Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` bos`

  1. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  2. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  3. elke bos stro waait voor de wind (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren)
  4. huilen met de wolven in het bos (=het er niet mee eens zijn maar wel de baas gelijk geven en bevestigen)
  5. met de wolven (in het bos) huilen (=doen wat de meerderheid doet)

Het dialectenwoordenboek kent 97 spreekwoorden met ` bos`

  1. Klemskerks: busje kapm: spijbelen, haagschool houden (=bosje kappen)
  2. Munsterbilzen - Minsters: van koskes kraajgste dikke boskes (=eet ook de broodkorstjes op !)
  3. Munsterbilzen - Minsters: de jaoger daasde noë de pijpe van de bosgard (=de jager was gezocht wild voor de jachtopziener)
  4. Mechels (NL): A gene Voeleboán (=Bos bij Mechelen)
  5. Bilzers: van koskes kraai(g)ste dikke boskes(woskes) (=eet de korstjes ook maar op)
  6. bosch: waut (=polietieman)
  7. Zeeuws: tstoeng as erren op un ond (=volle bos)
  8. Bosch: Komt uwes uit den bosch mevrouw dat uwes uwes zeet (=Komt u uit Den bosch Mevrouw dat u u zegt.)
  9. Bosch: alle daogen maondag (=Chagrijnig iemand)
  10. Melseels: ze is goed van oëeren en poëeten (=zij heeft een flinke bos hout voor de deur)
  11. Roois (Sint-Oedenrode): Dun Leup (=Beekje vanuit het bos (den Diependaol) naar de Dommel)
  12. Texels: Een hóge trararie op tafel (=Grote bos bloemen op tafel)
  13. Deinzes: Biet' 'n bos in. (=Ik ben direct weg.)
  14. West-Vlaams: kzint bus(bos) in (=ik ben weg)
  15. Zeeuws: zn vader lopt int bos (=kind zonder vader)
  16. Bosch: bende gauw gek! (=ben je helemaal gek geworden!)
  17. Bosch: Hillemol van de koart (=Heel erg dronken)
  18. Bosch: de's nie woar (=dat is niet waar)
  19. Bosch: flikker straal nou gauw op (=donder op)
  20. Bosch: 't Is klik veur d'n bult' (=Hoe laat is het)
  21. Bosch: Hoe loat is ut (=Hoe laat is het)
  22. Bosch: taitum us (=hou er eens mee op)
  23. Bosch: dinteloord spek (=suiker op brood)
  24. Munsterbilzen - Minsters: ènt bos grautgebraach zin (=geen manieren hebben)
  25. Bosch: Dè lussik nie (=Dat is niet mijn smaak)
  26. Bosch: Dá witte gij tó nie (=Dat weet jij niet)
  27. Bosch: schutje speulen in de geut (=knikkeren in de goot)
  28. Bosch: ziede gij me gère (=mag jij me graag)
  29. Bosch: dé he'k nie eiges bedocht (=het is niet mijn idee)
  30. Bosch: Hoe hiette gij van achtere? (=Hoe is jouw achternaam?)
  31. Bosch: Hou ouwe bekkis dicht (=hou je mond eens)
  32. Bosch: Houd oewen bakkes, gek (=Hou je mond, eikel)
  33. Bosch: Hedde gullie honger (=Hebben jullie honger?)
  34. Bosch: kain toag nie jonge (=kan toch niet)
  35. Eindhovens: hedde gij un schup om meej te spaaie in de mast (=heb jij een schep om te graven in het bos)
  36. Graauws: het steekt nie op nen bos peeen (=het komt niet zo nauw)
  37. Bosch: da goat nogal (=dat is helemaal waar)
  38. Bosch: denkte gij dè (=denk jij dat?)
  39. Bosch: ge bent de Sjors (=Jij bent de pineut)
  40. Bosch: glas in loodgezicht (=Iemand met bril)
  41. Munsterbilzen - Minsters: mèt al da gezever bèn ich den droeëd kwijt (=door de bomen het bos niet meer zien)
  42. Tilburgs: hè kèkt nie op unnen bos peejkes (=hij kijkt niet zo nauw)
  43. Bosch: Heet uwes nog van die snuupkes die zo tochte in oewe bek (=heeft u mentholsnoepjes)
  44. Bosch: as ge 't moar begrèpt war (=Als je het maar begrijpt he)
  45. Bosch: ge wittur ginnen bal van (=daarvan heeft u geen verstand)
  46. Bosch: Wa un lekker jong! Wa un schone griet (=Dat is een mooi meisje.)
  47. Bosch: dah hed niks te leijuh (=dat kan tegen een stootje)
  48. Bosch: Och gij mee oewen bèk vol sèp! (=Kijk naar je eigen)
  49. Bosch: Motte gij zitte ouwe (=Wilt u zitten mevrouw/ meneer)
  50. Bosch: Wè makte gij nou klaor? (=wat maak je me nu?)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen