Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` boeren`

  1. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  2. De domste boeren hebben de dikste aardappelen (=Met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  3. een droge maart en een natte april is de boeren naar hun wil (=weerspreuk)
  4. goed boeren / goed geboerd hebben (=succesvol geweest zijn, vooral financieel)
  5. op zijn boerenfluitjes (=slordig)
  6. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
  7. zo vraagt men de boeren de kunst af (=zo verneem je hoe het moet)

2 betekenissen bevatten ` boeren`

  1. Een snijder heeft maar een darm. (=Spotternij van boeren, die veel meer eten dan de kleermaker.)
  2. van achter de koeien/ploeg komen (=van boerenafkomst zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 24 spreekwoorden met ` boeren`

  1. Zeeuws: boern il banke (=boerenleenbank)
  2. Brussels: in 't ol van pluto (=in een boerengat)
  3. Aarschots: koekebakke mee raavoot (=pannenkoeken met boerenwormktuid)
  4. Kaatsheuvels: baankske van de Rooy (=Boerenleenbank (nu Rabobank))
  5. helmonds: brengde ga wa secies mee (=breng even 1ons boerenmetworst mee.)
  6. Munsterbilzen - Minsters: zèg et èns ént vlaoms (=zeg het in gewone boerentaal)
  7. Drents: As met Sunt Jan de lindebomen bluit, hej de rogge riep met Sunt Job (=Boerenwijsheid)
  8. Drents: Regen op Pisgriet; 6 week boerenverdriet (=weerspreuk)
  9. Rijssens: roep'n in moos (=rupsen in de boerenkool)
  10. Genneps: van het bed op 't stroj kómme (=achteruit boeren)
  11. Drents: Regen op Sint Margriet (Pisgriet) gef zes week boerenverdriet. (=weerspreuk)
  12. Weerts: 'ne Boor en e vêrke knorre altiêd (=Boeren klagen altijd)
  13. Twents: roep'n op 'n moos hebb'n (=rupsen op de boerenkool hebben)
  14. Twents: wie hebt roepen op n moos; Vi'j hebt roep'n op'n moos (=wij hebben rupsen op de boerenkool)
  15. Zeeuws: oeans as boern (=wij als boeren)
  16. Munsterbilzen - Minsters: ze krijge hieën van de zörge (=de boeren zien af als de beesten)
  17. Zeeuws: nieuwe petaten en zoute vis eten de boeren at kerremis is (=kerremis)
  18. Zeeuws: nieuwe petaten en zoute vis eten de boeren at kerremis is (=nieuwe aardappels)
  19. Westerkwartiers: boer'n en swien'n word'n knorr'ndeweg vet (=boeren en varkens knorren altijd)
  20. Bilzers: de hoes gene grond te hübbe vür ne boer te zin (=Landbouwers zitten in de stal, maar boeren zitten overal)
  21. Oudenbosch: die van de klei vrije nie mee die van ut zaant (en aandersom ok nie) (=boeren uit de polder mengen niet met zandboeren)
  22. Munsterbilzen - Minsters: boeren en vèrke knorren hun heil laeve (=landbouwers en varkens zijn nooit tevreden)
  23. Bilzers: boeren en vérke knorre altijd (=tevreden zijn is een levenskunst)
  24. Wetters: Die boeren van over 't woater (=Mensen van overschelde, ten Ede, Laarne-Kalken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen