Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` en be`

  1. apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  2. bepakt en bezakt (=met (veel) bagage)
  3. door merg en been dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  4. door merg en been gaan (=hartverscheurend zijn)
  5. leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  6. vlees en been bezitten (=niet mager en eerder groot zijn)

7 betekenissen bevatten ` en be`

  1. gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
  2. aan lager wal geraken (=fortuin verliezen; arm en berooid worden)
  3. huilen met de wolven in het bos (=het er niet mee eens zijn maar wel de baas gelijk geven en bevestigen)
  4. omstaan leren (=leren schikken naar de wensen en bevelen van een ander)
  5. te woord staan (=luisteren naar en bereid zijn te spreken met)
  6. Ook het beste paard struikelt wel eens. (=Ook de deugdzaamste en bekwaamste faalt wel eens)
  7. iemand of iets het hoofd bieden (=zich met verstand en beleid verzetten tegen iemand of iets, iemand weerstaan)

Het dialectenwoordenboek kent 1705 spreekwoorden met ` en be`

  1. Merenaars: nen alexander, alles vur mau en niks vur enander (=egoist)
  2. Iepers: en'net gin noagel vo a zen gat te klown (=hij bezit niks)
  3. Iepers: en'nit lik e musche (=iemand die heel weinig eet)
  4. Heezers: wie ut wijf trouw om ut lijf,verliest ut lijf,mer haawt ut wijf (=wie een mooie vrouw trouwd is het mooie er vlug af enblijft alleen de vrouw over)
  5. Liedekerks: En tein (=En dan)
  6. Brugs: zjuust ik en gie (=alleen jij en ik)
  7. Lovendegems: gepakt en gezakt (=met pak en zak*)
  8. Munsterbilzen - Minsters: man en pieëd nieme (=naam en toenaam vertellen)
  9. Tilburgs: En snel un bietje (=En snel een beetje)
  10. Mols: Ettekes en peekes (=Erwten en wortelen)
  11. Huizers: vróm en tóm (=heen en terug)
  12. Westerkwartiers: hebb'n en holl'n (=hebben en houden)
  13. Oudenaards: goan en keern (=heen en weer)
  14. Fries: Yn kalk en semint (=In kannen en kruiken)
  15. Millers: jeüvër vanallës en nog get (=over koetjes en kalfjes)
  16. Antwerps: zeker en vast (=vast en zeker)
  17. Genneps: Cuyk en Kessel afloope (=Stad en land aflopen)
  18. Bilzers: los en lieber (=vrij en ongehinderd)
  19. Aarschots: klikke en klakke (=hebben en houden)
  20. Booms: Tissendeer (=Af en toe)
  21. Steins: Wied en zied (=Heinde en verre)
  22. Tilburgs: meej toere (=af en toe, nu en dan)
  23. Westerkwartiers: alle hoekjes en hörntjes (=alle hoeken en gaten)
  24. Veurns: uut en tende zien (=amen en uit zijn)
  25. fries: hikke en tein (=geboren en getogen)
  26. Rillaars: aikkes en poikkes (=erwtjes en worteltjes (gerecht))
  27. Hams: om en vedrom (=heen en terug)
  28. Zwevegems: En de jeunste! (=En 't amusement!)
  29. Brakels: en tuuns? (=en wat dan nog?)
  30. Westerkwartiers: papp'n en natholl'n (=erbij blijven en opletten)
  31. Mestreechs: mèt han en veuj (=met handen en voeten)
  32. Westerkwartiers: ien haart en nier'n (=met lichaam en ziel)
  33. Munsterbilzen - Minsters: tegoej en nie verkeird (=netjes en verzorgd)
  34. Veurns: Snot en kwiel kriesch'n (=Veel en hard wenen)
  35. Lekkerkerks: blik en t varken (=stoffer en blik)
  36. Ninoofs: azeu en azeu (=zus en zo)
  37. Nieuwerkerks: graat en blaat geslegen (=grauw en blauw geslagen)
  38. Kalkens: uitleggen en peten tiëkenen (=uitvoerig praten en gesticuleren)
  39. Deinzes: en tons?! (=en dan?)
  40. Antwerps: Echtig en techtig. Kopken af en recht noar d'el (=Echtig en techtig. Kopke af en recht naar de hel)
  41. Mestreechs: Me heet luij en potloejer en sjrieve kinne ze alletwie (=Je hebt mensen en potloden en schrijven doen beide)
  42. Bilzers: t kan nie op ! (=en nog en nog en nog)
  43. Westerkwartiers: man en peerd nuum'n (=alles met naam en toenaam noemen)
  44. Heuvellands: ol te mets en is gen gewunte (=af en toe is geen gewoonte)
  45. Westerkwartiers: boer'n en swien'n word'n knorr'ndeweg vet (=boeren en varkens knorren altijd)
  46. Sint-Niklaas: moager en twja gullèk de bokken va Snja (=mager en gezond zijn)
  47. Lommels: en honderd is gin éjen (=en ga zo maar door)
  48. Munsterbilzen - Minsters: en honderd ès geen één (=en ga zo maar door)
  49. Waregems: en gij gelooëft da !! (=en jij volgt die bewering/mening !!)
  50. Aarschots: frut mee stoofvlieës en majenais (=fritjes met stoofvlees en mayo)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen