Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` binnen`

  1. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  2. de lading binnen hebben (=dronken)
  3. het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  4. iets met de moedermelk binnenkrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)
  5. naar binnen spelen (=opeten)
  6. niets kunnen binnenkrijgen (=niet kunnen eten)
  7. te binnen schieten (=er plots aan denken)
  8. voor de bui binnen zijn (=voordat het slechter wordt genoeg verdiend hebben)
  9. zijn schip is binnen (=hij heeft zijn fortuin gemaakt)

6 betekenissen bevatten ` binnen`

  1. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  2. het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
  3. de rijpste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  4. in het vizier hebben (=in het oog hebben, binnen het gezichtsveld zijn)
  5. hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
  6. ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)

Het dialectenwoordenboek kent 85 spreekwoorden met ` binnen`

  1. Venloos: Ein kaertje pindraod hebbe (=Zonder toegangsbewijs binnengekomen zijn)
  2. Renkums: Woarum goa je niet binnendeur, da's toch veul richter (=waarom ga je niet binnendoor, dat is toch veel korter)
  3. Renkums: Woarum goa je nie binnendeur, da's toch veul richter (=waarom ga je niet binnendoor, dat is toch veel korter)
  4. Sint-Niklaas: ieverangst noargoan (=ergens een klein bezoek afleggen, terloops binnenlopen)
  5. Munsterbilzen - Minsters: met daaj moeste faajn breidsjes bakke (=die moet je binnendoen !)
  6. West-Vlaams: kerjoole vieër'n (=het binnenhalen van de oogst vieren)
  7. Oldebroeks: ik goa niet achterlanges valln (=ik ga niet binnendoor)
  8. Sint-Niklaas: de manke Peer kwam dor binnengepikkeld (=de manke Peer kwam daar binnen)
  9. Tilburgs: hoe kos-te-r in (=hoe kon je binnenkomen)
  10. Sint-Niklaas: is er geen belet (=mag ik binnenkomen)
  11. Oudenbosch: de zon kom binne (=zonder te groeten binnenkomen)
  12. Zwevegems: Gieen belet (=Geen bezoek Past het dat ik even binnenkom)
  13. Sint-Katelijne-Waver: Strèk en fleus (=Binnenkort)
  14. Geels: de manke Peer kwam dor binnengepikkeld (=de manke Peer kwam daar binnen)
  15. Oudenbosch: blef mar (=ik ben het die binnenkomt)
  16. Schevenings: Me gæne ‘æle: 't ister van ‘æle! (=aankondiging dat het net binnengehaald zal worden)
  17. Valkenswaards: mee nun krommen erm binnenkomme (=Een cadeautje bijhebben)
  18. Oudenbosch: agge over d n duvel praot traptum op z ne steert (=binnenkomend iemand over wie men net aan het praten was)
  19. Sint-Niklaas: 'k bèn ies noargeloapen (=voor een korte wijl ergens haastig of al lopende binnenkomen)
  20. Lebbeeks: mèmme: Ei èit te lank aun de mèmme gangen (=Over iemands wiens binnenlip erg zichtbaar is)
  21. Zeeuws: die binnen binnen binnen binnen me die buuten binnen binnen buuten (=binnen of buiten)
  22. Sint-Niklaas: as gê van den duvel sprikt ziede zènne stjeirt (=iemand die het huis binnenkomt als men over hem aan het praten is)
  23. Munsterbilzen - Minsters: ze lëp op her leste been (=ze gaat binnenkort bevallen)
  24. Sint-Niklaas: nen trui binneste buiten oan ein (=per vergissing een pull met de binnenkant langs buiten dragen)
  25. Munsterbilzen - Minsters: één van diës kan ich wir alle spirkes van den aatermoeëd bijeen raeke (=binnenkort moet ik weer alle sprietjes van het namaaisel bijeen harken)
  26. Winssens: schoeks toe (=binnen door)
  27. Sallands: komp ter in (=kom binnen)
  28. Rijsoords: Die binne binne, binne binne (=Die binnen zijn, zijn binnen)
  29. Sinnekloases en niekaarks: doet ô frak oan,straks scheirt ge nog ne fleuris op (=doe uw jas aan of binnenkort heb je een kou vast)
  30. Alblasserdams: Wie buite binne binne buite, en wie binne binne binne binne. (=Wie buiten is, is buiten, en wie binnen is, is binnen.)
  31. Tiens: men aas es een kezijreme (=binnen en buiten lopen)
  32. Munsterbilzen - Minsters: ze breidsje ès gebakke (=je bent 'binnen')
  33. brabants: de heit hangt binne (=de warmte hangt binnen)
  34. Antwerps: hetscheufke geve (=iemand niet binnen laten)
  35. Rijssens: ne hoeshenne (=iemand die altijd binnen zit)
  36. Twents: komt der in, kuj der uut kiek'n (=kom binnen)
  37. Margratens: foetele (=vals spelen, binnen het toelaatbare)
  38. Antwerps: t'is koekenaai (=alles valt binnen de plooien)
  39. Westerkwartiers: hij is boov'm jan (=hij is (financieel) binnen)
  40. Sint-Niklaas: bingst tjoar (=binnen het jaar)
  41. Munsterbilzen - Minsters: kaa haan, werm liefde (=warmte zit van binnen)
  42. Eindhovens: agther is ut kermis (=je moet achter om binnen gaan)
  43. Tilburgs: hòks lôope (=met de voeten naar binnen gericht, lopen)
  44. Slands: die butte binne binne butte in die binne binne binne binne (=die buiten zijn zijn buiten en die binnen zijn zijn binnen)
  45. Sint-Niklaas: 't is ne slokkop (=hij slikt ongemanierd zijn eten binnen)
  46. Tilburgs: op de deur paase (=opletten dat er niemand binnen komt)
  47. Westerkwartiers: 't is weer om 'n aarvenis te verdeel'n (=het is weer om binnen te blijven)
  48. Veurns: Doe wuk da God in j'n erte stikt (=Doe wat je te binnen valt)
  49. Mestreechs: heer houwt ziech ziene gielis vól friete (=hij werkt heel wat friete naar binnen)
  50. Twents: kom 't erin dan kö'j d'r oet kiek'n (=kom binnen dan kun je naar buiten kijken)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen