Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` bont`

  1. bekend staan als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
  2. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  3. het erg bont maken (=zich al te fel te buiten gaan)
  4. iemand bont en blauw slaan (=iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt)
  5. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)

Het dialectenwoordenboek kent 16 spreekwoorden met ` bont`

  1. Munsterbilzen - Minsters: alle kleire van de raengerboëg (=bont en blauw)
  2. Merenaars: zijnen derden tujenen (=bont maken)
  3. Munsterbilzen - Minsters: hae deed de lamp branne (=de electroverkoper maakt het bont)
  4. Tilburgs: maok ut naa èfkes (=maak het niet te bont)
  5. Tilburgs: den bonten bôêr öthange (=losbandig zijn)
  6. Arendonks: streussel moakeh (=het bont maken)
  7. Zeeuws: je mikt ut noha van eiers (=bont maken)
  8. Zeeuws: ie miktut noh a van eiers (=bont maken)
  9. Mestreechs: diech neet de kies vaan dien bontram laote ete (=je niet laten bedotten)
  10. Westerkwartiers: nou moakst 'et te bont (=nu ga je te ver)
  11. Tilburgs: as ge-t mar nie begaojt (=als je het maar niet te bont maakt)
  12. Oudenbosch: zebbent daor wel begaoit en bruin gebakke (=ze hebben het erg bont gemaakt)
  13. Bilzers: On wae mankiërt niks ? (=Geen koe zo bont of er is een vlekje aan)
  14. Tilburgs: van boven bont mar van onderen stront (=het lijkt heel wat, maar het stelt niks voor)
  15. Bilzers: zelfs den ermste knijn hét nog ne bontjas on (=ook armen hebben recht op een goed leven)
  16. Drents: Aj een ekster vortjaagd kriej een bonte vogel weer (=Geef geen opdracht die iemands kunnen te boven gaat)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen