Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


28 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` bet`

  1. aan de beterende hand zijn (=langzaam genezen, herstellen)
  2. aan de beterhand (=genezend, herstellend)
  3. de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
  4. de tol aan de natuur betalen (=dood gaan)
  5. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
  6. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  7. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  8. eer betuigen (=vereren)
  9. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  10. god betere het (=laten we vooral hopen van niet)
  11. goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
  12. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  13. Het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=Je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de dokter te moeten)
  14. het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
  15. het tiend betaald hebben (=erg afgevallen zijn)
  16. hij zal het wel betalen als de paus geus wordt (=hij zal het nooit betalen)
  17. iemand iets betaald zetten (=wraak nemen of straffen)
  18. iemands licht betimmeren (=in de weg staan - het licht benemen)
  19. leergeld betalen (=fouten maken tijdens het leren)
  20. Men kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=Eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)
  21. met gelijke munt betalen (=hetzelfde kwaad terugdoen)
  22. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  23. morgen gaat het beter (=als het vandaag niet zo best is gegaan...)
  24. op heterdaad betrappen (=betrappen tijdens de misdaad)
  25. schot en lot betalen (=zijn burgerplicht naar behoren vervullen)
  26. Sijmen betaalt (=diegene die het minste verdient draagt de kosten)
  27. voorkomen is beter dan genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen)
  28. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)

100 betekenissen bevatten ` bet`

  1. buiten spel blijven (=(willen) proberen niet betrokken te zijn)
  2. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  3. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  4. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  5. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  6. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  7. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  8. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  9. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  10. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  11. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  12. kalmte zal je redden (=als je rustig blijft gaan de dingen beter)
  13. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)
  14. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  15. bij de buren is het gras altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  16. buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  17. twee ruilen een huilen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander)
  18. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  19. tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van een tekst begrijpen)
  20. in de lift zitten (=de situatie waarin het zit wordt beter)
  21. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  22. het zit eraan bij hem/haar (=diegene kan het betalen, er is genoeg)
  23. buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  24. ergens peper aan eten (=duur betalen)
  25. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  26. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  27. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  28. goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
  29. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  30. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  31. de oude mens afleggen (=een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  32. een baas boven baas zijn (=er is altijd wel iemand die het beter kan of het beter denkt te kunnen)
  33. er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige goederen (of personen) tussen de betere)
  34. iemand de loef afsteken (=ergens beter in zijn dan iemand)
  35. in de bus blazen (=flink betalen)
  36. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  37. vissen hebben een goed leven (=het gelag niet betalen)
  38. beter laat dan nooit (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  39. beter hard geblazen dan de mond gebrand (=het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of luiheid iets fout gaat)
  40. Met hem is het kwaad kersen eten. (=Het is beter hem te mijden.)
  41. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  42. beter blo(de) Jan dan do(de) Jan (=het is beter zich laf blood te gedragen, dan te sterven, dood te zijn)
  43. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  44. het oog van de meester maakt het paard vet (=het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt)
  45. hij zal het wel betalen als de paus geus wordt (=hij zal het nooit betalen)
  46. met iemand afrekenen (=iemand betalen; iemand iets betaald zetten)
  47. zijn meester gevonden hebben (=iemand gevonden hebben die beter is, het beter doet)
  48. een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald)
  49. iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vertellen wat die beter niet kan weten)
  50. iemand een poot uitdraaien (=iemand te veel laten betalen)

Het dialectenwoordenboek kent 68 spreekwoorden met ` bet`

  1. Mestreechs: Ich betaol niks. (=Ik betaal niks.)
  2. Tilburgs: de volle roefel betaole (=het volle pond betalen)
  3. Munsterbilzen - Minsters: ès alles gedroenke wot betaold ès (=is nu alle verteer betaald)
  4. tervurens: maainen broeine kan da ni (nog just) trekke (=als iets te duur is of juist betaalbaar)
  5. Bildts: gyn riem betale kinne (=broek laag dragen)
  6. Oudenbosch: alles uit de schuif betaole (=geen boekhouding voeren)
  7. Iepers: potje breekn, potje betaoln (=de gevolgen van iets dragen)
  8. Kinrooi: Es de baas duit of t'r mich good betaaldj, doon ich of ich good wirk! (=Wanneer de baas doet of hij me goed betaald, dan doe ik of ik goed werk!)
  9. Veurns: e snak en e bete kriegen (=toegesnauwd worden)
  10. Gents: 't es boter bij de vis (=kontante betaling)
  11. Hoeselts: bete dabbe (=aarde van bieten verwijderen met een mes)
  12. Olens: Ha hee wee een ferrem stuk in zane frak / ha is wee goe betaffeld (=Hij is serieus dronken)
  13. Veurns: potje brikt, potje betaaalt (=wie schade berokkent, moet voor de kosten vergoeden)
  14. Sint-Niklaas: oeveel verwoonde dor? (=hoeveel huishuur betaal je daar?)
  15. Oudenbosch: we zulle nut op dun boek schrijve (=de betaling volgt later)
  16. Liwwadders: ut klompke fulle (=bruggeld betalen)
  17. Erps: afdokken (=onder dwang betalen)
  18. Antwerps: Ik moet mijne chick oek betaole (=Ik kan je geen geld lenen)
  19. Munsterbilzen - Minsters: doë mauste mene rëg èns vür sjoere (=dat is te weinig betaald)
  20. Waregems: 'krege doar ne snak en 'n bete (=bits antwoord krijgen( 1ste p. enkv.))
  21. Sint-Niklaas: dur moet boter bè de vis zin (=er moet betaald worden)
  22. Eekloos: U poart stoat op de buijze (=Ik zet je dit betaald)
  23. Sint-Niklaas: dor èk min broek ô gescheurd (=iets teveel betaald hebben)
  24. Tilburgs: persies gepaase (=juist gepast, met gepast geld betaald)
  25. Munsterbilzen - Minsters: vër ne sent mauste mëne rég es krabbe (=dat betaalt teweinig)
  26. Waregems: ie betoald hem blauw (=hij betaalt boven zijn kunnen)
  27. Aalsters Gld: mandagemergen klompen gehelt en nie betelt (=maandag morgen klompen gahaald en niet betaald)
  28. Ninoofs: z'emmen em ne plasj in d'and gegeven (=ze hebben hem (te) weinig betaald)
  29. Mechels (NL): Botter bie der visj (=Betalen bij de koop)
  30. Riemsts: Wo kreigste van mich? (=Hoeveel moet ik betalen?)
  31. Sint-Niklaas: iemand stropen (=iemand teveel laten betalen)
  32. Sint-Niklaas: nô stommen (zimmen) effen (=nu ben ik je niets meer schuldig, alles is betaald)
  33. Mestreechs: iemes un rib oet zoepe (=drinken en niet betalen)
  34. Merenaars: 't geldj onder de struik leggen (=niet betalen)
  35. Oudenbosch: wa krijde gij van mijn ? (=wat moet ik betalen ?)
  36. Mechels (BE): bouter ba de vis (=betalen bij de koop)
  37. Bilzers: e kikske vantzelfde deeg bakke (=met gelijke munt betalen)
  38. Hulsters (NL): op kosten vant stèrfuis? (=Wie gaat dat betalen?)
  39. Munsterbilzen - Minsters: sproetel bet (nol) (=meisje (of jongen) met sproeten)
  40. Geels: nen afzoaweper (=iemand die altijd meedrinkt en nooit/zelden zelf betaalt)
  41. West-Vlaams: schart je an un ezel zun mule je kriegt u bete, schart je an ze gat je kriegt u schete (=over ondankbaarheid van de mensen)
  42. Westerkwartiers: dat ken de brune niet trekk'n (=dat kunnen wij niet betalen)
  43. Pamels: betole mé wettelskoiven (=geen geld hebben om iets te betalen)
  44. Sint-Niklaas: op de poef kopen (poefen, 't is ne poefer) (=niet contant betalen)
  45. Aspers: da kan mijnen bruinen nie trekken (=dat kan ik niet betalen)
  46. Lichtervelds: mnen eezle kan da nie trekkn (=ik kan dat niet betalen)
  47. Genneps: flöt d'r mar enne keer vör (=Niets hoeven te betalen)
  48. Putters: die kan 't nie liejen (=hij kan het niet betalen)
  49. Bilzers: Da's zwoerder as m'ne portemonnei (=Dat kan ik niet betalen)
  50. Bornems: betoale me peeschaave (=geen geld hebben om te betalen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen