Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


288 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` en`

  1. Aan de ene voet een schoen, de ander blootvoets (=Evenwicht is voornaamst)
  2. aan handen en voeten gebonden zijn (=geen kant op kunnen)
  3. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  4. achter slot en grendel (=opgesloten)
  5. Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
  6. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  7. al lang en breed (=al lange tijd)
  8. alles kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan)
  9. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  10. alles wat los en vast is/zit (=alles)
  11. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  12. Als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=Wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  13. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  14. als Ieren en Britten op één land (=twee aartsvijanden in één ruimte)
  15. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  16. alsof er een engeltje over je tong piest (=iets lekker vinden)
  17. anderhalve man en een paardenkop (=weinig aanwezigen)
  18. apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  19. bepakt en bezakt (=met (veel) bagage)
  20. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  21. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  22. bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
  23. bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
  24. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  25. bij schering en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren)
  26. boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe)
  27. Boter op je hoofd smeren en droog brood eten. (=In de war zijn.)
  28. commandeer je hond en blaf zelf (=dat bevel weiger ik uit te voeren)
  29. daar geboren en getogen (=daar geboren en opgegroeid)
  30. Daar steekt meer in dan een enkele panharing (=Daar zit meer achter)
  31. daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
  32. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  33. dat horen en zien je vergaat (=erg luid)
  34. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  35. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  36. de alfa en omega (=het begin en het einde)
  37. de boter en de kaas te dik gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
  38. de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
  39. De ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=Men is bang voor concurrentie)
  40. de ene dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  41. de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze benadelen elkaar niet)
  42. De ene pijl de andere nazenden (=Een dwaze of nutteloze daad herhalen)
  43. de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
  44. de gaande en komende man (=iedereen die komt opdagen)
  45. De groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=De machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  46. De haan en de vos hebben elkaar te gast (=Twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit)
  47. de kool en de geit sparen (=een oplossing vinden waar beide partijen tevreden mee kunnen zijn)
  48. de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  49. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  50. de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)

334 betekenissen bevatten ` en`

  1. de handen uit de mouwen steken (=aan de slag gaan en aanpakken)
  2. werelds goed is eb en vloed (=aardse goederen komen en gaan)
  3. het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
  4. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  5. Het leven is meer dan eten en drinken. (=Alleen eten en drinken vult geen leven.)
  6. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  7. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  8. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  9. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  10. voor niets gaat de zon op (=alles kost geld en/of moeite)
  11. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)
  12. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  13. het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  14. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  15. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  16. men moet van twee kwaden het minste kiezen (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  17. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  18. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  19. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  20. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  21. onder een gelukkig gesternte geboren zijn (=altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn)
  22. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  23. dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)
  24. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  25. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  26. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  27. bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
  28. van een leien dakje gaan (=bijzonder vlot en zonder problemen verlopen)
  29. in zijn schik zijn (=blij en opgewekt zijn)
  30. Wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=Blijf altijd aandachtig en geconcentreerd)
  31. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  32. daar geboren en getogen (=daar geboren en opgegroeid)
  33. op de schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedelend leven)
  34. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  35. de bezem in de mast voeren (=de baas zijn en leiding hebben)
  36. ars longo vita brevis (=de kunst blijft lang en het leven is kort)
  37. iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
  38. de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  39. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
  40. zij hebben een te grote broek aangetrokken (=die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed heeft)
  41. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  42. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
  43. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  44. De bezem uitsteken (=Doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  45. de wal keert het schip (=door beperkingen enigerlei niet verder kunnen)
  46. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  47. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  48. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=door het baseren van een beslissing (bv aankoop) op basis van hoeveel iets kost, levert dit later juist extra problemen en kosten met zich mee zodat iemand duurder uit is)
  49. door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  50. buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)

Het dialectenwoordenboek kent 1705 spreekwoorden met ` en`

  1. Merenaars: nen alexander, alles vur mau en niks vur enander (=egoist)
  2. Iepers: en'net gin noagel vo a zen gat te klown (=hij bezit niks)
  3. Iepers: en'nit lik e musche (=iemand die heel weinig eet)
  4. Heezers: wie ut wijf trouw om ut lijf,verliest ut lijf,mer haawt ut wijf (=wie een mooie vrouw trouwd is het mooie er vlug af enblijft alleen de vrouw over)
  5. Liedekerks: En tein (=En dan)
  6. Brugs: zjuust ik en gie (=alleen jij en ik)
  7. Lovendegems: gepakt en gezakt (=met pak en zak*)
  8. Munsterbilzen - Minsters: man en pieëd nieme (=naam en toenaam vertellen)
  9. Tilburgs: En snel un bietje (=En snel een beetje)
  10. Mols: Ettekes en peekes (=Erwten en wortelen)
  11. Huizers: vróm en tóm (=heen en terug)
  12. Westerkwartiers: hebb'n en holl'n (=hebben en houden)
  13. Oudenaards: goan en keern (=heen en weer)
  14. Fries: Yn kalk en semint (=In kannen en kruiken)
  15. Millers: jeüvër vanallës en nog get (=over koetjes en kalfjes)
  16. Antwerps: zeker en vast (=vast en zeker)
  17. Genneps: Cuyk en Kessel afloope (=Stad en land aflopen)
  18. Bilzers: los en lieber (=vrij en ongehinderd)
  19. Aarschots: klikke en klakke (=hebben en houden)
  20. Booms: Tissendeer (=Af en toe)
  21. Steins: Wied en zied (=Heinde en verre)
  22. Tilburgs: meej toere (=af en toe, nu en dan)
  23. Westerkwartiers: alle hoekjes en hörntjes (=alle hoeken en gaten)
  24. Veurns: uut en tende zien (=amen en uit zijn)
  25. fries: hikke en tein (=geboren en getogen)
  26. Rillaars: aikkes en poikkes (=erwtjes en worteltjes (gerecht))
  27. Hams: om en vedrom (=heen en terug)
  28. Zwevegems: En de jeunste! (=En 't amusement!)
  29. Brakels: en tuuns? (=en wat dan nog?)
  30. Westerkwartiers: papp'n en natholl'n (=erbij blijven en opletten)
  31. Mestreechs: mèt han en veuj (=met handen en voeten)
  32. Westerkwartiers: ien haart en nier'n (=met lichaam en ziel)
  33. Munsterbilzen - Minsters: tegoej en nie verkeird (=netjes en verzorgd)
  34. Veurns: Snot en kwiel kriesch'n (=Veel en hard wenen)
  35. Lekkerkerks: blik en t varken (=stoffer en blik)
  36. Ninoofs: azeu en azeu (=zus en zo)
  37. Nieuwerkerks: graat en blaat geslegen (=grauw en blauw geslagen)
  38. Kalkens: uitleggen en peten tiëkenen (=uitvoerig praten en gesticuleren)
  39. Deinzes: en tons?! (=en dan?)
  40. Antwerps: Echtig en techtig. Kopken af en recht noar d'el (=Echtig en techtig. Kopke af en recht naar de hel)
  41. Mestreechs: Me heet luij en potloejer en sjrieve kinne ze alletwie (=Je hebt mensen en potloden en schrijven doen beide)
  42. Bilzers: t kan nie op ! (=en nog en nog en nog)
  43. Westerkwartiers: man en peerd nuum'n (=alles met naam en toenaam noemen)
  44. Heuvellands: ol te mets en is gen gewunte (=af en toe is geen gewoonte)
  45. Westerkwartiers: boer'n en swien'n word'n knorr'ndeweg vet (=boeren en varkens knorren altijd)
  46. Sint-Niklaas: moager en twja gullèk de bokken va Snja (=mager en gezond zijn)
  47. Lommels: en honderd is gin éjen (=en ga zo maar door)
  48. Munsterbilzen - Minsters: en honderd ès geen één (=en ga zo maar door)
  49. Waregems: en gij gelooëft da !! (=en jij volgt die bewering/mening !!)
  50. Aarschots: frut mee stoofvlieës en majenais (=fritjes met stoofvlees en mayo)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen