsterbilzen - Minsters: nau ston vër trèg kit (=nu staan we weer gelijk)
  35. Waregems: jat'ndoet (=het is niet waar (onderstrepen van eigen gelijk))
  36. Westerkwartiers: hij het 't grootste geliek van de wereld (=hij heeft duidelijk gelijk)
  37. Sint-Niklaas: iets talvendeur doen (=iets in twee gelijke stukken uiteendoen (breken); iets in twee stukken snijden)
  38. Lichtervelds: an tkortst ende trekkn (=geen gelijk halen)
  39. Hulsters (NL): één 'am, ammaol 'am (=iedereen gelijk bedelen)
  40. Zeeuws: tis loead om ouwiesder (=het blijft gelijk)
  41. kortemarks: gee glyk en een ende toe (=je hebt gelijk)
  42. Bilzers: vanal, das hinnestront ! (=vanalles kan gelijk wat zijn)
  43. Munsterbilzen - Minsters: hae hèt mei as gelijk (=hij heeft overschot van gelijk)
  44. Munsterbilzen - Minsters: ston te kieke waaj nen hoote heilege (=gelijk een koe naar een trein kijken)
  45. Bilzers: n erm sjoëp wiëd ook gesjoëre onder zene stat (=iedereen gelijk voor de wet)
  46. Vlijtingens: De hubs e geziech wèèj ene vechhoan (=je hebt een gezicht gelijk een vechthaan)
  47. Westerkwartiers: joe hemm'm geliek, ok al hemm'm joe 't (=u hebt so wie so altijd gelijk)
  48. Bilzers: as Poeëse en Pinkstere gelijk valle (=ooit eens, misschien)
  49. Brakels: gelijk daamme gezèjt en (=zoals afgesproken)
  50. Munsterbilzen - Minsters: hae hèttet grütste gelijk van de werd (=hij heeft overschot van gelijk)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen