Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` gele`

  1. als een lam ter slachtbank geleid worden (=weerloos zijn)
  2. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  3. de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  4. de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
  5. de gelegenheid te baat nemen (=van de gelegenheid gebruik maken)
  6. ergens voor in de wieg gelegd zijn (=er zeer geschikt voor zijn)
  7. hij heeft zijn lesje wel geleerd (=die fout maakt hij niet weer)
  8. jong geleerd is oud gedaan (=hoe eerder men iets leert, des te langer de vaardigheid zal blijven)

27 betekenissen bevatten ` gele`

  1. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
  2. de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
  3. zijn ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  4. dat zaakje zal wel doodbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
  5. aan iemands leiband (=door iemand geleid)
  6. Eet vis, als er vis is. (=Een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  7. voor de kat zijn viool iets hebben gedaan (=een zinloze inspanning hebben geleverd)
  8. de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
  9. vragen staat/is vrij (=iedereen heeft de gelegenheid om vragen te stellen)
  10. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  11. ergens de boot mee ingaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid)
  12. ergens geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  13. willen vliegen eer men vleugels heeft (=iets willen doen nog voor men het geleerd heeft)
  14. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  15. wie bang leeft, gaat ook bang dood (=je gaat zoals je geleefd hebt)
  16. de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
  17. men moet hooien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  18. achter het net vissen (=pech hebben, net een gelegenheid missen)
  19. de gelegenheid te baat nemen (=van de gelegenheid gebruik maken)
  20. de kans schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
  21. hooien als de zon schijnt (=van de gunstige gelegenheid gebruik maken)
  22. met de moedermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
  23. heel wat in zijn mandje hebben (=veel geleerd hebben, veel weten)
  24. als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
  25. een ongeletterde boer (=weinig geleerd persoon)
  26. een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
  27. een zilveren dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)

Het dialectenwoordenboek kent 122 spreekwoorden met ` gele`

  1. Munsterbilzen - Minsters: nau geleef ichet (=asjemenou !)
  2. Lochristis: bai den bok geleed (=beetgenomen)
  3. Oldebroeks: daor is een vreemde haane op de mèspluize ewest (=die heeft overspel geleegd)
  4. Bilzers: wo kal, da geleefste toch zelf nie, ziëker (=das zever !)
  5. Fries: giele brommer (=gele brommer)
  6. Sittards: bie gelaeg van... (=bij gelegenheid van...)
  7. Lochristis: edde mee ui gat bluet geleen (=ben je verkouden)
  8. Opwijks: e stik in a gelee emmen (=Zat zijn)
  9. Munsterbilzen - Minsters: aste da nie geleefs, maok ich tich get aanester wijs (=geloof me vrij !)
  10. Bilzers: ich geleef nie en sinterkloës (=moeilijk te geloven)
  11. Tilburgs: Naovenaant dettie zo geleeje hee, leetie toch schôôn in de kiest. (=ondanks dat hij zo geleden heeft ligt hij er toch mooi bij)
  12. Londerzeels: ze emme em der onder gelei (=Iemand begraven)
  13. Oudenbosch: Dadebbe zullie jeul slim aon boord geleed (=Dat hebben zij. Goed aagepakt)
  14. Oudenbosch: diejee niks geleeje (=die is er goed van af gekomen)
  15. Oudenbosch: oonze Fraans is toch flienk geleertor okkal istie gin pestoor geworre (=een goeie tweede is ook mooi)
  16. Oudenbosch: ijeettum ut vel van z n neus gaold (=hij heeft hem financieel aan banden gelegd)
  17. Hals: Aa èè zèè keiske al twiê kante opgebrand (=Hij heeft goed geleefd)
  18. Lichtervelds: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  19. Tilburgs: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  20. Westerkwartiers: jong leerd, old doan (=jong geleerd, oud gedaan)
  21. Ninoofs: a trok em tegen zanne gelee (=Hij greep hem vast om...)
  22. Giethoorns: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  23. Haags: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  24. Munsterbilzen - Minsters: de mes mèr alles geleeve wat ze èn de bikskes sjrijve (=lezen is het fundament van alle wijsheid)
  25. Sittards: van de gelaegenheid gebroek maake (=van de gelegenheid gebruik maken)
  26. Oudenbosch: ijaartaor boontjes in de weik gelege (=hij had gedacht daar iets van te zullen krijgen)
  27. Waregems: an wie lig het (kaartspel) (=wie heeft er tot nu de hoogste kaart gelegd)
  28. Sint-Niklaas: lank gulleen (=lang geleden)
  29. Kessels: unne daag neet gelache, is unne daag neet gelaefd (=Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd)
  30. Munsterbilzen - Minsters: en aste dat nie geleefs maok ich tich get aanester wijs (=de kerstman geloofde nog in sinterklaas)
  31. Antwerps: z'n boëntjes te wake gelei (=ergens zijn zinnen op gezet)
  32. Waregems: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  33. Clings: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  34. Munsterbilzen - Minsters: ze hochten um mét zene sjarel gepak (=de hovenier werd om de tuin geleid)
  35. Aalsters: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  36. Hams: Aakes keun'n nie jongler'n (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  37. Munsterbilzen - Minsters: vanden trèk moester laeve (=de gelegenheid te baat nemen)
  38. Heusdens: moe hiddert bruut wiergeleed (=waar heb je het brood weer gelegd)
  39. Munsterbilzen - Minsters: ich geleef daste laajs höbs (=waarom zit je constant te krabben op je kop)
  40. Houtens: Ik heb daar nooit geen les in gehad (=Ik heb dat nooit geleerd)
  41. Ninoofs: 't es van'n trok dagge moetj leven (=je moet de gelegenheid te baat nemen)
  42. Westerkwartiers: men moet de kat niet op 't spek biend'n (=men moet een dief geen gelegenheid geven)
  43. Munsterbilzen - Minsters: azichter mene vinger nie kan ènstaeke, geleef ichet nie (=eerst zien en dan geloven !)
  44. Bilzers: ich geleef dat men naos ont rotte és (=hier hangt een raar luchtje)
  45. Munsterbilzen - Minsters: assich ter mene vinger nie kan ènstaeke, geleef ichet nie (=ik geloof je niet, tenzij...)
  46. Oudenbosch: das ne geleerde snaok or (=dat is een zeer gestudeerd iemand)
  47. Oldambsters: hai kin gain a veur n b (=hij heeft niet veel geleerd)
  48. Zaans: 't Vriest makkelek op een oud skotsie (=Jong geleerd, oud gedaan)
  49. Bilzers: béste onder de vekantse noë sjoël gewés (=waar heb je dat geleerd ?)
  50. Munsterbilzen - Minsters: zaupe halviert ze laeve mèr de zies dobbel zoeviël (=ik ben maar 50 geworden maar heb er 100 geleefd)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen